Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2019:5742 ECLI:NL:RBLIM:2019:5742 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2019:5742 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2019:5742
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer / rekestnummer: C/03/262096 / HA RK 19-67 Beslissing van de meervoudige kamer belast met behandeling van wrakingszaken in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , verzoeker. Bij brief van 14 maart 2019, gericht aan de president van deze rechtbank, heeft verzoeker (onder meer) het volgende geschreven: “Hierbij wraak ik u en daarmee de rechtbank Limburg in haar geheel”. De president heeft deze brief doorgeleid naar de wrakingskamer. 2De beoordeling 2.1. Ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij dienen feiten en omstandigheden te worden gesteld die de rechter betreffen tegen wie het wrakingsverzoek zich richt.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2019:5742 · Rechtbank Limburg: Bij brief van 14 maart 2019, gericht aan de president van deze rechtbank, heeft verzoeker (onder meer) het volgende geschreven: “Hierbij wraak ik u en daarmee de rechtbank Limburg in haar geheel”. De president heeft deze brief doorgeleid naar de wrakingskamer. 2De beoordeling 2.1. Ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij dienen feiten en omstandigheden te worden gesteld die de rechter betreffen tegen wie het wrakingsverzoek zich richt.

Keywords

AI generated
lack of prosecutorial standing right to be heard recusal of public prosecutors participation in proceedings standing to appeal partial claim
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer / rekestnummer: C/03/262096 / HA RK 19-67 Beslissing van de meervoudige kamer belast met behandeling van wrakingszaken in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , verzoeker.

1De procedure

Bij brief van 14 maart 2019, gericht aan de president van deze rechtbank, heeft verzoeker (onder meer) het volgende geschreven: “Hierbij wraak ik u en daarmee de rechtbank Limburg in haar geheel”. De president heeft deze brief doorgeleid naar de wrakingskamer. 2De beoordeling 2.1. Ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij dienen feiten en omstandigheden te worden gesteld die de rechter betreffen tegen wie het wrakingsverzoek zich richt.

Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend tegen individuele rechters die een zaak behandelen. 2.2. De wrakingskamer heeft vastgesteld dat de president van de rechtbank niet de behandelend rechter is van de zaak van verzoeker die bij deze rechtbank aanhangig is. Voorts biedt de wet niet mogelijkheid van wraking van een rechtscollege in zijn geheel, zoals verzoeker (ook) heeft gedaan. De wrakingskamer is daarom van oordeel dat verzoeker niet kan worden ontvangen in zijn verzoek. 2.3. Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid zal het verzoek overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder d, gelezen in samenhang met artikel 4.3 van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg zonder behandeling ter zitting wegens kennelijke niet ontvankelijkheid worden afgewezen.

3De beslissing

De wrakingskamer: wijst het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet ontvankelijkheid af. Deze beslissing is gegeven door mr. R.M.M. Kleijkers, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. F.L.G. Geisel, bijgestaan door mr. H.M.E. de Beukelaer als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 april 2019. griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.