Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2021:1978 ECLI:NL:RBLIM:2021:1978 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2021:1978 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2021:1978
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8495940 CV EXPL 20-2002 Vonnis van de kantonrechter van 3 maart 2021 in de zaak van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gedaagde in incident] , handelend in haar hoedanigheid van wettelijke erfgenaam van [erflater], wonend te [woonplaats] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gedaagde in het incident, gemachtigde J. Terpstra, tegen 1de naamloze vennootschap AEGON BANK N.V., voorheen SPAARBELEG, statutair gevestigd te ’s-Gravenhage en kantoorhoudend aan de Thomas Malthusstraat 1-3 te Amsterdam, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, gemachtigde mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 71 Rv; ECLI:NL:RBLIM:2021:1978 · Rechtbank Limburg: Bij voormeld vonnis zijn Aegon en Finalim in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over hetgeen in r.o. 4.7 van dat vonnis is overwogen. 2.2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gedaagde in incident] heeft weliswaar haar vordering beperkt tot € 25.000,00 maar heeft geen afstand gedaan van het meerdere boven € 25.000,00. De kantonrechter ziet zich daarom genoodzaakt zich onbevoegd te verklaren en de zaak te verwijzen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken. 2.3. De kantonrechter zal de zaak jegens Finalim dan ook ingevolge artikel 71 Rv in de stand waarin deze zich thans bevindt verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank.

Keywords

AI generated
jurisdiction over consumer contracts resolution of jurisdictional dispute lack of territorial jurisdiction lack of prosecutorial standing party to proceedings judicial bias

Cited Legislation

AI generated
artikel 71 Rv
De kantonrechter zal de zaak jegens Finalim dan ook ingevolge artikel 71 Rv in de stand waarin deze zich thans bevindt verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8495940 CV EXPL 20-2002 Vonnis van de kantonrechter van 3 maart 2021 in de zaak van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gedaagde in incident] , handelend in haar hoedanigheid van wettelijke erfgenaam van [erflater], wonend te [woonplaats] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gedaagde in het incident, gemachtigde J. Terpstra, tegen 1de naamloze vennootschap AEGON BANK N.V., voorheen SPAARBELEG, statutair gevestigd te ’s-Gravenhage en kantoorhoudend aan de Thomas Malthusstraat 1-3 te Amsterdam, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, gemachtigde mr.

D.H. Huizer, 2de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FINALIM B.V., statutair gevestigd aan de Prof. Dumontstraat 35, 6419 BR Heerlen, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, eiseres in het incident, gemachtigde mr. M.A. Oberendorff-Ploemen. Partijen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gedaagde in incident] , Aegon en Finalim genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het vonnis van 18 november 2020 de akte van Aegon de akte van Finalim 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling in het incident 2.1.

Bij voormeld vonnis zijn Aegon en Finalim in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over hetgeen in r.o. 4.7 van dat vonnis is overwogen. 2.2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gedaagde in incident] heeft weliswaar haar vordering beperkt tot € 25.000,00 maar heeft geen afstand gedaan van het meerdere boven € 25.000,00. De kantonrechter ziet zich daarom genoodzaakt zich onbevoegd te verklaren en de zaak te verwijzen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken. 2.3. De kantonrechter zal de zaak jegens Finalim dan ook ingevolge artikel 71 Rv in de stand waarin deze zich thans bevindt verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank.

De zaak jegens Aegon zal, gelet op hetgeen in r.o. 4.1. van voormeld vonnis en hiervoor is overwogen in de stand waarin deze zich thans bevindt worden verwezen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank Amsterdam. 2.4. De kantonrechter wijst er volledigheidshalve op dat partijen zich na verwijzing dienen te laten vertegenwoordigen door een advocaat. Tevens is [eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gedaagde in incident] na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd. Ook zijn Finalim en Aegon na verwijzing griffierecht verschuldigd.

3De beslissing

De kantonrechter: in het incident 3.1. verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen kennis te nemen, 3.2. verwijst de zaak jegens Aegon, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank Amsterdam, 3.3. verwijst de zaak jegens Finalim, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, 3.4. deelt partijen mede dat zij in het vervolg van deze procedure alleen kunnen procederen bij advocaat, 3.5. wijst partijen erop dat de kamer voor andere zaken dan kantonzaken zal beslissen over de proceskosten in deze procedure, waaronder het door de kantonrechter berekende griffierecht van € 499,00 voor [eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gedaagde in incident] , 3.6. wijst [eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gedaagde in incident] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl, 3.7. wijst Aegon en Finalim erop dat na verwijzing griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl, in de hoofdzaak 3.8. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. R.H.J. Otto. CJ