Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2020:9421 ECLI:NL:RBLIM:2020:9421 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:9421 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2020:9421
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8772327 \ CV EXPL 20-4568 Vonnis van de kantonrechter van 25 november 2020 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CAK VOLMACHT B.V., in hoedanigheid van gevolmachtigde van de naamloze vennootschap NATIONAL ACADEMIC VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V., gevestigd te Dordrecht, eisende partij, gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 21 Rv; ECLI:NL:RBLIM:2020:9421 · Rechtbank Limburg: De totale achterstand bedraagt volgens eisende partij € 103,66. Daarnaast is gedaagde partij aan haar de wettelijke rente verschuldigd. Eisende partij berekent de wettelijke rente tot 26 augustus 2020 op € 0,82. Voorts stelt zij dat gedaagde partij aan haar een vergoeding van € 48,40 voor buitengerechtelijke kosten inclusief btw verschuldigd is. Na interventie van de gemachtigde van eisende partij heeft gedaagde partij nog een bedrag van € 35,73 betaald. 2.3. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.4.

Keywords

AI generated
installment payments late payment of fees pension overpayment setoff allocation of debt payments refund of withholding tax payment of cost deposit

Cited Legislation

AI generated
artikel 21 Rv
Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8772327 \ CV EXPL 20-4568 Vonnis van de kantonrechter van 25 november 2020 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CAK VOLMACHT B.V., in hoedanigheid van gevolmachtigde van de naamloze vennootschap NATIONAL ACADEMIC VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V., gevestigd te Dordrecht, eisende partij, gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Eisende partij vordert – samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van een bedrag van € 117,15, te vermeerderen met rente en kosten. 2.2. Ter onderbouwing van haar vordering voert eisende partij (samengevat) het volgende aan. Eisende partij heeft op grond van een met gedaagde partij gesloten autoverzekeringsovereenkomst bedragen bij gedaagde partij in rekening gebracht.

De totale achterstand bedraagt volgens eisende partij € 103,66. Daarnaast is gedaagde partij aan haar de wettelijke rente verschuldigd. Eisende partij berekent de wettelijke rente tot 26 augustus 2020 op € 0,82. Voorts stelt zij dat gedaagde partij aan haar een vergoeding van € 48,40 voor buitengerechtelijke kosten inclusief btw verschuldigd is. Na interventie van de gemachtigde van eisende partij heeft gedaagde partij nog een bedrag van € 35,73 betaald. 2.3. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.4.

De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet. 2.5. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’). 2.6. De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden. 2.7. Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. 2.8.

De vordering ten aanzien van de hoofdsom staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. 2.9. Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. Alvorens aanspraak bestaat op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, moet kunnen worden vastgesteld dat en met ingang van welke datum gedaagde partij in verzuim is.

Nu eisende partij echter heeft nagelaten te stellen vanaf welke datum gedaagde partij in verzuim is, kunnen de buitengerechtelijke incassokosten niet worden toegewezen. 2.10. Nu eisende partij niet voldoende specifiek heeft gesteld met ingang van welke datum gedaagde partij met de betaling van de aan de hoofdsom onderliggende factuur in verzuim is, zal de wettelijke rente (over de resterende hoofdsom) worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Door de daad van dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden. 2.11. Gelet op de deelbetaling van € 35,73 zal er een bedrag van € 67,93 worden toegewezen. 2.12.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 105,09 griffierecht € 124,00 salaris gemachtigde € 36,00 (1 x tarief € 36,00) totaal € 265,09 3De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 67,93, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 september 2020 tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 265,09, 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken. type: JEC