Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2020:6457 ECLI:NL:RBLIM:2020:6457 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:6457 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2020:6457
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer: C/03/279606 / KG ZA 20-258 Vonnis in kort geding van 29 juli 2020 in de zaak van de naamloze vennootschap DOCMORRIS N.V., gevestigd te Heerlen, eiseres, advocaat mr. E.J.H. Gielen; tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOLT HOLDING B.V., zonder bekende vestigingsplaats, gedaagde, niet verschenen. 1Het verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met de producties 1 t/m 15; het ter zitting overgelegde afschrift van de oproeping in de Staatscourant; de mondelinge behandeling op 28 juli 2020; het tijdens de behandeling tegen gedaagde verleende verstek. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:119a BW, artikel 6:119 BW; ECLI:NL:RBLIM:2020:6457 · Rechtbank Limburg: Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen, behoudens het navolgende. 2.2. De primair over de vordering sub 1 gevorderde wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW moet worden afgewezen. Krachtens het bepaalde in artikel 6:119a BW is wettelijke handelsrente enkel verschuldigd bij niet-tijdige betaling van hetgeen op grond van de overeenkomst is verschuldigd, en niet in geval van een ongedaanmakings-verbintenis na ontbinding van een overeenkomst. 2.3.

Keywords

AI generated
artikel 6:119a BW artikel 6:119 BW

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:119a BW
De primair over de vordering sub 1 gevorderde wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW moet worden afgewezen.
artikel 6:119 BW
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 2.178.000,-- binnen een termijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, met ingang van 5 mei 2020, tot de dag van volledige betaling; 3.2.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer: C/03/279606 / KG ZA 20-258 Vonnis in kort geding van 29 juli 2020 in de zaak van de naamloze vennootschap DOCMORRIS N.V., gevestigd te Heerlen, eiseres, advocaat mr. E.J.H. Gielen; tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOLT HOLDING B.V., zonder bekende vestigingsplaats, gedaagde, niet verschenen. 1Het verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met de producties 1 t/m 15; het ter zitting overgelegde afschrift van de oproeping in de Staatscourant; de mondelinge behandeling op 28 juli 2020; het tijdens de behandeling tegen gedaagde verleende verstek. 1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen, behoudens het navolgende. 2.2. De primair over de vordering sub 1 gevorderde wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW moet worden afgewezen. Krachtens het bepaalde in artikel 6:119a BW is wettelijke handelsrente enkel verschuldigd bij niet-tijdige betaling van hetgeen op grond van de overeenkomst is verschuldigd, en niet in geval van een ongedaanmakings-verbintenis na ontbinding van een overeenkomst. 2.3.

De vordering sub 4 tot het verschaffen van een certificaat in de zin van artikel 53 Brussel I-bis, moet worden afgewezen, nu de betekening van de inleidende dagvaarding niet is geschied op een van de in artikel 13 t/m 15 van in de Verordening (EG) nr. 805/2004 (van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen) voorgeschreven wijzen. 2.4. Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op: - betekening dagvaarding € 83,38; - griffierecht € 4.131,00; - kosten beslag € 467,69; - salaris advocaat € 1.266,00; (1 punt dagvaarding + 1 punt verzoek beslag) Totaal € 5.948,07.

3De beslissing

De voorzieningenrechter: 3.1. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 2.178.000,-- binnen een termijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, met ingang van 5 mei 2020, tot de dag van volledige betaling; 3.2. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 6.775,--, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis, tot aan de dag van volledige voldoening; 3.3. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 5.948,07, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis, tot de dag van volledige betaling; 3.4. veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening; 3.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken. type: MT