Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2021:4401 ECLI:NL:RBLIM:2021:4401 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2021:4401 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2021:4401
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: 9174780 CV EXPL 21-2109 Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 21 mei 2021 in de zaak van de naar Nederlands recht rechtspersoonlijkheid bezittende stichting WONINGSTICHTING MEERSSEN, gevestigd en kantoorhoudend te Meerssen, eisende partij, gemachtigde mr. C.F.J. Leenarts tegen [gedaagde] , wonend te [woonplaats] , gedaagde partij, niet verschenen. Partijen worden nader aangeduid als Wonen Meerssen en [gedaagde] . 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 t/m 16 de mondelinge behandeling op 17 mei 2021 te 9.00 uur, het tijdens de behandeling tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

art. 7:213 BW, art. 254 Rv; ECLI:NL:RBLIM:2021:4401 · Rechtbank Limburg: Dat betekent dat de gevorderde veroordeling tot ontruiming van de door [gedaagde] gehuurde woning en de daarmee samenhangende vorderingen alleen kunnen worden toegewezen als met grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat een op art. 7:213 BW gebaseerde vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Bovendien moet Wonen Meerssen een spoedeisend belang hebben bij het treffen van de gevorderde voorziening. Dat belang moet zwaarder wegen dan het belang van [gedaagde] bij afwijzing van de vordering. Uit art. 254 Rv volgt immers dat de voorzieningenrechter (lees: de kantonrechter) alleen in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, bevoegd is om deze te geven. 2.4.

Keywords

AI generated
abusive claim by landlord over-indebtedness provision of false information extortion of excessive official fees intimidation lawsuit statutory duty to notify

Cited Legislation

AI generated
art. 7:213 BW
art. 254 Rv
Uit art. 254 Rv volgt immers dat de voorzieningenrechter (lees: de kantonrechter) alleen in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, bevoegd is om deze te geven.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: 9174780 CV EXPL 21-2109 Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 21 mei 2021 in de zaak van de naar Nederlands recht rechtspersoonlijkheid bezittende stichting WONINGSTICHTING MEERSSEN, gevestigd en kantoorhoudend te Meerssen, eisende partij, gemachtigde mr. C.F.J. Leenarts tegen [gedaagde] , wonend te [woonplaats] , gedaagde partij, niet verschenen. Partijen worden nader aangeduid als Wonen Meerssen en [gedaagde] . 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 t/m 16 de mondelinge behandeling op 17 mei 2021 te 9.00 uur, het tijdens de behandeling tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Wonen Meerssen verhuurt aan [gedaagde] , gelijk [gedaagde] van Wonen Meerssen huurt, de woonruimte, plaatselijk bekend [adres] te [woonplaats] . 2.2. Wonen Meerssen vordert -samengevat – de ontruiming van het gehuurde – met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure. 2.3. Bij de beoordeling van een vordering tot het treffen van een onmiddellijke voorziening moet de voorzieningenrechter zich – bij wijze van uitgangspunt – richten naar de waarschijnlijke uitkomst van een eventuele bodemprocedure.

Dat betekent dat de gevorderde veroordeling tot ontruiming van de door [gedaagde] gehuurde woning en de daarmee samenhangende vorderingen alleen kunnen worden toegewezen als met grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat een op art. 7:213 BW gebaseerde vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Bovendien moet Wonen Meerssen een spoedeisend belang hebben bij het treffen van de gevorderde voorziening. Dat belang moet zwaarder wegen dan het belang van [gedaagde] bij afwijzing van de vordering. Uit art. 254 Rv volgt immers dat de voorzieningenrechter (lees: de kantonrechter) alleen in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, bevoegd is om deze te geven. 2.4.

Alle omstandigheden en belangen van dit geval in aanmerking genomen is de kantonrechter van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat Wonen Meerssen op dit moment een zodanig spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorziening die strekt tot ontruiming van het gehuurde dat dit belang zwaarder dient te wegen dan de belangen van [gedaagde] . Wonen Meersen heeft als grond voor de door haar gevorderde ontruiming aangevoerd dat sprake is van zodanige overlast dat dit een ontbinding van de huurovereenkomst zou rechtvaardigen. Ter staving van deze stelling verwijst Wonen Meerssen naar de door haar overgelegde producties.

Een groot deel van deze producties heeft echter betrekking op overlast in 2018 en 2019. De overige producties (uit 2021) zijn antwoorden op een brief van de gemachtigde van Wonen Meerssen. Recente en uit eigener beweging geuite klachten van omwonenden zijn op dit moment niet voorhanden/kenbaar gemaakt. 2.5. Het vorenstaande leidt ertoe dat het gevorderde wegens gebrek aan voldoende spoedeisend belang zal worden afgewezen.

3De beslissing

De kantonrechter als voorzieningenrechter 3.1. wijst het gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2021. type: JvdH coll: