Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2022:10000 ECLI:NL:RBLIM:2022:10000 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2022:10000 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2022:10000
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Wrakingskamer Zaaknummer: C/03/312144/HA RK 22-302 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoeker] wonende te [woonplaats] , verzoeker, dat strekt tot wraking van mr. R.P.J. Quaedackers, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

Legislator headnote

AI generated

artikel 37 lid 2 Rv; ECLI:NL:RBLIM:2022:10000 · Rechtbank Limburg: Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een verzoek tot wraking dient ingevolge artikel 37 lid 2 Rv gemotiveerd te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten of omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of onafhankelijk zal zijn. In artikel 4 lid 2 aanhef sub c van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg is bepaald dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet ontvankelijk kan verklaren indien het verzoek niet is gemotiveerd.

Keywords

AI generated
withdrawal of petition untimely request for extension statement of claim timeliness of recusal request insufficiently substantiated grievance application for prosecution

Cited Legislation

AI generated
artikel 37 lid 2 Rv
Een verzoek tot wraking dient ingevolge artikel 37 lid 2 Rv gemotiveerd te zijn.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Wrakingskamer Zaaknummer: C/03/312144/HA RK 22-302 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoeker] wonende te [woonplaats] , verzoeker, dat strekt tot wraking van mr. R.P.J. Quaedackers, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

1De procedure

Op 16 november 2022 is ter griffie het e-mailbericht ontvangen van verzoeker inhoudende een verzoek tot wraking van mr. R.P.J. Quaedackers, rechter in de zaak met nummer 10192831 CV EXPL 22-4841 tussen de Vereniging van Eigenaren als eisende en verzoeker als gedaagde partij.

2De beoordeling

Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een verzoek tot wraking dient ingevolge artikel 37 lid 2 Rv gemotiveerd te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten of omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of onafhankelijk zal zijn. In artikel 4 lid 2 aanhef sub c van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg is bepaald dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet ontvankelijk kan verklaren indien het verzoek niet is gemotiveerd.

Verzoeker heeft een dagvaarding ontvangen. In de vroege ochtend voorafgaand aan de rolzitting van 16 november 2022 heeft verzoeker zijn verzoek tot wraking van de rechter ingediend onder vermelding van de opmerking dat er namens de rechter bezwaar is gemaakt tegen zijn mailberichtgeving. De wrakingskamer overweegt dat de enkele stelling van verzoeker dat er namens de rechter bezwaar zou zijn gemaakt tegen zijn mailberichtgeving geen grond voor wraking is. Omdat er (ook) overigens door verzoeker geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die de rechterlijke onpartijdigheid zouden kunnen raken, voldoet het wrakingsverzoek niet aan de wettelijke motiveringsvereisten.

Het voorgaande brengt mee dat de wrakingskamer het verzoek wegens kennelijke niet ontvankelijkheid buiten behandeling zal laten.

3De beslissing

De wrakingskamer: - verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek. Deze beslissing is gegeven door H.M.J. Quaedvlieg, voorzitter, mr. A.K. Kleine en mr. C.G.A. Wouters, leden, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2022.