ECLI:NL:RBLIM:2020:7115 · Rechtbank Limburg
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8604254 \ CV EXPL 20-2957 Vonnis van de kantonrechter van 26 augustus 2020 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B&G HEKWERK B.V., gevestigd te Veldhoven, eisende partij, gemachtigde Trust Krediet Beheer B.V., tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam bv] , kantoorhoudende [adres] , [vestigingsplaats] , gedaagde partij, verschenen bij [naam] . 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBLIM:2020:7115 · Rechtbank Limburg: 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2.
Full text
RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8604254 \ CV EXPL 20-2957 Vonnis van de kantonrechter van 26 augustus 2020 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B&G HEKWERK B.V., gevestigd te Veldhoven, eisende partij, gemachtigde Trust Krediet Beheer B.V., tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam bv] , kantoorhoudende [adres] , [vestigingsplaats] , gedaagde partij, verschenen bij [naam] . 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. 2.2. Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 87,99 griffierecht € 996,00 salaris gemachtigde € 480,00 (1 x tarief € 480,00) totaal € 1.563,99 3De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 24.081,11, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artt. 6:119a jo. 120 lid 2 BW over € 22.486,09 vanaf 6 juni 2020 tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.563,99, 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken. type: JEC