Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2022:905 ECLI:NL:RBLIM:2022:905 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2022:905 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2022:905
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 20/1980 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2022 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: H.C.L. Kiggen), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert, verweerder (gemachtigde: mr. P Hecker). Procesverloop Bij besluit van 24 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek tot het verbeuren van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen afgewezen. Bij besluit van 26 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2022:905 · Rechtbank Limburg: De rechtbank overweegt dat doorslaggevend is of er een besluit is genomen na de ingebrekestelling en dat is het geval. Het besluit van 24 maart 2020, verzonden op 22 april 2020, is een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat het besluit evident onjuist is of dat ook verweerder het besluit achteraf niet juist vindt, is niet van belang. Dit doet namelijk niet af aan het besluitkarakter ervan. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (Kamerstukken II 2004-2005, 29 934, nr.

Keywords

AI generated
unreasonableness of expulsion conditional administrative decision application for enforcement - Decision legitimate cause reasoned decision right to a decision

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 20/1980 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2022 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: H.C.L. Kiggen), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert, verweerder (gemachtigde: mr. P Hecker). Procesverloop Bij besluit van 24 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek tot het verbeuren van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen afgewezen. Bij besluit van 26 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard.

Verweerder heeft daarbij het primaire besluit herroepen en beslist dat aan eiseres alsnog een dwangsom wegens niet tijdig beslissen wordt toegekend van € 567,-. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2022. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De rechtbank overweegt dat doorslaggevend is of er een besluit is genomen na de ingebrekestelling en dat is het geval. Het besluit van 24 maart 2020, verzonden op 22 april 2020, is een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat het besluit evident onjuist is of dat ook verweerder het besluit achteraf niet juist vindt, is niet van belang. Dit doet namelijk niet af aan het besluitkarakter ervan. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (Kamerstukken II 2004-2005, 29 934, nr.

6) kan niet worden afgeleid dat het besluitkarakter afhankelijk is van de juistheid van het besluit. Nu er een besluit is genomen op 22 april 2020, zijn tot die datum dwangsommen verschuldigd en daarna niet meer.

3. Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Goofers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.K.M. Bohnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2022. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: 8 februari 2022 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1360.