Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2020:6553 ECLI:NL:RBLIM:2020:6553 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:6553 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2020:6553
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8654557 \ CV EXPL 20-3456 Vonnis van de kantonrechter van 2 september 2020 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INFOMEDICS B.V., m.h.o.d.n. INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA, gevestigd te Almere, eisende partij, gemachtigde Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

artikel 21 Rv; ECLI:NL:RBLIM:2020:6553 · Rechtbank Limburg: Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. 2.2. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.3. De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet. 2.4. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’). 2.5.

Keywords

AI generated
jurisdiction over consumer contracts action for payment consumer credit agreement european order for payment procedure costs of late payment consumer behaviour

Cited Legislation

AI generated
artikel 21 Rv
Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 8654557 \ CV EXPL 20-3456 Vonnis van de kantonrechter van 2 september 2020 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INFOMEDICS B.V., m.h.o.d.n. INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA, gevestigd te Almere, eisende partij, gemachtigde Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het verzoek om uitstel van gedaagde partij. 1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. 2.2. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 2.3. De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet. 2.4. Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’). 2.5.

De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden. 2.6. De vordering van eisende partij staat als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. 2.7. Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 86,85 griffierecht € 124,00 salaris gemachtigde € 36,00 (1 x tarief € 36,00) totaal € 246,85 3De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 136,01, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 17 juli 2020 tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 246,85, 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken. type: JEC