Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2022:9170 ECLI:NL:RBLIM:2022:9170 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2022:9170 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2022:9170
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/185444-22 en 03/160112-22 (ttz.gev.) Tegenspraak Vonnis tot herstel van het op 16 november 2022 uitgesproken vonnis van de meervoudige kamer in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [adresgegevens verdachte] , thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.A. van Essen, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. De rechtbank overweegt dat zij aanleiding ziet het op 16 november 2022 uitgesproken vonnis in de strafzaak tegen bovengenoemde verdachte te herstellen. 1Het onderdeel van het vonnis dat hersteld dient te worden De rechtbank heeft op 16 november 2022 vonnis gewezen in de strafzaak tegen bovengenoemde verdachte.

Legislator headnote

AI generated

artikel 310 Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBLIM:2022:9170 · Rechtbank Limburg: Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat in het vonnis twee kennelijke fouten staan die dienen te worden hersteld. Punt 1. Het te herstellen vonnis vermeldt onder 3.4 De bewezenverklaring onder andere: in de zaak met parketnummer 03/185444-22 op 28 juni (…) Dit dient te worden gelezen als: in de zaak met parketnummer 03/160112-22 op 28 juni (…) Punt 2. In het te herstellen vonnis is onder 8 De wettelijke voorschriften abusievelijk artikel 310 Wetboek van Strafrecht niet opgenomen. Dit wetsartikel dient aldaar als ingelast beschouwd te worden.

Keywords

AI generated
reduction of sentence duration costs of detention prolonged pretrial detention aggravation of punishment criminal penalty extension of probation period

Cited Legislation

AI generated
artikel 310 Wetboek van Strafrecht
In het te herstellen vonnis is onder 8 De wettelijke voorschriften abusievelijk artikel 310 Wetboek van Strafrecht niet opgenomen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/185444-22 en 03/160112-22 (ttz.gev.) Tegenspraak Vonnis tot herstel van het op 16 november 2022 uitgesproken vonnis van de meervoudige kamer in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [adresgegevens verdachte] , thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.A. van Essen, advocaat kantoorhoudende te Maastricht. De rechtbank overweegt dat zij aanleiding ziet het op 16 november 2022 uitgesproken vonnis in de strafzaak tegen bovengenoemde verdachte te herstellen. 1Het onderdeel van het vonnis dat hersteld dient te worden De rechtbank heeft op 16 november 2022 vonnis gewezen in de strafzaak tegen bovengenoemde verdachte.

Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat in het vonnis twee kennelijke fouten staan die dienen te worden hersteld. Punt 1. Het te herstellen vonnis vermeldt onder 3.4 De bewezenverklaring onder andere: in de zaak met parketnummer 03/185444-22 op 28 juni (…) Dit dient te worden gelezen als: in de zaak met parketnummer 03/160112-22 op 28 juni (…) Punt 2. In het te herstellen vonnis is onder 8 De wettelijke voorschriften abusievelijk artikel 310 Wetboek van Strafrecht niet opgenomen. Dit wetsartikel dient aldaar als ingelast beschouwd te worden.

2De beslissing

De rechtbank: handhaaft haar beslissing van 16 november 2022 met herstel van hetgeen onder “3.4 De bewezenverklaring” als volgt: De strafzaak met parketnummer 03/160112-22 op 28 juni (…) en herstel van hetgeen onder “8. De wettelijke voorschriften” als volgt: De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie; bepaalt dat de griffier dit vonnis zal hechten aan het originele vonnis van 16 november 2022 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte, zijn raadsman, de officier van justitie en de benadeelde partij. Deze correctie is op 18 november 2022 vastgesteld door mr. R.C.A.M. Philippart, voorzitter, mr K.G. Witteman en mr. M.G.J.M. van der Staak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.P. Huntjens en mr. S.H.J. Muijlkens, griffiers. Buiten staat Mr. Philippart en mr. Van der Staak zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. De griffier mr. Muijlkens is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.