Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2021:3377 ECLI:NL:RBLIM:2021:3377 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2021:3377 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2021:3377
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 9025900 \ CV EXPL 21-840 Vonnis van de kantonrechter van 14 april 2021 in de zaak van: [eiser] , wonende [adres 1] , [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde mr. S.L. Smits-Emons, tegen: [gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam], wonende [adres 2] , [woonplaats 2] , gedaagde partij, gemachtigde mr. G.M.O. Puddu. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2021:3377 · Rechtbank Limburg: S.L. Smits-Emons, tegen: [gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam], wonende [adres 2] , [woonplaats 2] , gedaagde partij, gemachtigde mr. G.M.O. Puddu. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1.

Keywords

AI generated
extension of therapeutic measures deportation despite health issues late objection to debt enforcement failure to prove deterioration hearing impairment over-indebtedness
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 9025900 \ CV EXPL 21-840 Vonnis van de kantonrechter van 14 april 2021 in de zaak van: [eiser] , wonende [adres 1] , [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde mr. S.L. Smits-Emons, tegen: [gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam], wonende [adres 2] , [woonplaats 2] , gedaagde partij, gemachtigde mr. G.M.O. Puddu. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. 2.2. Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 106,01 griffierecht € 240,00 salaris gemachtigde € 311,00 (1 x tarief € 311,00) totaal € 657,01 2.3. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis. 2.4.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 124,00 aan nakosten salaris.

3De beslissing

De kantonrechter 3.1. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 5.625,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 5.000,00 vanaf 13 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 657,01, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 3.3. veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: - € 124,00 aan salaris gemachtigde, - te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, 3.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken. type: JEC