Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2022:815 ECLI:NL:RBLIM:2022:815 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2022:815 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2022:815
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 9594943 \ CV EXPL 21-5850 Vonnis van de kantonrechter van 2 februari 2022 in de zaak van: [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde nl.legal LLP, tegen: 1 [gedaagde sub 1] ,wonende [adres] ,[woonplaats 2] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 2],kantoorhoudende [adres] ,[vestigingsplaats] , 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 3],kantoorhoudende [adres] ,[vestigingsplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:119 BW; ECLI:NL:RBLIM:2022:815 · Rechtbank Limburg: Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen met dien verstande dat over de buitengerechtelijke incassokosten de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW zal worden toegewezen in plaats van de gevorderde contractuele rente. 2.2. Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

Keywords

AI generated
artikel 6:119 BW

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:119 BW
De vordering dient daarom te worden toegewezen met dien verstande dat over de buitengerechtelijke incassokosten de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW zal worden toegewezen in plaats van de gevorderde contractuele rente.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 9594943 \ CV EXPL 21-5850 Vonnis van de kantonrechter van 2 februari 2022 in de zaak van: [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde nl.legal LLP, tegen: 1 [gedaagde sub 1] ,wonende [adres] ,[woonplaats 2] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 2],kantoorhoudende [adres] ,[vestigingsplaats] , 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 3],kantoorhoudende [adres] ,[vestigingsplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen met dien verstande dat over de buitengerechtelijke incassokosten de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW zal worden toegewezen in plaats van de gevorderde contractuele rente. 2.2. Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 139,67 griffierecht € 507,00 salaris gemachtigde € 498,00 (1 x tarief € 498,00) totaal € 1.144,67 3De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 24.939,31, te vermeerderen met de contractuele rente van 10% per maand over € 23.833,31 vanaf 10 december 2021 en met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 1.179,75 vanaf 9 december 2021, een en ander tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.144,67, 3.3. veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: - € 124,00 aan salaris gemachtigde, - te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, 3.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken. type: JEC