Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2022:3496 ECLI:NL:RBLIM:2022:3496 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2022:3496 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2022:3496
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: 9672554 CV EXPL 22-623 Vonnis van de kantonrechter bij vervroeging van 4 mei 2022 in de zaak van [eiser] ,wonend aan de [adres 1] , [woonplaats] , eisende partij, gemachtigde mr. S.G.L. Bremen, tegen [gedaagde] , wonend aan de [adres 2] , [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde mr. W.G.M.M. van Montfort. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de rolbeslissing van 30 maart 2022 de akte uitlating bevoegdheid van beide partijen, genomen op de rol van 13 april 2022. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

art. 4:78 lid 1 BW; ECLI:NL:RBLIM:2022:3496 · Rechtbank Limburg: Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Bij rolbeschikking van 30 maart 2022 heeft de kantonrechter partijen in staat gesteld zich uit te laten over de vraag welke rechter van deze rechtbank dit geschil moet behandelen. 2.2. De vordering van [eiser] is gebaseerd op art. 4:78 lid 1 BW en is van onbepaalde waarde. 2.3. Beide partijen zijn het erover eens dat de zaak, gelet op de (hoogte van de) vordering niet bij de juiste rechter in behandeling is. 2.4. De kantonrechter zal dan ook de zaak in de staat en stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht. 2.5.

Keywords

AI generated
financial transaction legal duty of disclosure freedom of information legislation publication of accounts stock exchange reporting obligation trading volume

Cited Legislation

AI generated
art. 4:78 lid 1 BW
De vordering van [eiser] is gebaseerd op art. 4:78 lid 1 BW en is van onbepaalde waarde.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: 9672554 CV EXPL 22-623 Vonnis van de kantonrechter bij vervroeging van 4 mei 2022 in de zaak van [eiser] ,wonend aan de [adres 1] , [woonplaats] , eisende partij, gemachtigde mr. S.G.L. Bremen, tegen [gedaagde] , wonend aan de [adres 2] , [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde mr. W.G.M.M. van Montfort. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de rolbeslissing van 30 maart 2022 de akte uitlating bevoegdheid van beide partijen, genomen op de rol van 13 april 2022. 1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Bij rolbeschikking van 30 maart 2022 heeft de kantonrechter partijen in staat gesteld zich uit te laten over de vraag welke rechter van deze rechtbank dit geschil moet behandelen. 2.2. De vordering van [eiser] is gebaseerd op art. 4:78 lid 1 BW en is van onbepaalde waarde. 2.3. Beide partijen zijn het erover eens dat de zaak, gelet op de (hoogte van de) vordering niet bij de juiste rechter in behandeling is. 2.4. De kantonrechter zal dan ook de zaak in de staat en stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht. 2.5.

De kantonrechter wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure alleen bij advocaat kunnen procederen.

3De beslissing

De kantonrechter 3.1. verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de civiele rolzitting van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken in de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht van woensdag 18 mei 2022 voor stellen advocaat, 3.2. wijst partijen erop dat zij na verwijzing dienen te procederen bij advocaat, 3.3. wijst [eiser] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat deze verhoging binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort, 3.4. wijst [gedaagde] erop dat na verwijzing griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken. type: AH