Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2020:8146 ECLI:NL:RBLIM:2020:8146 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:8146 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2020:8146
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8668675 \ CV EXPL 20-3609 Vonnis van de kantonrechter van 21 oktober 2020 in de zaak van: de naamloze vennootschap ASR SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Utrecht, eisende partij, gemachtigde mr. G.R.M. van den Assum, tegen: [geboorteplaats] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:119 BW; ECLI:NL:RBLIM:2020:8146 · Rechtbank Limburg: G.R.M. van den Assum, tegen: [geboorteplaats] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1.

Keywords

AI generated
deadline for payment payment by instalments payment of interest costs of late payment restoration of deadline back payment

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:119 BW
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8668675 \ CV EXPL 20-3609 Vonnis van de kantonrechter van 21 oktober 2020 in de zaak van: de naamloze vennootschap ASR SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Utrecht, eisende partij, gemachtigde mr. G.R.M. van den Assum, tegen: [geboorteplaats] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. 2.2. Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 105,09 griffierecht € 996,00 salaris gemachtigde € 360,00 (1 x tarief € 360,00) totaal € 1.461,09 2.3. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis. 2.4.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 120,00 aan nakosten salaris.

3De beslissing

De kantonrechter 3.1. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 12.887,56, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 11.806,95 vanaf 7 januari 2019 tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.461,09, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 3.3. veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: - € 120,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening, - te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening, 3.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken. type: JEC