ECLI:NL:RBLIM:2023:4854 · Rechtbank Limburg
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03.160550.22 OWV Tegenspraak Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 30 mei 2023 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000, wonende te [adres] , hierna te noemen [verdachte] . [verdachte] wordt bijgestaan door mr. Th. Boumans, advocaat, kantoorhoudende te Heerlen.
Legislator headnote
AI generatedartikel 36e van het Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBLIM:2023:4854 · Rechtbank Limburg: Openbaar Ministerie Artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat op vordering van het Openbaar Ministerie aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Aan de vordering ligt ten grondslag dat [verdachte] voordeel zou hebben genoten uit hennepteelt in de woning aan de [adres] . Bij voormeld vonnis van 30 mei 2023 is [verdachte] vrijgesproken van dit feit en dus van het aan de ontnemingsvordering ten grondslag liggende feit. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03.160550.22 OWV Tegenspraak Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 30 mei 2023 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000, wonende te [adres] , hierna te noemen [verdachte] . [verdachte] wordt bijgestaan door mr. Th. Boumans, advocaat, kantoorhoudende te Heerlen.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 mei 2023. [verdachte] en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03.160550.22. Op 30 mei 2023 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen. 2De vordering van de officier van justitie De vordering van het Openbaar Ministerie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van dat geschatte voordeel. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op € 102.634,-.
3Ontvankelijkheid van het
Openbaar Ministerie Artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat op vordering van het Openbaar Ministerie aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Aan de vordering ligt ten grondslag dat [verdachte] voordeel zou hebben genoten uit hennepteelt in de woning aan de [adres] . Bij voormeld vonnis van 30 mei 2023 is [verdachte] vrijgesproken van dit feit en dus van het aan de ontnemingsvordering ten grondslag liggende feit. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.
4De beslissing
De rechtbank: - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze uitspraak is gewezen door mr. G.H. Hermanides, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. L. Bastiaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zijlstra, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 mei 2023. Buiten staat Mr. J.M.E. Kessels is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.