Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2020:9092 ECLI:NL:RBLIM:2020:9092 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:9092 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2020:9092
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8741571 \ CV EXPL 20-4225 Vonnis van de kantonrechter van 18 november 2020 in de zaak van: STICHTING WOONPUNT, gevestigd te Maastricht, eisende partij, gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders, tegen: JOHANNA PETRONELLA MARIA VERKOULEN, wonend [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde mr. D.M. Gijzen, advocaat. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het antwoord van gedaagde partij - het proces-verbaal van de op 12 november 2020 gehouden mondelinge behandeling. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

art. 7:280 BW; ECLI:NL:RBLIM:2020:9092 · Rechtbank Limburg: Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen. 2.2. Gedaagde verzoekt nog wel een termijn van een maand (een terme de grace) om de huurachterstand te kunnen voldoen in de zin van art. 7:280 BW, doch nu de huurachterstand na dagvaarden slechts is toegenomen, geen enkel inzicht wordt gegeven in de (te verwachten) financiële positie van gedaagde en gedaagde bovendien niet bij de mondelinge behandeling is verschenen, wijst de kantonrechter dat verzoek af. 2.3.

Keywords

AI generated
rent arrears deferral of payment late payment of fees payment by instalments deferral of pension back payment

Cited Legislation

AI generated
art. 7:280 BW
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8741571 \ CV EXPL 20-4225 Vonnis van de kantonrechter van 18 november 2020 in de zaak van: STICHTING WOONPUNT, gevestigd te Maastricht, eisende partij, gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders, tegen: JOHANNA PETRONELLA MARIA VERKOULEN, wonend [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde mr. D.M. Gijzen, advocaat. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het antwoord van gedaagde partij - het proces-verbaal van de op 12 november 2020 gehouden mondelinge behandeling. 1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen. 2.2. Gedaagde verzoekt nog wel een termijn van een maand (een terme de grace) om de huurachterstand te kunnen voldoen in de zin van art. 7:280 BW, doch nu de huurachterstand na dagvaarden slechts is toegenomen, geen enkel inzicht wordt gegeven in de (te verwachten) financiële positie van gedaagde en gedaagde bovendien niet bij de mondelinge behandeling is verschenen, wijst de kantonrechter dat verzoek af. 2.3.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 102,96 griffierecht € 499,00 salaris gemachtigde € 480,00 totaal € 1.081,96 3De beslissing De kantonrechter 3.1. ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] , 3.2. veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen, 3.3. veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 4.415,15 (waarvan een bedrag van € 3.803,65 aan huurachterstand tot en met augustus 2020 en een bedrag van € 611,50 inclusief BTW aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 24 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling, 3.4. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 680,57 voor elke ingegane maand met ingang van 1 september 2020 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd, 3.5. veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.081,96, 3.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.