Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2020:8358 ECLI:NL:RBLIM:2020:8358 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:8358 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2020:8358
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8727376 \ CV EXPL 20-4123 Vonnis van de kantonrechter van 28 oktober 2020 in de zaak van: [eiseres] , wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde Vaessen Gerechtsdeurwaarders B.V., tegen: [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats 2] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:8358 · Rechtbank Limburg: 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8727376 \ CV EXPL 20-4123 Vonnis van de kantonrechter van 28 oktober 2020 in de zaak van: [eiseres] , wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde Vaessen Gerechtsdeurwaarders B.V., tegen: [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats 2] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord.

De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. 2.2. De vordering met betrekking tot de beslagkosten is, gelet op het bepaalde in artikel 706 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op: explootkosten € 332,83 griffierecht € 304,00 salaris gemachtigde € 210,00 (1 x tarief € 120,00) Totaal € 846,83 2.3. Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 102,95 griffierecht € 0,00 salaris gemachtigde € 210,00 (1 x tarief € 210,00) totaal € 312,95 3De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.968,13, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.500,00 vanaf 14 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt gedaagde partij in de aan de zijde van eisende partij gerezen beslagkosten, welke worden begroot op € 846,83, 3.3. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 312,95, 3.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken. type: JEC