Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2020:9061 ECLI:NL:RBLIM:2020:9061 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:9061 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2020:9061
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8694682 \ CV EXPL 20-3832 Vonnis van de kantonrechter van 11 november 2020 in de zaak van: de stichting STICHTING ZUYD HOGESCHOOL, gevestigd te Heerlen, eisende partij, gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven, tegen: [gedaagde partij] , wonend [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het antwoord van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:9061 · Rechtbank Limburg: Gerechtsdeurwaarders Eindhoven, tegen: [gedaagde partij] , wonend [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het antwoord van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8694682 \ CV EXPL 20-3832 Vonnis van de kantonrechter van 11 november 2020 in de zaak van: de stichting STICHTING ZUYD HOGESCHOOL, gevestigd te Heerlen, eisende partij, gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven, tegen: [gedaagde partij] , wonend [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het antwoord van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1.

Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen. 2.2. Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 105,09 griffierecht € 499,00 salaris gemachtigde € 180,00 totaal € 784,09 3De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.281,23 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1053,98 vanaf 21 juli 2020 tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 784,09, 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken. type: IT coll: