Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2020:8843 ECLI:NL:RBLIM:2020:8843 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:8843 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2020:8843
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8757058 \ CV EXPL 20-4382 Vonnis van de kantonrechter van 11 november 2020 in de zaak van: de stichting STICHTING WOONPUNT, gevestigd te Maastricht, eisende partij, gemachtigde P.M.F. Otten, tegen: [gedaagde partij] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.2.

Legislator headnote

AI generated

artikel 21 Rv; ECLI:NL:RBLIM:2020:8843 · Rechtbank Limburg: Otten, tegen: [gedaagde partij] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.2.

Keywords

AI generated
untimely advance on costs unjustified procedural delay untimely notification of defects procedural costs time limits for seeking redress restoration of deadline

Cited Legislation

AI generated
artikel 21 Rv
Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8757058 \ CV EXPL 20-4382 Vonnis van de kantonrechter van 11 november 2020 in de zaak van: de stichting STICHTING WOONPUNT, gevestigd te Maastricht, eisende partij, gemachtigde P.M.F. Otten, tegen: [gedaagde partij] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.2.

De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet. 2.3. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’). 2.4. De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden. 2.5. Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord.

De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen met dien verstande dat er een redelijke ontruimingstermijn van twee weken gehanteerd zal moeten worden. 2.6. Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 102,96 griffierecht € 499,00 salaris gemachtigde € 180,00 (1 x tarief € 180,00) totaal € 781,96 3De beslissing De kantonrechter 3.1. ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [plaats] aan [adres] , 3.2. veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen, 3.3. veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 2.431,55, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 7 september 2020 tot de dag van volledige betaling, 3.4. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 589,97 voor elke ingegane maand met ingang van 1 oktober 2020 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd, 3.5. veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 781,96, 3.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.