Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2020:10514 ECLI:NL:RBLIM:2020:10514 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2020:10514 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2020:10514
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond zaaknummer / rolnummer: C/03/284896 / HA ZA 20-570 Vonnis van 30 december 2020 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats 1] , eiseres, advocaat mr. I. Ligtelijn-Huisman te Roermond, tegen [eiser] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, niet verschenen. Partijen worden hierna [eiseres] en [eiser] genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 3 november 2020 met producties 1 tot en met 11; het tegen [eiser] verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 3:185 Burgerlijk Wetboek; ECLI:NL:RBLIM:2020:10514 · Rechtbank Limburg: Uit de stellingen van [eiseres] volgt namelijk niet dat partijen afspraken hebben gemaakt over de (wijze van) verdeling van de woning of dat de rechtbank op grond van artikel 3:185 Burgerlijk Wetboek de wijze van verdeling heeft gelast dan wel de verdeling zelf heeft vastgesteld. Verdeling van de woning wordt ook niet gevorderd in het petitum van de dagvaarding. Dit betekent dat de vordering onder I zal worden afgewezen. 2.4. Ten aanzien van de vorderingen onder II tot en met VI van het petitum van de dagvaarding overweegt de rechtbank dat deze alleen kunnen worden toegewezen als de vordering onder I wordt toegewezen.

Keywords

AI generated
transfer of property duty to develop land liquidation of real estate access to property forced auction of property right of repossession

Cited Legislation

AI generated
artikel 3:185 Burgerlijk Wetboek
Uit de stellingen van [eiseres] volgt namelijk niet dat partijen afspraken hebben gemaakt over de (wijze van) verdeling van de woning of dat de rechtbank op grond van artikel 3:185 Burgerlijk Wetboek de wijze van verdeling heeft gelast dan wel de verdeling zelf heeft vastgesteld.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond zaaknummer / rolnummer: C/03/284896 / HA ZA 20-570 Vonnis van 30 december 2020 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats 1] , eiseres, advocaat mr. I. Ligtelijn-Huisman te Roermond, tegen [eiser] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, niet verschenen. Partijen worden hierna [eiseres] en [eiser] genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 3 november 2020 met producties 1 tot en met 11; het tegen [eiser] verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad en zijn eigenaar van de woning gelegen te [plaats] , [adres] (hierna: de woning). De woning is belast met een hypothecaire geldlening. Aan de hypothecaire geldlening is een levensverzekering verbonden. 2.2. De vordering onder I van het petitum van de dagvaarding strekt ertoe de medewerking van [eiser] af te dwingen aan verkoop van de woning aan een derde. 2.3. De rechtbank overweegt dat de vordering onder I haar ongegrond voorkomt omdat een juridische grondslag op basis waarvan [eiser] mee zou moeten werken aan verkoop van de woning ontbreekt.

Uit de stellingen van [eiseres] volgt namelijk niet dat partijen afspraken hebben gemaakt over de (wijze van) verdeling van de woning of dat de rechtbank op grond van artikel 3:185 Burgerlijk Wetboek de wijze van verdeling heeft gelast dan wel de verdeling zelf heeft vastgesteld. Verdeling van de woning wordt ook niet gevorderd in het petitum van de dagvaarding. Dit betekent dat de vordering onder I zal worden afgewezen. 2.4. Ten aanzien van de vorderingen onder II tot en met VI van het petitum van de dagvaarding overweegt de rechtbank dat deze alleen kunnen worden toegewezen als de vordering onder I wordt toegewezen.

Aangezien daarvan geen sprake is, zullen de vorderingen onder II tot en met VI worden afgewezen. 2.5. Met betrekking tot de proceskosten overweegt de rechtbank dat deze, gelet op de relatie die partijen hebben gehad, tussen partijen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3De beslissing

De rechtbank 3.1. wijst de vorderingen af, 3.2. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. Y.J.C.A. Roeffen en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M.P. Drijkoningen op 30 december 2020. type: CL coll: