Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2019:1740 ECLI:NL:RBLIM:2019:1740 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2019:1740 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2019:1740
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/866381-16 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 februari 2019 in de strafzaak tegen [naam verdachte] , geboren te [geboortegegevens verdachte] , wonende te [adres verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.M.M. van Tilborg, advocaat kantoorhoudende te Sittard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, art. 9a Sr; ECLI:NL:RBLIM:2019:1740 · Rechtbank Limburg: De verdachte heeft immers niet de zorgvuldigheidseisen nageleefd die zijn neergelegd in artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging (hierna te noemen: WtL). Volgens de officier van justitie volgt uit bovengenoemd arrest dat een beroep op overmacht eerst kans van slagen kan hebben indien aan die zorgvuldigheidseisen uit de WtL is voldaan, ook wanneer degene die bij de zelfmoord of euthanasie is betrokken geen arts is. De rechtbank volgt deze lezing van het arrest van de Hoge Raad in de [H.] -zaak niet. Het arrest laat de mogelijkheid open dat iemand die geen arts is zich kan beroepen op een noodtoestand.

Keywords

AI generated
incitement and assistance to suicide euthanasia sale in self-help aiding and abetting attempted manslaughter assistance to victims act

Cited Legislation

AI generated
artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht
6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat de omstandigheden van het geval en de overschrijding van de redelijke termijn met zich brengen dat artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toegepast zou moeten worden.
art. 9a Sr
Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er geen termen aanwezig zijn om te volstaan met toepassing van art. 9a Sr zoals door de verdediging aangevoerd.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2017:418
14 maart 2017 Strafkamer nr.
ECLI:NL:RBALM:2009:BI5890
RECHTBANK ALMELO Parketnummer: 08/750709/07 STRAFVONNIS Uitspraak: 29 mei 2009 De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen: [VERDACHTE], [geboorteplaats] [1937], [woonadres] terechtstaande -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting- terzake dat: 1. [betrokkene] op of omstreeks 24 november 2007 te Almelo zich van het leven heeft benomen door het innemen van een hoeveelheid pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, waarbij hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, voornoemde [betrokkene] in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 24 november 2007 te Almelo en/of Utrecht en/althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of een of meer middel(en) ten behoeve van die zelfdoding heeft verschaft, terwijl die zelfdoding is gevolgd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk: - met voornoemde [betrokkene], en/of onderling met elkaar, en/althans met een of meer kind(eren) van [betrokkene] afgesproken en/of besproken: * dat [betrokkene] met hulp van hen, althans een of meer van hen, haar leven zou beëindigen, en/of, * op welke datum [betrokkene] haar leven zou beëindigen, althans zou komen te overlijden, en/of, * waar [betrokkene] haar leven zou beëindigen, althans zou komen te overlijden, en/of, * wie bij de levensbeëindiging door [betrokkene] aanwezig zou(den) zijn, en/of, * dat aan [betrokkene] een of meer levensbeëindigend(e) middel(en) zou(den) worden verstrekt en/of dat [betrokkene] dat/die middel(en) zou moeten innemen, althans, zou innemen, en/althans op welke wijze [betrokkene] tot levensbeëindiging kon/zou komen, en/of, - zich voorzien van een hoeveelheid pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, en/of zich (vervolgens) daarmee begeven naar de woning van [kind van betrokkene] te Almelo, althans een locatie te Almelo, en/of, - een of meerdere flesje(s) met een hoeveelheid pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, (over)gegoten in een beker, althans een voorwerp, en daarmee, althans met een hoeveelheid pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, zich (vervolgens) begeven naar voornoemde [betrokkene], en/of, - tegen voornoemde [betrokkene] gezegd, "u weet wel waarom we hier zijn", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of, - een beker, althans een voorwerp, inhoudende pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, in de nabijheid van die [betrokkene] klaargezet/neergezet, en/althans aan die [betrokkene] gegeven, en/of, - voornoemde [betrokkene] verteld wat er zou gebeuren als zij het door hem/hen meegenomen drankje/middel zou innemen, althans wat er zou gebeuren als zij de inhoud van voornoemde beker, althans voorwerp, zou opdrinken/innemen, te weten dat zij dan zou komen te overlijden, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of, - de (schroef)dop van een beker, althans een voorwerp, inhoudende een hoeveelheid pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, verwijderd en/of een rietje in die beker/dat voorwerp gedaan EN/OF de [medeverdachte] in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 24 november 2007 te Almelo en/of Utrecht en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest bij, en/of een of meer middel(en) heeft verschaft ten behoeve van de zelfdoding door [betrokkene], immers heeft/hebben de [medeverdachte] en/of een of meer van haar mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk: - met voornoemde [betrokkene], en/of onderling met elkaar, en/althans met een of meer kind(eren) van [betrokkene] afgesproken en/of besproken: * dat [betrokkene] met hulp van hen, althans een of meer van hen, haar leven zou beëindigen, en/of, * op welke datum [betrokkene] haar leven zou beëindigen, althans zou komen te overlijden, en/of, * waar [betrokkene] haar leven zou beëindigen, althans zou komen te overlijden, en/of, * wie bij de levensbeëindiging door [betrokkene] aanwezig zou(den) zijn, en/of, * dat aan [betrokkene] een of meer levensbeëindigend(e) middel(en) zou(den) worden verstrekt en/of dat [betrokkene] dat/die middel(en) zou moeten innemen, althans, zou innemen, en/althans op welke wijze [betrokkene] tot levensbeëindiging kon/zou komen, en/of, - zich voorzien van een hoeveelheid pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, en/of zich (vervolgens) daarmee begeven naar de woning van [kind van betrokkene] te Almelo, althans een locatie te Almelo, en/of, - een of meerdere flesje(s) met een hoeveelheid pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, (over)gegoten in een beker, althans een voorwerp, en daarmee, althans met een hoeveelheid pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, zich (vervolgens) begeven naar voornoemde [betrokkene], en/of, - tegen voornoemde [betrokkene] gezegd, "u weet wel waarom we hier zijn", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of, - een beker, althans een voorwerp, inhoudende pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, in de nabijheid van die [betrokkene] klaargezet/neergezet, en/althans aan die [betrokkene] gegeven, en/of, - voornoemde [betrokkene] verteld wat er zou gebeuren als zij het door hem/hen meegenomen drankje/middel zou innemen, althans wat er zou gebeuren als zij de inhoud van voornoemde beker, althans voorwerp, zou opdrinken/innemen, te weten dat zij dan zou komen te overlijden, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of, - de (schroef)dop van een beker, althans een voorwerp, inhoudende een hoeveelheid pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, verwijderd en/of een rietje in die beker/dat voorwerp gedaan, en/of, - terwijl de [medeverdachte] en/of haar mededader(s), en/althans een of meer ander(en), en/althans verdachte, wist(en) dat [betrokkene] haar leven wilde beeindigen en/of daarbij hulp wenste en/of bereid was om ter levensbeëindiging (een) middel(en) in te nemen -, nagelaten om in te grijpen, ter voorkoming/verhindering dat een of meerdere van voornoemde handeling(en) en/of gedraging(en) door haar en/of haar mededader(s) en/of een ander(en) en/of verdachte zou(den) plaatsvinden, en/of (anderszins) toe te laten, althans niet (door woorden en/of daden) te voorkomen dat zij en/of haar mededader(s) en/of verdachte en/of een ander(en) voornoemd(e) handeling(en) en/of gedraging(en) en/of misdrijf/misdrijven pleegde(n) en/of kon(den) plegen en/of kon(den) blijven plegen, en/althans zich niet, in elk geval: onvoldoende, van voornoemde gedraging(en) en/of handeling(en) van haar en/of haar mededader(s) en/of een ander(en) en/of verdachte gedistantieerd tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) toen en daar opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en)/handeling(en) verdachte (telkens) toen en daar feitelijke leiding heeft gegeven;
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03/866381-16 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 februari 2019 in de strafzaak tegen [naam verdachte] , geboren te [geboortegegevens verdachte] , wonende te [adres verdachte] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.M.M. van Tilborg, advocaat kantoorhoudende te Sittard.

1Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 februari 2019. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte zijn vader heeft geholpen bij zelfdoding door hulpmiddelen voor hem te kopen en een installatie in elkaar te zetten die zijn vader heeft gebruikt voor de zelfdoding. 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte zijn vader de mogelijkheid en de middelen heeft verschaft om een einde aan zijn leven te maken. De officier van justitie baseert zich daarbij op het proces-verbaal van bevindingen en de bekennende verklaring van de verdachte. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank over de bewezenverklaring. 3.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank volstaat voor de weergave van het bewijs van het tenlastegelegde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

De verdachte heeft het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig bekend en de raadsman heeft voor die feiten geen vrijspraak bepleit. De rechtbank acht het aan de verdachte tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op: - de bekennende verklaring van de verdachte, ter terechtzitting afgelegd; - het proces-verbaal van bevindingen; - het proces-verbaal overlijdensonderzoek en lijkschouw. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op meer tijdstippen in de periode van 01 november 2016 tot en met 25 november 2016 in de gemeente Kerkrade opzettelijk behulpzaam is geweest bij de zelfdoding van [vader van verdachte] en middelen daartoe heeft verschaft, immers heeft hij opzettelijk - voor de zelfdoding van die [vader van verdachte] benodigde zaken (onder meer klemmetjes, slangen, elastiek, tape) aan die [vader van verdachte] gegeven, en - een installatie in elkaar gezet waarbij heliumtanks waren gekoppeld aan een zak, welke over het hoofd getrokken diende te worden, en welke installatie vervolgens door die [vader van verdachte] is gebruikt voor diens zelfdoding, terwijl die zelfdoding is gevolgd, immers heeft [vader van verdachte] op 25 november 2016 in de gemeente Kerkrade zelfdoding gepleegd.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op: opzettelijk een ander behulpzaam zijn bij zelfdoding en hem daartoe de middelen verschaffen, terwijl de zelfdoding volgt. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het beroep van de verdediging op de aanwezigheid van een noodtoestand zal hierna aan de orde komen bij het bespreken van de strafbaarheid van de verdachte.

5De strafbaarheid van de verdachte

Namens de verdachte heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De primaire grond hiervoor is dat er sprake was van overmacht in de zin van handelen in een noodtoestand, subsidiair was er sprake van psychische overmacht. Zorgvuldigheidseisen van de WtL als ondergrens? De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 14 maart 2017 (ECLI:NL:HR:2017:418 in de zaak [H.] ), aangevoerd dat de verdachte geen beroep op overmacht toekomt, niet in de vorm van noodtoestand en evenmin in de vorm van psychische overmacht.

De verdachte heeft immers niet de zorgvuldigheidseisen nageleefd die zijn neergelegd in artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging (hierna te noemen: WtL). Volgens de officier van justitie volgt uit bovengenoemd arrest dat een beroep op overmacht eerst kans van slagen kan hebben indien aan die zorgvuldigheidseisen uit de WtL is voldaan, ook wanneer degene die bij de zelfmoord of euthanasie is betrokken geen arts is. De rechtbank volgt deze lezing van het arrest van de Hoge Raad in de [H.] -zaak niet. Het arrest laat de mogelijkheid open dat iemand die geen arts is zich kan beroepen op een noodtoestand.

Dat beroep zal echter slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kunnen slagen, omdat de wetgever heeft voorzien in een rechtvaardigingsgrond die zich beperkt tot het handelen van artsen, die deskundig zijn, gebonden zijn aan de normen en ethiek van hun professie en bovendien moeten voldoen aan een uitgewerkt stelsel van zorgvuldigheidseisen en procedurele voorschriften. Hieruit volgt niet dat van een dergelijke noodtoestand pas sprake kan zijn wanneer degene, die geen arts is, heeft voldaan aan de eisen die aan artsen worden gesteld op grond van de WtL.

Dit maakt dat de rechtbank de gevoerde verweren zal beoordelen zonder eerst te toetsen of verdachte heeft voldaan aan de hiervoor genoemde zorgvuldigheidseisen. Noodtoestand Bij noodtoestand gaat het om de weloverwogen keuze om een delict te begaan omdat met het begaan daarvan grote, veel zwaarder wegende belangen zouden zijn gediend. De dader verkeert in een conflict van plichten en kiest ervoor een rechtsgoed te dienen dat zwaarder moet wegen dan dat door de delictsbepaling is beschermd. Zoals hiervoor overwogen is een geslaagd beroep op een noodtoestand niet uitgesloten bij hulp bij zelfdoding, maar daarvan zal eerst in zeer uitzonderlijke omstandigheden sprake kunnen zijn.

De verdediging heeft, onder verwijzing naar onder meer een uitspraak van de rechtbank Almelo uit 2009 (ECLI:NL:RBALM:2009:BI5890) aangevoerd dat er sprake was van zeer uitzonderlijke omstandigheden die maakten dat verdachte moest kiezen uit strijdige plichten en belangen en dat hij het meest zwaarwegende belang, de levensbeëindiging van zijn vader om aan diens lijden een einde te maken, heeft laten prevaleren. De uitzonderlijke omstandigheden bestonden hierin dat de vader van verdachte erg ziek was, een einde aan zijn leven wilde maken, zelf niet meer in staat was dit alleen uit te voeren en weigerde om een arts te raadplegen.

Deze laatste omstandigheid kan, aldus de raadsman, die hierbij verwijst naar de eerder genoemde uitspraak van de rechtbank Almelo, geduid worden als “het niet beschikbaar zijn van een arts”. Uit het dossier komt naar voren dat de vader van de verdachte al heel lang met diverse ernstige lichamelijke klachten te kampen had. De verdachte heeft ter zitting gezegd dat hij zijn vader eigenlijk niet anders heeft gekend. De laatste maanden zijn de klachten verergerd en heeft de verdachte van zijn vader vernomen dat er andere klachten zijn bijgekomen.

Zijn vader vertelde hem dat hij steeds bloed in zijn ontlasting had en dat hij zijn urine niet meer kon ophouden. Vader was ervan overtuigd dat hij kanker had en gaf zijn zoon herhaaldelijk te kennen niet langer meer te willen leven. Er is geen arts geraadpleegd om een diagnose te stellen of om de mogelijkheid van eventuele genezing of verlichting van de klachten te bespreken. Volgens de verdachte had zijn vader het vertrouwen in artsen verloren. Toen de verdachte door zijn vader werd gevraagd hem te helpen heeft hij eerst nog geprobeerd zijn vader af te brengen van het idee zich van het leven te beroven, maar hij heeft vervolgens toegegeven aan de wens van zijn vader.

Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende objectief komen vast te staan, anders dan dat de vader van verdachte levensmoe was en een stervenswens had, dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lichamelijk en/of geestelijk lijden. De rechtbank is er bovendien niet van overtuigd dat er geen andere wegen voor de verdachte open stonden. Ook al wilde de vader van de verdachte niets van artsen weten, dan nog had de verdachte ervoor kunnen kiezen zelf een arts te raadplegen en de symptomen die zijn vader aan hem beschreef met deze arts te bespreken.

Dat is niet gebeurd. De verdachte heeft zich alleen laten leiden door de doodswens van zijn vader en daarbij niet betrokken dat zijn handelen strafbaar was. Dit leidt ertoe dat het beroep op overmacht in de zin van noodtoestand wordt verworpen. Psychische overmacht Voor zover de rechtbank het beroep op overmacht in de zin van noodtoestand zou verwerpen heeft de verdediging aangevoerd dat er bij de verdachte sprake was van psychische overmacht. Er was sprake van een van buiten komende drang waaraan verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon en behoorde te bieden.

De raadsman verwijst daarbij naar de inhoud van het psychologisch rapport dat over de verdachte is uitgebracht, waarin wordt aangegeven (pag. 13 van het rapport) dat de vader van de verdachte druk op hem uitoefende door zeer open te praten over zijn lichamelijke gezondheid. Druk waartegen de verdachte, aldus de psycholoog, zich niet heeft willen en kunnen verzetten. Naar het oordeel van de rechtbank is op basis van het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat de vader van de verdachte een zeer stellig en rigide denkend persoon was. De rechtbank wil aannemen dat er een bepaalde druk door hem op de verdachte is uitgeoefend en dat de verdachte daar gevoelig voor was.

De verdachte heeft echter ter terechtzitting verklaard dat hij nog steeds van mening is dat hij juist heeft gehandeld en dat nog steeds achter zijn keuze staat die hij destijds heeft gemaakt. Hij respecteert de keuze die zijn vader heeft gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank kan onder die omstandigheden niet gesproken worden van een van buiten komende drang waaraan verdachte redelijkerwijs geen weerstand heeft kunnen bieden. Immers de verdachte was en is nog steeds overtuigd van de juistheid van zijn handelen. Om die reden zal de rechtbank ook dit verweer verwerpen. 6De straf en/of de maatregel 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd van acht maanden met een proeftijd van 2 jaar. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat de omstandigheden van het geval en de overschrijding van de redelijke termijn met zich brengen dat artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toegepast zou moeten worden.

Redenen hiervoor zijn dat de verdachte alleen het noodzakelijke heeft gedaan, de dingen die zijn vader niet meer kon. De vader van de verdachte heeft te allen tijde de regie in handen gehad. De verdachte heeft het feitelijke proces van zelfdoding bewaakt, zodat hij kon ingrijpen indien het fout zou gaan. Daarnaast wordt het recidiverisico als zeer laag ingeschat en zijn de naasten van de verdachte en diens vader van mening dat hij geen straf verdient. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zijn vader geholpen bij de voorbereiding van zijn wens om zijn leven te beëindigen. De verdachte heeft er niet bij stil gestaan dat hij daarmee handelde in strijd met de wet. Hij heeft zich alleen laten leiden door zijn wens om zijn vader te helpen. Toen zijn vader was overleden heeft de verdachte nog anderhalf uur bij hem gezeten en toen is hij naar huis gegaan. De dag erna heeft hij de politie ingelicht. De rechtbank heeft bij de strafoplegging ten nadele van de verdachte meegewogen dat hij zich onvoldoende vragen heeft gesteld bij de juistheid van zijn daden.

De verdachte is van mening dat zijn handelen gerechtvaardigd was en heeft daardoor onvoldoende gezocht naar alternatieven. Hij is blind gevaren op de juistheid van het oordeel van zijn vader, terwijl het als volwassen man van hem verwacht had kunnen worden dat hij kritischer zou staan tegenover het verlangen van zijn vader om te sterven maar zeker ook tegenover diens wens dat de verdachte hem daarbij behulpzaam zou moeten zijn. Dat geldt altijd, omdat hulp bij zelfdoding in Nederland als een misdrijf geldt, maar het geldt in deze zaak eens te meer aangezien zijn vader al jarenlang geen arts meer had bezocht en de verdachte ook niet op voorhand met naaste familie of een eigen arts heeft overlegd over wat een juiste manier zou zijn om met het lijden van zijn vader en de daaruit voortspruitende doodswens om te gaan.

Ten voordele van de verdachte heeft de rechtbank meegewogen dat de drijfveer van de verdachte is geweest zijn vader behulpzaam te zijn bij het vervullen van zijn doodswens om daarmee diens lijden te beëindigen en dat hij heeft gehandeld vanuit mededogen. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat uit het dossier duidelijk naar voren komt dat de vader van de verdachte een dominante persoonlijkheid was en de verdachte hem mede daarom heeft geholpen bij het realiseren van de laatste wens van zijn vader. Naast het begrip dat men op zou kunnen brengen voor het handelen van de verdachte vanuit diens overtuiging dat hij in morele zin juist handelde, aan het bestaan van welke overtuiging de rechtbank niet twijfelt, is het enerzijds de ernst van de tekortkomingen in de door de verdachte gevolgde procedure en anderzijds het zwaarwegende belang van de bescherming van het menselijk leven in het algemeen dat met zich brengt dat met een schuldigverklaring zonder strafoplegging niet kan worden volstaan.

Weliswaar is er geen speciaal preventief doel meer gediend bij oplegging van een straf  de rechtbank is er van overtuigd dat de verdachte op het gebied van hulp bij zelfdoding niet meer als hulpverlener zal optreden  maar een generaal preventief doel is er wel. De rechtbank wil met deze straf aan een ieder die overweegt om een ander buiten de wettelijke kaders hulp te verlenen bij zelfdoding, duidelijk maken dat dit niet straffeloos kan, ook al gebeurt het met de beste bedoelingen. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er geen termen aanwezig zijn om te volstaan met toepassing van art. 9a Sr zoals door de verdediging aangevoerd.

De rechtbank zal aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden opleggen, met een proeftijd van 2 jaar.

7De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c en 294 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8De beslissing

De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren; bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Beije, voorzitter, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. R. Verkijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 februari 2019. Buiten staat De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat 1. Hij op één of meer tijdstippen in de periode van 01 november 2016 tot en met 25 november 2016 in de gemeente Kerkrade en/of in de gemeente Sittard-Geleen opzettelijk behulpzaam is geweest bij de zelfdoding van [vader van verdachte] en/of middelen daartoe heeft verschaft, immers heeft hij opzettelijk - voor de zelfdoding van die [vader van verdachte] benodigde zaken (onder meer klemmetjes, slangen, elastiek, tape) aan die [vader van verdachte] gegeven, en/of - een installatie in elkaar gezet waarbij heliumtanks waren gekoppeld aan een zak, welke over het hoofd getrokken diende te worden, en welke installatie vervolgens door die [vader van verdachte] is gebruikt voor diens zelfdoding, terwijl die zelfdoding is gevolgd, immers heeft [vader van verdachte] op 25 november 2016 in de gemeente Kerkrade zelfdoding gepleegd.

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, districtsrecherche Parkstad/HIC, proces-verbaalnummer 2016214386, gesloten d.d. 29 november 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 49, alsmede de niet-doorgenummerde pagina’s (dossier I) en paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, districtsrecherche Parkstad, proces-verbaalnummer 2016214386, gesloten d.d. 28 april 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 88 (dossier II).

Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 6 en 7 (dossier I). Het proces-verbaal overlijdensonderzoek en lijkschouw, dossierpagina 11 tot en met 31 (dossier II).