Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2021:5576 ECLI:NL:RBLIM:2021:5576 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2021:5576 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2021:5576
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTbANK Limburg Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/702550-17 (ontneming) Tegenspraak Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 9 juli 2021 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen: [verdachte 25] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951, wonende te [adresgegevens verdachte 25] , hierna te noemen: [verdachte 25] . [verdachte 25] wordt bijgestaan door mr. L.P.H. Hameleers, advocaat, kantoorhoudende te Roermond.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBLIM:2021:5576 · Rechtbank Limburg: Artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat op vordering van het Openbaar Ministerie aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij voormeld vonnis van 9 juli 2021 is [verdachte 25] vrijgesproken van al hetgeen aan haar ten laste is gelegd, zodat het Openbaar Ministerie nietontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

Keywords

AI generated
reopening of the investigation lack of persecution reopening of proceedings in absentia non-refoulement provisional release closure of criminal inquiry

Cited Legislation

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
9 juli 2021 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen: [verdachte 25] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951, wonende te [adresgegevens verdachte 25] , hierna te noemen: [verdachte 25] .
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTbANK Limburg Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/702550-17 (ontneming) Tegenspraak Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 9 juli 2021 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen: [verdachte 25] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951, wonende te [adresgegevens verdachte 25] , hierna te noemen: [verdachte 25] . [verdachte 25] wordt bijgestaan door mr. L.P.H. Hameleers, advocaat, kantoorhoudende te Roermond.

1Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van: 29, 30 en 31 maart 2021, 6, 7, 13, 14, 19, 21, 26 en 28 april 2021, 3, 4, 25, 26, 27 en 28 mei 2021 en op 9 juli 2021 is het onderzoek gesloten. [verdachte 25] is op 26 mei 2021 verschenen en haar raadsman is op meerdere dagen verschenen. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/702550-17. Op 9 juli 2021 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen. 2De vordering van de officier van justitie De vordering van het Openbaar Ministerie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte 25] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van dat geschatte voordeel. Het Openbaar Ministerie heeft dit bedrag geschat op 213.845,62 euro.

3Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat op vordering van het Openbaar Ministerie aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij voormeld vonnis van 9 juli 2021 is [verdachte 25] vrijgesproken van al hetgeen aan haar ten laste is gelegd, zodat het Openbaar Ministerie nietontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

4De beslissing

De rechtbank: - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze uitspraak is gegeven door mr. L.P. Bosma, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer en mr. O.A.G. Corten, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juli 2021.