Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2020:4036 ECLI:NL:RBLIM:2020:4036 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:4036 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2020:4036
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer: C/03/277837 / HA RK 20-107 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoekster] , wonende [adres verzoekster] , te [woonplaats verzoekster] , hierna genoemd, verzoekster, indienster van een verzoek dat strekt tot wraking van mr. T.M. Schelfhout, rechter in deze rechtbank, hierna: de rechter.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBLIM:2020:4036 · Rechtbank Limburg: Verzoekster heeft op 9 mei 2020 bij fax- en e-mailbericht, gericht aan de sector bestuursrecht en de wrakingskamer, een verzoek tot wraking ingediend in de zaken ROE 19/2239, ROE 19/2285, ROE 19/2947, ROE 19/3177, ROE 19/3304 en ROE 19/3463. De rechter heeft op 12 mei 2020 schriftelijk gereageerd en verwoord dat de verzoeken tot wraking hem geen aanleiding geven om in de verzoeken tot wraking te berusten. 2De beoordeling 2.1 Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Keywords

AI generated
lack of prosecutorial standing unproven judicial bias partial claim implausible testimony default of counsel proper reasons for non-use

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht
2De beoordeling 2.1 Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer: C/03/277837 / HA RK 20-107 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoekster] , wonende [adres verzoekster] , te [woonplaats verzoekster] , hierna genoemd, verzoekster, indienster van een verzoek dat strekt tot wraking van mr. T.M. Schelfhout, rechter in deze rechtbank, hierna: de rechter.

1De procedure

Verzoekster heeft op 9 mei 2020 bij fax- en e-mailbericht, gericht aan de sector bestuursrecht en de wrakingskamer, een verzoek tot wraking ingediend in de zaken ROE 19/2239, ROE 19/2285, ROE 19/2947, ROE 19/3177, ROE 19/3304 en ROE 19/3463. De rechter heeft op 12 mei 2020 schriftelijk gereageerd en verwoord dat de verzoeken tot wraking hem geen aanleiding geven om in de verzoeken tot wraking te berusten. 2De beoordeling 2.1 Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Daarbij dienen feiten en omstandigheden worden gesteld die de rechter betreffen tegen wie het wrakingsverzoek zich richt. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend tegen individuele rechters die een zaak behandelen. 2.2 De wrakingskamer stelt vast dat de in het wrakingsverzoek genoemde rechter als behandelende rechter nog geen enkele bemoeienis met de zaken heeft gehad, ook niet op een eerder moment. Verzoekster heeft ook zelf in haar verzoek geen concrete feiten of omstandigheden genoemd die tot de rechter te herleiden zijn.

Voorts biedt de wet niet de mogelijkheid van wraking van rechters die (nog) geen betrokkenheid met de zaken hebben gehad, zoals verzoekster heeft gedaan. De wrakingskamer is daarom van oordeel dat verzoekster niet kan worden ontvangen in haar verzoek. 2.3 Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid wordt verzoekster in haar verzoek tot wraking, overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder d, gelezen in samenhang met artikel 4.3 van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg zonder behandeling ter zitting kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

3De beslissing

De wrakingskamer: verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.J. Otto, mr. R.A.J. van Leeuwen en mr. R.M.M. Kleijkers, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2020. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open. type: coll: