ECLI:NL:RBLIM:2020:7461 · Rechtbank Limburg
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8663405 \ CV EXPL 20-3520 Vonnis van de kantonrechter van 30 september 2020 in de zaak van: [eiseres] , wonende [adres] , [woonplaats] , eisende partij, gemachtigde mr. E.P.L. Amkreutz, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOURS SOLUTIONS B.V., gevestigd Klingstraat 12 6431 BR Hoensbroek, gemeente Heerlen, gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBLIM:2020:7461 · Rechtbank Limburg: E.P.L. Amkreutz, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOURS SOLUTIONS B.V., gevestigd Klingstraat 12 6431 BR Hoensbroek, gemeente Heerlen, gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2.
Full text
RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8663405 \ CV EXPL 20-3520 Vonnis van de kantonrechter van 30 september 2020 in de zaak van: [eiseres] , wonende [adres] , [woonplaats] , eisende partij, gemachtigde mr. E.P.L. Amkreutz, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOURS SOLUTIONS B.V., gevestigd Klingstraat 12 6431 BR Hoensbroek, gemeente Heerlen, gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten zal worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding, aangezien niet is gesteld of gebleken dat de wederpartij voor de vergoeding van deze kosten eerder dan bij dagvaarding in gebreke is gesteld. 2.2. Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure.
De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 108,54 griffierecht € 236,00 salaris gemachtigde € 210,00 (1 x tarief € 210,00) totaal € 554,54 2.3. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.
3De beslissing
De kantonrechter 3.1. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 3.386,44, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.964,70 vanaf 3 januari 2020 en over € 421,47 vanaf 10 juli 2020, een en ander tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 554,54, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken. type: JEC