ECLI:NL:RBLIM:2021:6840 · Rechtbank Limburg
Legislator summary
AI generatedbeslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer: C/03/295067 / HA RK 21-264 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, dat strekt tot wraking van mr. J.W. Rijksen, rechter in de rechtbank Limburg (hierna: de rechter).
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBLIM:2021:6840 · Rechtbank Limburg: Op 30 juli 2021 is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker, inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 8598383/ CV EXPL 20-3002. De rechter heeft op 3 augustus 2021 de wrakingskamer bericht niet in het verzoek tot wraking te berusten en hij heeft de wrakingskamer zijn schriftelijke reactie doen toekomen. Op 6 augustus 2021 is ter griffie een e-mail van verzoeker ontvangen waarin hij zijn verzoek tot wraking in voornoemde zaak herhaalt.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer: C/03/295067 / HA RK 21-264 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, dat strekt tot wraking van mr. J.W. Rijksen, rechter in de rechtbank Limburg (hierna: de rechter).
1De procedure
Op 30 juli 2021 is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker, inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 8598383/ CV EXPL 20-3002. De rechter heeft op 3 augustus 2021 de wrakingskamer bericht niet in het verzoek tot wraking te berusten en hij heeft de wrakingskamer zijn schriftelijke reactie doen toekomen. Op 6 augustus 2021 is ter griffie een e-mail van verzoeker ontvangen waarin hij zijn verzoek tot wraking in voornoemde zaak herhaalt.
2De beoordeling
Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Wraking is echter niet mogelijk nadat de einduitspraak is gedaan (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998, NJ 1999, 271). Nu verzoeker op 30 juli 2021 zijn verzoek tot wraking heeft ingediend terwijl de rechter op 7 juli 2021 vonnis heeft gewezen in de zaak, staat het middel van wraking hem niet meer ter beschikking. Om die reden kan verzoeker niet in zijn verzoek tot wraking worden ontvangen. Artikel 4, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Limburg bepaalt dat de wrakingskamer in dat geval het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk kan verklaren.
3De beslissing
De wrakingskamer: - Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door mr. M.B.T.G. Steeghs, mr. F.L.G. Geisel en mr. W.Th.M. Raab en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2021. type: coll: