Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2022:1404 ECLI:NL:RBLIM:2022:1404 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2022:1404 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2022:1404
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8978619 \ CV EXPL 21-448 Vonnis van de kantonrechter van 23 februari 2022 in de zaak van: de vennootschap onder firma [naam VOF], gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, gemachtigde Stichting Achmea Rechtsbijstand, tegen: 1 [gedaagde 1] ,wonend [adres] ,[postcode] [woonplaats] , 2. [gedaagde 2],wonend [adres] ,[postcode] [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde MW Legal. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2022:1404 · Rechtbank Limburg: Dit verweer slaagt. 4.2. Partijen hebben de correspondentie in geding gebracht. Uit die correspondentie blijkt niet van een ontbinding zoals bedoeld in artikel 11 van de algemene voorwaarden -daargelaten of er grond zijn om de vernietigbaarheid van dit artikel in te roepen. De vraag wat dan de status van de overeenkomst was nu tussen partijen vast staat dat de bruiloft op 15 augustus 2020 geen doorgang had en er toen ook geen werkzaamheden zijn verricht door [eiser] kan in het midden blijven nu de vordering uitdrukkelijk en enkel is gebaseerd op de stelling dat er sprake is van een ontbinding als bedoeld in artikel 11 van de voorwaarden. 4.3.

Keywords

AI generated
engagement to marry changed financial circumstances departure of spouse termination agreement Dublin transfer to Croatia right of rescission
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8978619 \ CV EXPL 21-448 Vonnis van de kantonrechter van 23 februari 2022 in de zaak van: de vennootschap onder firma [naam VOF], gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, gemachtigde Stichting Achmea Rechtsbijstand, tegen: 1 [gedaagde 1] ,wonend [adres] ,[postcode] [woonplaats] , 2. [gedaagde 2],wonend [adres] ,[postcode] [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde MW Legal. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek. 1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] heeft met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een overeenkomst gesloten op grond waarvan [eiser] foto’s en een film zou maken bij de bruiloft die gepland stond op 15 augustus 2020. Partijen zijn als prijs overeengekomen € 2.850,00 waarvan 75% voor de bruiloft en 25% na de bruiloft betaald zou worden. In de brief waarin deze afspraken zijn bevestigd staat voorts: “Op deze overeenkomst (…) zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Door ondertekening van deze overeenkomst verklaren jullie een kopie van deze algemene voorwaarden te hebben ontvangen en met de inhoud daarvan bekend te zijn.” In de algemene voorwaarden van [eiser] is in artikel 11 onder c opgenomen dat bij ontbinding van de overeenkomst de wederpartij 50% van de overeengekomen prijs verschuldigd is. 2.2 [gedaagde 1] en [gedaagde 2] laten in juni 2020 weten de bruiloft te willen verplaatsen naar 3 juli 2021 in verband met de destijds geldende overheidsmaatregelen tegen de verspreiding van COVID-19 (hierna: coronamaatregelen).

Partijen hebben vervolgens getracht een regeling te treffen, hetgeen niet gelukt is. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] tot betaling van € 1.425,00 aan hoofdsom en € 213,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente en (na)kosten. 3.2. [gedaagde 2] en [gedaagde 1] voeren verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. [eiser] vordert nakoming van de tussen partijen overeengekomen annuleringsregeling. [gedaagde 2] en [gedaagde 1] betwisten dat zij geannuleerd hebben.

Dit verweer slaagt. 4.2. Partijen hebben de correspondentie in geding gebracht. Uit die correspondentie blijkt niet van een ontbinding zoals bedoeld in artikel 11 van de algemene voorwaarden -daargelaten of er grond zijn om de vernietigbaarheid van dit artikel in te roepen. De vraag wat dan de status van de overeenkomst was nu tussen partijen vast staat dat de bruiloft op 15 augustus 2020 geen doorgang had en er toen ook geen werkzaamheden zijn verricht door [eiser] kan in het midden blijven nu de vordering uitdrukkelijk en enkel is gebaseerd op de stelling dat er sprake is van een ontbinding als bedoeld in artikel 11 van de voorwaarden. 4.3.

Omdat het verweer van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] slaagt, behoort de vordering van [eiser] te worden afgewezen. [eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] worden begroot op € 374,00 (2 x tarief € 187,00) als salaris voor de gemachtigde. 4.4. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5De beslissing

De kantonrechter 5.1. wijst de vordering af, 5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] gevallen en tot op heden begroot op € 374,00, 5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken. type: PLG coll: