Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2019:9398 ECLI:NL:RBLIM:2019:9398 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2019:9398 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2019:9398
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: 8105376 / CV EXPL 19-6878 Vonnis in kort geding van 22 oktober 2019 van de kamer voor kantonzaken in de zaak van CBRE DHC MAASTRICHT (GROTE STAAT) B.V., gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, eiseres, advocaat mr. T.H.G. Steenmetser, tegen HBC NETHERLANDS B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. B.N. Cammelbeek. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de kopie van de dagvaarding zonder de aangekondigde producties; het schrijven van mr. Boumans namens CBRE van 18 oktober 2019 met het verzoek deze zaak aan te brengen en te verwijzen naar de rechtbank Den Haag; het schrijven van mr. Cammelbeek van 18 oktober 2019 waarin namens HBC wordt bevestigt dat HBC akkoord gaat met verwijzing van de zaak met kenmerk 8105376 CV 19-6878 naar de rechtbank Den Haag zonder verdere mondelinge behandeling. 1.2. Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2019:9398 · Rechtbank Limburg: De voorzieningenrechter In het incident: 3.1 verwijst de zaak voor verdere behandeling naar de rechtbank Den Haag, kort geding; 3.2 begrijpt dat de behandeling van deze zaak kan worden voortgezet op 12 november 2019, 14.15 uur in de rechtbank Den Haag, op welke datum en tijdstip (ook) de mondelinge behandeling plaatsvindt van het kort geding met kenmerk 8097937 RL EXPL 19-23467; 3.3 wijst het meer of anders gevorderde af. Verder in het incident en in de hoofdzaak 3.4 houdt iedere verdere beslissing aan Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2019.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: 8105376 / CV EXPL 19-6878 Vonnis in kort geding van 22 oktober 2019 van de kamer voor kantonzaken in de zaak van CBRE DHC MAASTRICHT (GROTE STAAT) B.V., gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, eiseres, advocaat mr. T.H.G. Steenmetser, tegen HBC NETHERLANDS B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. B.N. Cammelbeek. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de kopie van de dagvaarding zonder de aangekondigde producties; het schrijven van mr. Boumans namens CBRE van 18 oktober 2019 met het verzoek deze zaak aan te brengen en te verwijzen naar de rechtbank Den Haag; het schrijven van mr. Cammelbeek van 18 oktober 2019 waarin namens HBC wordt bevestigt dat HBC akkoord gaat met verwijzing van de zaak met kenmerk 8105376 CV 19-6878 naar de rechtbank Den Haag zonder verdere mondelinge behandeling. 1.2. Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.

2De beoordeling

In het incident 2.1. De onderhavige zaak betreft de verhuur van winkelruimte in Maastricht door CBRE aan HBC. CBRE heeft in haar brief van 18 oktober 2019 aangevoerd dat tussen een zustermaatschappij van haar en HBC reeds een zaak aanhangig is bij de rechtbank Den Haag, kamer kantonzaken, kort geding, met nagenoeg hetzelfde feitencomplex met kenmerk 8097937 RL EXPL 19-23467. CBRE verzoekt verwijzing en voeging van de Maastrichtse zaak, zonder mondelinge behandeling van deze zaak ten overstaan van de rechter te Maastricht, welke mondelinge behandeling was bepaald op 29 oktober 2019. HBC heeft ingestemd met dit verzoek van CBRE. Het verzoek tot verwijzing zal worden toegewezen zoals hieronder is bepaald. Het verzoek tot voeging zal door de rechtbank Den Haag moeten worden beoordeeld. In het incident en in de hoofdzaak Alle verdere beslissingen worden aangehouden.

3De beslissing

De voorzieningenrechter In het incident: 3.1 verwijst de zaak voor verdere behandeling naar de rechtbank Den Haag, kort geding; 3.2 begrijpt dat de behandeling van deze zaak kan worden voortgezet op 12 november 2019, 14.15 uur in de rechtbank Den Haag, op welke datum en tijdstip (ook) de mondelinge behandeling plaatsvindt van het kort geding met kenmerk 8097937 RL EXPL 19-23467; 3.3 wijst het meer of anders gevorderde af. Verder in het incident en in de hoofdzaak 3.4 houdt iedere verdere beslissing aan Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2019.