Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2022:9996 ECLI:NL:RBLIM:2022:9996 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2022:9996 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2022:9996
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Wrakingskamer Zaaknummer: 311199/ HA RK 22 - 274 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoeker] , wonend te [woonplaats] , verzoeker, dat strekt tot wraking van mr. W.J.J. Beurskens, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2022:9996 · Rechtbank Limburg: Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Ingevolge artikel 282 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, gelezen in samenhang met artikel 278 van deze wet, volgt dat bij de indiending van een verweerschrift sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging. Het door verzoeker ingediende verzoekschrift is niet medeondertekend door een advocaat terwijl dit, gelet op voornoemde regelgeving wel verplicht is.

Keywords

AI generated
legal malpractice disqualification of attorney withdrawal of legal petition legal representation lack of prosecutorial standing non-renewal of contract
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Wrakingskamer Zaaknummer: 311199/ HA RK 22 - 274 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoeker] , wonend te [woonplaats] , verzoeker, dat strekt tot wraking van mr. W.J.J. Beurskens, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

1De procedure

Op 8 november 2022 is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 308056 HA RK 22-210. De rechter heeft op 15 november 2022 de wrakingskamer bericht dat hij niet berust en ter zitting zal verschijnen. Tevens heeft de rechter op 17 november 2022 een schriftelijke reactie ingediend. Verzoeker heeft op 18 november 2022 een brief van de rechtbank ontvangen, waarin hem de gelegenheid wordt geboden het verzuim te herstellen. Op 18 november 2022 om 15:27 uur is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker inhoudende een reactie op de brief van de rechtbank van 18 november 2022.

Op 18 november 2022 om 15:43 uur is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker inhoudende een reactie op de brief van de rechtbank van 18 november 2022. Op 20 november 2022 om 00:47 en om 19:28 uur zijn ter griffie e-mailberichten ontvangen van verzoeker inhoudende een vervolg reactie op de brief van de rechtbank van 18 november 2022. Op 21 november 2022 om 11:33 uur is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker inhoudende een vervolg reactie op de brief van de rechtbank van 18 november 2022. Op 22 november 2022 om 00:01 uur is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker waarin verzoeker vermeldt dat hij een klacht gaat indienen als hij om 17:00 uur die middag niets heeft gehoord.

Op 22 november 2022 om 16:01 uur is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker waarin verzoeker de voorzitter van de wrakingskamer wraakt. Het verzoek tot wraking van de voorzitter van de wrakingskamer is op 29 november 2022 niet ontvankelijk verklaard. De datum van de uitspraak wordt bepaald op heden.

2De beoordeling

Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Ingevolge artikel 282 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, gelezen in samenhang met artikel 278 van deze wet, volgt dat bij de indiending van een verweerschrift sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging. Het door verzoeker ingediende verzoekschrift is niet medeondertekend door een advocaat terwijl dit, gelet op voornoemde regelgeving wel verplicht is.

Ondanks dat verzoeker de gelegenheid is geboden dit verzuim te herstellen blijft hij bij zijn standpunt dat er geen verplichte procesvertegenwoordiging is en dat ondertekening door een advocaat onnodig is. De wrakingskamer komt dientengevolge dan ook tot het oordeel dat het verzoek tot wraking om die reden niet in behandeling kan worden genomen. Het verzoek is niet ontvankelijk. De wrakingskamer ziet daarnaast in het feit dat verzoeker in de onderliggende procedure in een korte periode tweemaal achter elkaar kansloze wrakingsverzoeken heeft ingediend aanleiding de misbruikbepaling van artikel 39 lid 4, Rv van toepassing te verklaren.

Dit betekent dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

3De beslissing

De wrakingskamer: verklaart het verzoek niet ontvankelijk; bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in de zaak met zaaknummer 308056 HA RK 22-210 niet in behandeling zal worden genomen. Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.J. Quaedvlieg, voorzitter, mr. M.T.A.C. Russel en mr. W.F.J. Aalderink, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen, griffier. In het openbaar uitgesproken op 1 december 2022. type: [concipiënt_initialen] coll: