Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2019:4311 ECLI:NL:RBLIM:2019:4311 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2019:4311 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2019:4311
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 7606504 BR VERZ 19-81 Beschikking van de kantonrechter van 8 mei 2019 op een verzoek van 1 [verzoekster sub 1] , wonend te [woonplaats 1] , aan de [adres 1] , en 2. [verzoeker sub 2] , wonend te [woonplaats 2] , aan de [adres 2] , verzoekers, procederend in persoon, in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2014, wonend te [woonplaats 1] , aan de [adres 1] , verder te noemen: [minderjarige] .

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2019:4311 · Rechtbank Limburg: Verzoekster is voornemens de nalatenschap van haar vader te verwerpen omdat hij geen vermogen had: hij leefde van een bijstandsuitkering, bezat een sterk verouderde inboedel en woonde in een huurwoning die in slechte staat (achterstallig onderhoud) verkeert zodat er naar verwachting hoge kosten gemoeid zullen zijn met de ontruiming en het herstel in verhuurbare staat van de woning. Erflater heeft op zijn sterfbed zijn kinderen geadviseerd de nalatenschap te verwerpen. Verder stond er slechts circa € 900,00 op zijn betaalrekening, welk bedrag inmiddels volledig nodig zal zijn om doorlopende vaste lasten, zoals de huur, te betalen.

Keywords

AI generated
maintenance costs renovation costs housing costs reduction of spousal maintenance neglect of maintenance obligations child protection costs
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 7606504 BR VERZ 19-81 Beschikking van de kantonrechter van 8 mei 2019 op een verzoek van 1 [verzoekster sub 1] , wonend te [woonplaats 1] , aan de [adres 1] , en 2. [verzoeker sub 2] , wonend te [woonplaats 2] , aan de [adres 2] , verzoekers, procederend in persoon, in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2014, wonend te [woonplaats 1] , aan de [adres 1] , verder te noemen: [minderjarige] .

Het verzoek betreft de nalatenschap van [erflater] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 1960, overleden te [overlijdensplaats] op [overlijdensdatum] 2018 (hierna: erflater). 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen, zoals ontvangen op 13 maart 2019, de brief van verzoekster gedateerd 31 maart 2019 en ontvangen op 2 april 2019, de mondelinge behandeling van 7 mei 2019. Ter zitting zijn verschenen: - verzoekers in persoon. 2De feiten en het verzoek 2.1. Erflater had twee kinderen: [verzoekster sub 1] (verzoekster) en haar broer [naam broer] .

Verzoekster is voornemens de nalatenschap van haar vader te verwerpen omdat hij geen vermogen had: hij leefde van een bijstandsuitkering, bezat een sterk verouderde inboedel en woonde in een huurwoning die in slechte staat (achterstallig onderhoud) verkeert zodat er naar verwachting hoge kosten gemoeid zullen zijn met de ontruiming en het herstel in verhuurbare staat van de woning. Erflater heeft op zijn sterfbed zijn kinderen geadviseerd de nalatenschap te verwerpen. Verder stond er slechts circa € 900,00 op zijn betaalrekening, welk bedrag inmiddels volledig nodig zal zijn om doorlopende vaste lasten, zoals de huur, te betalen.

In de familie zijn voormelde gegevens gedeeld. 2.2. Verzoekers gaan er op grond van voormelde gegevens van uit dat het saldo van de nalatenschap negatief is of zal zijn. Nadat verzoekster zelf de nalatenschap heeft verworpen zal [minderjarige] na deze verwerping door middel van plaatsvervulling erfgenaam worden. Verzoekers wensen om voornoemde reden de nalatenschap namens hun minderjarig kind te verwerpen. Voor deze verwerping behoeven zij machtiging van de kantonrechter. 3De beoordeling 3.1. Het uitgangspunt is dat het verzoek tot verwerping van een nalatenschap enkel wordt toegewezen indien sprake is van een negatieve nalatenschap.

Aan verzoekers werd daarom verzocht een overzicht van de bezittingen en de schulden van de nalatenschap over te leggen. 3.2. Bij brief van 31 maart 2019 hebben verzoekers aangevoerd dat zij aan geen bescheiden in hun bezit te hebben. Zij hebben ook geen toegang tot het gehuurde. 3.3. Hoewel verzoekers geen concrete financiële gegevens hebben verschaft over het saldo van de nalatenschap, acht de kantonrechter het op grond van het onder 2.1. vermelde aannemelijk dat verwerping van de nalatenschap in het belang van de minderjarige is. 3.4. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, zij het dat de machtiging voorwaardelijk verleend wordt omdat uit het boedelregister niet is gebleken dat verzoekster zelf de nalatenschap al verworpen heeft.

4De beslissing

De kantonrechter 4.1. verleent verzoekers machtiging - zij het voorwaardelijk namelijk voor het geval dat verzoekster zelf de nalatenschap van erflater heeft verworpen - om namens [minderjarige] de nalatenschap van [erflater] , overleden op [overlijdensdatum] 2018 te verwerpen. Deze beschikking is gegeven door mr. W.E. Elzinga en is in het openbaar uitgesproken. RJ