Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2020:7240 ECLI:NL:RBLIM:2020:7240 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:7240 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2020:7240
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8692390 \ CV EXPL 20-3797 Vonnis van de kantonrechter van 23 september 2020 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOL.COM B.V., gevestigd te Amsterdam, eisende partij, gemachtigde GGN Mastering Credit B.V., tegen: [gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam] , in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [onderbewindgestelde], mede kantoorhoudende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

artikel 21 Rv; ECLI:NL:RBLIM:2020:7240 · Rechtbank Limburg: Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.2. De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet. 2.3. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’). 2.4.

Keywords

AI generated
consumer law action for price reduction partial claim consumer credit revocation party costs consumer credit agreement

Cited Legislation

AI generated
artikel 21 Rv
Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8692390 \ CV EXPL 20-3797 Vonnis van de kantonrechter van 23 september 2020 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOL.COM B.V., gevestigd te Amsterdam, eisende partij, gemachtigde GGN Mastering Credit B.V., tegen: [gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam] , in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [onderbewindgestelde], mede kantoorhoudende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord. 1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.2. De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet. 2.3. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’). 2.4.

De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden. 2.5. Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen. 2.6. Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 86,85 griffierecht € 499,00 salaris gemachtigde € 120,00 (1 x tarief € 120,00) totaal € 705,85 3De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 574,41, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 483,83 vanaf 15 juli 2020 tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 705,85, 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken. type: JEC