Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2021:6455 ECLI:NL:RBLIM:2021:6455 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2021:6455 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2021:6455
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht Zaaknummer: ROE 21/2116 Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2021 in de zaak tussen [bedrijfsnaam], te Sofia (Bulgarije), eiseres, en de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft beroep ingesteld (zo begrijpt de rechtbank) tegen het niet (tijdig) verstrekken van een btw-identificatienummer. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 1:3 van de Awb, artikel 6:12 van de Awb, artikel 8:71 van de Awb; ECLI:NL:RBLIM:2021:6455 · Rechtbank Limburg: Echter, omdat het een besluit is waarvan moet worden aangenomen dat het is genomen ingevolge een belastingwet, is artikel 26 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van toepassing. Daaruit volgt dat tegen besluiten die worden genomen ingevolge een belastingwet alleen beroep open staat als dat besluit in de belastingwet zelf is aangewezen als een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit. Besluiten over de toekenning of afwijzing van een btw-identificatienummer zijn niet als zodanig aangewezen. Rechtsbescherming tegen besluiten over de toekenning van btwidentificatienummers kan daarom alleen worden geboden door de burgerlijke rechter.

Keywords

AI generated
tax authorities taxpayer file inspection tax procedure tax compliance timeliness suspension of tax recovery security for tax claims

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 1:3 van de Awb
Wat de rechtsbescherming betreft heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het besluit tot toekenning of afwijzing van een btw-identificatienummer een besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.
artikel 6:12 van de Awb
Daardoor ontbreekt ook de mogelijkheid om op grond van artikel 6:12 van de Awb op te komen tegen het niet tijdig nemen van zo'n besluit.
artikel 8:71 van de Awb
De rechtbank zal dit, gelet op het bepaalde in artikel 8:71 van de Awb, in de beslissing vermelden.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht Zaaknummer: ROE 21/2116 Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2021 in de zaak tussen [bedrijfsnaam], te Sofia (Bulgarije), eiseres, en de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft beroep ingesteld (zo begrijpt de rechtbank) tegen het niet (tijdig) verstrekken van een btw-identificatienummer. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 13 april 2018 (ECLI:NL:HR:2018:505) volgt dat de Nederlandse wetgever geen voorschriften heeft opgesteld waarmee de toekenning of afwijzing van een btw-identificatienummer wordt geregeld. Daarom is geen bevoegd bestuursorgaan aangewezen en is evenmin de rechtsbescherming tegen besluiten over de toekenning geregeld. Uit de structuur van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de overige belastingwetten volgt echter wel dat verweerder in dit geval het bevoegde bestuursorgaan is. Wat de rechtsbescherming betreft heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het besluit tot toekenning of afwijzing van een btw-identificatienummer een besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.

Echter, omdat het een besluit is waarvan moet worden aangenomen dat het is genomen ingevolge een belastingwet, is artikel 26 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van toepassing. Daaruit volgt dat tegen besluiten die worden genomen ingevolge een belastingwet alleen beroep open staat als dat besluit in de belastingwet zelf is aangewezen als een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit. Besluiten over de toekenning of afwijzing van een btw-identificatienummer zijn niet als zodanig aangewezen. Rechtsbescherming tegen besluiten over de toekenning van btwidentificatienummers kan daarom alleen worden geboden door de burgerlijke rechter.

3. Het voorgaande betekent dat bij gebreke van een Nederlandse regeling een besluit tot toekenning of afwijzing van een btw-identificatienummer geen voor bezwaar en beroep vatbare beslissing is. Daardoor ontbreekt ook de mogelijkheid om op grond van artikel 6:12 van de Awb op te komen tegen het niet tijdig nemen van zo'n besluit. De bestuursrechter is derhalve niet bevoegd te oordelen over het ingestelde beroep. Er kan uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter worden ingesteld op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze. De rechtbank zal dit, gelet op het bepaalde in artikel 8:71 van de Awb, in de beslissing vermelden.

4. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank onbevoegd is om op het beroep van eiseres te beslissen.

5. In artikel 2.5, zesde lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2021 staat dat er geen griffierecht wordt geheven als de bestuursrechter onbevoegd is. Is er wel griffierecht betaald, dan wordt dit terugbetaald. De rechtbank heeft eiseres geen nota voor het griffierecht gestuurd. Daarom hoeft geen griffierecht terugbetaald te worden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep; - bepaalt dat ter zake het geschil tussen partijen uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld.

Deze beslissing is gedaan door mr. E.P.J. Rutten, rechter, in aanwezigheid van J.W.J.M. van Rijt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2021. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: 13 augustus 2021 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan door een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.