Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2020:8217 ECLI:NL:RBLIM:2020:8217 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:8217 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2020:8217
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/283304 / HA ZA 20-501 Vonnis van 21 oktober 2020 in de zaak van [eiser] , wonend te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. A.F.G. Bergmans-Jeurissen, tegen [gedaagde] , wonend te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. M. Woisch. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 t/m 9 het B2-formulier waarbij mr. Woisch zich op de rol van 7 oktober 2020 voor gedaagde als advocaat heeft gesteld. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

art. 99 Rv; ECLI:NL:RBLIM:2020:8217 · Rechtbank Limburg: Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Alvorens inhoudelijk op het gevorderde in te gaan, dient vast te staan of de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht bevoegd is om van het gevorderde kennis te nemen. 2.2. De rechtbank is absoluut bevoegd in een zaak als de onderhavige (art. 93 b Rv). De zaak is bij de juiste rechter aanhangig gemaakt. 2.3. Gelet op de woonplaats van gedaagde (art. 99 Rv) is de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht ook relatief bevoegd om van het gevorderde kennis te nemen. 2.4. Onderhavige zaak zal echter niet door de Rechtbank Limburg in behandeling worden genomen.

Keywords

AI generated
art. 99 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 99 Rv
Gelet op de woonplaats van gedaagde (art. 99 Rv) is de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht ook relatief bevoegd om van het gevorderde kennis te nemen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/283304 / HA ZA 20-501 Vonnis van 21 oktober 2020 in de zaak van [eiser] , wonend te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. A.F.G. Bergmans-Jeurissen, tegen [gedaagde] , wonend te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. M. Woisch. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 t/m 9 het B2-formulier waarbij mr. Woisch zich op de rol van 7 oktober 2020 voor gedaagde als advocaat heeft gesteld. 1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Alvorens inhoudelijk op het gevorderde in te gaan, dient vast te staan of de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht bevoegd is om van het gevorderde kennis te nemen. 2.2. De rechtbank is absoluut bevoegd in een zaak als de onderhavige (art. 93 b Rv). De zaak is bij de juiste rechter aanhangig gemaakt. 2.3. Gelet op de woonplaats van gedaagde (art. 99 Rv) is de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht ook relatief bevoegd om van het gevorderde kennis te nemen. 2.4. Onderhavige zaak zal echter niet door de Rechtbank Limburg in behandeling worden genomen.

Reden daarvoor is gelegen in het feit dat de partner van gedaagde werkzaam is bij de Rechtbank Limburg. 2.5. Om iedere schijn van partijdigheid uit te sluiten, heeft de rechtbank besloten om de zaak op grond van het bepaalde in artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie te verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Oost-Brabant, Burgerlijk Recht, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch. 2.6. Vanuit de zittingsplaats ’s-Hertogenbosch zullen partijen vervolgens in kennis worden gesteld over de voortgang van de procedure.

3De beslissing

De rechtbank 3.1. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Oost-Brabant, Burgerlijk Recht, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, 3.2. bepaalt dat de zaak aldaar op de rol zal komen van woensdag 4 november 2020 voor beraad zaaksrechter. Deze beslissing is gegeven door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken. type: AH coll: