Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2018:4338 ECLI:NL:RBLIM:2018:4338 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2018:4338 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2018:4338
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht Zaaknummer 6827226 CV EXPL 18-2359 Vonnis in kort geding van 7 mei 2018 in het kort geding van de stichting STICHTING WONEN ZUID, gevestigd te Heerlen, eisende partij in conventie, verwerende partij in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde mr. A.N.A.G. Boer tegen [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , wonend te [woonplaats 1] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde mr. N. Heilhof. Partijen zullen hierna Wonen Zuid en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] genoemd worden. 1De procedure 1.1.

Legislator headnote

AI generated

art. 3:299 BW; ECLI:NL:RBLIM:2018:4338 · Rechtbank Limburg: Het water lekt naar de (elektriciteit)meterkast van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en naar de berging van de onderburen (die de melding hadden gemaakt). 3De vorderingen en het geschil in conventie 3.1. Wonen Zuid vordert na eiswijziging - in een zeer omslachtig petitum - kort gezegd een machtiging ex art. 3:299 BW om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis: - de lekkage in het gehuurde te herstellen en de situatie in de meterkast weer veilig te maken (primair: op kosten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ) - de cv-ketel in het gehuurde te vervangen (subsidiair: om daar op kosten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] onderhoud aan te mogen laten uitvoeren) - een co-melder in het gehuurde te plaatsen.

Keywords

AI generated
lack of maintenance deduction for property maintenance costs landlord violations of tenant protection provisions renovation costs damage to electrical installations

Cited Legislation

AI generated
art. 3:299 BW

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBAMS:2017:7932
RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 6306478 KK EXPL 17-952 vonnis van: 25 oktober 2017 vonnis van de kantonrechterkort geding I n z a k e Woningstichting Rochdale gevestigd te Amsterdam eiseres nader te noemen: Rochdale gemachtigde: mr. R.N.E. Visser t e g e n [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde nader te noemen: [gedaagde] procederend in persoon VERLOOP VAN DE PROCEDURE Bij dagvaarding van 15 september 2017, met producties heeft Rochdale een voorziening gevorderd. Ter zitting van 16 oktober 2017 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Rochdale is verschenen bij de heer [naam bewonersbegeleider] , bewonersbegeleider, en haar gemachtigde. [gedaagde] is verschenen in persoon. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, Rochdale mede aan de hand van een pleitnotitie. Na verder debat is vonnis bepaald op heden. GRONDEN VAN DE BESLISSING Uitgangspunten 1. Als uitgangspunt geldt het volgende. 1.1. [gedaagde] huurt sinds 7 april 1982 van Rochdale de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna de woning), laatstelijk tegen een huurprijs van € 377,93 per maand. 1.2. Tot het gehuurde behoort een geiser in de keuken en een gaskachel in de woonkamer. Deze beide zogenoemde open verbrandingstoestellen en de daarbij behorende rookgas afvoerkanalen worden 2 maal per jaar door Rochdale gecontroleerd en onderhouden. [gedaagde] betaalt daarvoor servicekosten aan Rochdale. 1.3. In verband met veiligheidsrisico’s die aan het gebruik van open verbrandingstoestellen zijn verbonden is het Ministerie van VROM (thans het Ministerie van Infrastructuur en Milieu) enige jaren geleden een campagne gestart die als doel heeft in heel Nederland open verbrandingstoestellen te vervangen door gesloten open verbrandingstoestellen. 1.4. Rochdale heeft zich in dat kader ten doel gesteld om alle in haar woningen aanwezige open verbrandingstoestellen te vervangen door HR-ketels. Het betreft in totaal vervanging van 1.429 open verbrandingstoestellen. 1.5. Met het oog op voornoemde vervanging heeft Rochdale [gedaagde] bij brief van 11 oktober 2016 haar beleid op dat punt en de redenen daarvoor toegelicht. Daarbij heeft zij eveneens te kennen gegeven dat ten gevolge van de vervanging van de open verbrandingstoestellen door een HR-combiketel de huur met € 20,00 per maand zal worden verhoogd. 1.6. Op 17 november 2016 is Rochdale op huisbezoek geweest bij [gedaagde] . [gedaagde] heeft daarbij te kennen gegeven dat hij tevreden is met de huidige situatie en heeft geweigerd medewerking te verlenen aan het vervangen van de open verbrandingstoestellen. 1.7. In de periode tussen 28 oktober 2016 en 5 juli 2017 heeft Rochdale [gedaagde] diverse keren verzocht en gesommeerd om mee te werken aan het laten vervangen van de open verbrandingstoestellen. [gedaagde] heeft daar niet op gereageerd. Vordering en verweer 2. Rochdale vordert – na wijziging van eis ter zitting – dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld zal worden: – om uiterlijk binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis te gehengen en gedogen dat Rochdale c.q. haar installatiebedrijf in de woning de open verbrandingstoestellen zal vervangen door een HR-ketel met één radiator, onder verbeurte van een dwangsom van € 50,00 voor elke dag, een gedeelte daaronder begrepen, dat hij deze veroordeling niet nakomt met een maximum van € 250,00 en, als [gedaagde] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, [gedaagde] te veroordelen de woning tijdelijke te ontruimen als bedoeld in artikel 555 juncto 558 sub b Rechtsvordering teneinde de hiervoor omschreven werkzaamheden uit te voeren;– tot betaling van een verhoging van de huurprijs van € 20,00, naast de tot dan geldende huurprijs, met ingang van de maand volgend op die waarin de werkzaamheden hebben plaatsgevonden;– tot betaling van buitengerechtelijke kosten ad € 925,00, althans € 426,50;– in de kosten van de procedure. 3. Rochdale stelt hiertoe – kort gezegd – dat zij als verhuurder de veiligheid en gezondheid van haar huurders zoveel mogelijk wil waarborgen. Omdat het gevaar van koolmonoxidevergiftiging inherent is aan het gebruik van open verbrandingstoestellen, wenst Rochdale deze te vervangen door HR-ketels. Naast het belang van veiligheid zal door de beoogde vervanging ook een verbetering van het woningbestand worden bereikt en zal minder energie worden verbruikt. Bovendien zullen de kosten van huur en onderhoud voor de open verbrandingstoestellen dan vervallen. Het voorstel dat Rochdale met het oog op die vervanging heeft gedaan is volgens haar aan te merken als een redelijk voorstel tot renovatie in de zin van artikel 7:220 lid 2 BW. Op grond daarvan is [gedaagde] gehouden zijn medewerking te verlenen aan de voorgestelde werkzaamheden. De huurders van 1.270 woningen zijn akkoord gegaan met het voorstel dat Rochdale ten aanzien van de vervanging aan hen heeft gedaan. 4. [gedaagde] heeft ter zitting toegelicht dat hij kan instemmen met vervanging van de geiser. Zijn gaskachel wenst hij echter te behouden. Hij betwist dat het gebruik daarvan veiligheidsrisico’s met zich mee brengt waarbij hij er op wijst dat hij rookmelders heeft, dat de gaskachel goed functioneert en dat deze twee maal per jaar door vakmensen van Rochdale worden gecontroleerd en onderhouden. Ook betwist [gedaagde] dat het gebruik van een HR-ketel zal leiden tot lagere energiekosten en voert hij aan dat hij de directe warmte van een gaskachel behaaglijker vindt dan verwarming door radiatoren. 5. Indien hij veroordeeld zou worden te gedogen dat de gaskachel vervangen wordt, wenst [gedaagde] installatie van één radiator in de keuken. In dat geval heeft hij geen bezwaar tegen de door Rochdale voorgestelde huurverhoging van € 20,00 per maand. Beoordeling 6. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van Rochdale in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen. 7. Met betrekking tot het spoedeisende belang overweegt de kantonrechter als volgt. Rochdale heeft naar voren gebracht dat het door haar ingehuurde installatie bedrijf een planning heeft gemaakt voor de vervanging van de open verbrandingstoestellen in al haar woningen, dat de werkzaamheden al zijn uitgevoerd bij 825 woningen en dat zij financieel nadeel zal lijden als het vervangen van de open verbrandingstoestellen bij de huurders die niet akkoord willen gaan uitgesteld moet worden. Gelet op de financieel nadelige gevolgen die Rochdale zal ondervinden indien de projectmatige aanpak van de open verbrandingstoestellen wordt doorkruist, wordt geoordeeld dat Rochdale een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. 8. Vooropgesteld wordt dat een huurder uit hoofde van artikel 7:220 lid 2 juncto lid 1 BW dient mee te werken aan een renovatie indien de verhuurder daartoe, gelet op de belangen van de verhuurder en van de huurder, een redelijk voorstel heeft gedaan. 9. [gedaagde] heeft te kennen gegeven dat hij geen bezwaar heeft tegen het vervangen van de geiser in zijn woning. Geoordeeld dient derhalve te worden of het voorstel van Rochdale ook ten aanzien van de vervanging van de kachel als redelijk is aan te merken. Voorshands is de kantonrechter van oordeel dat dat het geval is. Daartoe wordt als volgt overwogen. 10. Rochdale heeft naar voren gebracht dat haar belang er in gelegen is dat zij met vervanging van de open verbrandingstoestellen de gezondheid en veiligheid van de bewoners wil garanderen, dat zij haar woningbestand wil verbeteren en dat de beoogde verandering er voor zal zorgen dat minder energie zal worden gebruikt. 11. [gedaagde] heeft betwist dat vervanging van de open verbrandingstoestellen door een HR-ketel zal leiden tot een energiebesparing. Tegenover de gemotiveerde onderbouwing van Rochdale dat een HR-ketel ten gevolge van een elektronische ontsteking in plaats van een waakvlam en ten gevolge van een gelijkmatigere verdeling van warmte, een rendement heeft van 90% tegenover een rendement van 40% tot 60% van een gaskachel, is die blote betwisting echter onvoldoende, zodat in beginsel niet onaannemelijk is dat de vervanging zal leiden tot energie besparing. 12. Ook het verweer van de zijde van [gedaagde] dat een HR-ketel niet veiliger is dan een gaskachel omdat in huis rookmelders geïnstalleerd zijn en de gaskachel twee maal per jaar vakkundig wordt gecontroleerd, kan niet slagen. Rochdale wijst terecht op het risico bij open verbrandingstoestellen dat als het toestel niet goed is afgesteld of vervuild is of als de luchttoevoer en/of de rookgasafvoer onvoldoende is (zie pagina 6 van productie 2 bij dagvaarding), koolmonoxide en andere ongezonde gassen kunnen vrijkomen, alsmede dat ook de veiligheid van omwonende daarbij in het geding kan komen. Tenslotte blijkt ook uit de door Rochdale als producties 4 en 6 overgelegde en verder door [gedaagde] onweersproken gelaten onderzoeksrapporten genoegzaam dat open verbrandingstoestellen een aanzienlijk veiligheids- en gezondheidsrisico kunnen vormen, voor zowel bewoners als omwonenden. Dat leidt tot het oordeel dat met de beoogde vervanging een veiligheidsbelang gediend. 13. In samenhang daarmee en met verwijzing naar de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam (hierna het Hof) van 31 maart 2017 in een nagenoeg identieke zaak (ECLI:NL:GHAMS:2017:978), is de kantonrechter ook in deze zaak van oordeel dat ook de door Rochdale beoogde vervanging van de gaskachel als wenselijke verbetering van woningbestand is aan te merken en dat daarmee een substantieel belang aan de zijde van Rochdale gegeven is. Dat belang zal afgewogen moeten worden tegen het belang en de wens die [gedaagde] heeft bij het behoud van zijn gaskachel. 14. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen onder 11, 12 en 13 resteert het belang van [gedaagde] dat hij de warmte van de gaskachel behaaglijker vindt dan die van radiatoren omdat een gaskachel een meer directe warmte verspreidt. 15. Ten aanzien van thans voorliggende belangenafweging heeft het Hof in voornoemd arrest overwogen dat de verwachting van de huurder dat hij na vervanging van zijn gaskachel door een cv-installatie minder comfort zal ervaren, niet een zodanig zwaarwegend belang is dat dat opweegt tegen de geschetste belangen van de verhuurder en dat een en ander ertoe leidt dat het renovatievoorstel in de zin van artikel 7:220 lid 2 BW als redelijk is aan te merken. In navolging van die uitspraak wordt geoordeeld dat de vordering van Rochdale om [gedaagde] te veroordelen tot het gedogen van de verzochte werkzaamheden in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is daarop reeds in deze procedure vooruitgelopen. 16. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat [gedaagde] te kennen heeft gegeven dat hij, indien hij veroordeeld zou worden tot het gedogen van vervanging van zijn gaskachel, geen bezwaar heeft tegen een huurverhoging van € 20,00. In die zin wordt begrepen dat [gedaagde] het voorstel in zoverre als redelijk aanmerkt. 17. Voorgaande leidt er toe dat [gedaagde] veroordeeld zal worden tot het toestaan van de vervanging van de open verbrandingstoestellen in de woning. Voor het geval [gedaagde] niet vrijwillig mee zal werken aan die veroordeling, wordt de gevorderde ontruiming toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen. Rochdale onderbouwt de noodzaak van de dwangsom als extra prikkel slechts met de stelling dat deze de kosten van ontruiming voor Rochdale kan voorkomen; daarmee heeft zij echter niet onderbouwd dat, naast het uitspreken van de veroordeling tot ontruiming, met het vooruitzicht dat [gedaagde] ook daadwerkelijk wordt aangezegd en uitgevoerd, een noodzaak bestaat aan [gedaagde] een extra prikkel te geven in de vorm van een dwangsom. 17. Nu [gedaagde] geen bezwaar heeft gemaakt tegen een huurverhoging van € 20,00 per maand voor het geval dat hij veroordeeld wordt tot het gedogen van vervanging van zijn gaskachel, is, gelet op al hiervoor overwogene, de vordering tot betaling van € 20,00 per maand naast de geldende huurprijs toewijsbaar. Het betreft hier een voorziening, niet een vaststelling van de huurprijs. De kantonrechter merkt het feit dat [gedaagde] geen bezwaar heeft gemaakt tegen de huurverhoging niet aan als een expliciete akkoordverklaring. De kantonrechter wijst er in dat verband dan ook op dat het beide partijen vrij staat om op grond van artikel 7:255 lid 2 BW binnen 3 maanden nadat de open verbrandingstoestellen in de woning zijn vervangen de huurcommissie te verzoeken een uitspraak te doen over het bedrag van de verhoging. 17. De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen, omdat gebleken is dat niet is voldaan aan de voorwaarden zoals bepaald artikel 6:96 lid 6 BW. 20. [gedaagde] dient als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten te worden belast. BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis te gehengen en gedogen dat Rochdale c.q. haar installatiebedrijf in de woning aan de [adres] te [plaats] de open verbrandingstoestellen zal vervangen door een HR-ketel met één radiator, welke radiator geplaatst zal worden in de keuken van de woning, en veroordeelt [gedaagde] , als hij in gebreke blijft aan voornoemde veroordeling te voldoen, de woning tijdelijk te ontruimen en ter beschikking van Rochdale te stellen ten behoeve van voornoemde werkzaamheden, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 558 sub b Rv bepaalde; veroordeelt [gedaagde] met ingang van de maand volgend op die waarin de werkzaamheden hebben plaatsgevonden tot betaling van € 20,00 per maand naast de tot dan geldende huurprijs; veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Rochdale begroot op:exploot € 98,88salaris € 400,00griffierecht € 470,00 -----------------totaal € 968,88voor zover van toepassing, inclusief btw; veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw; verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde. Aldus gewezen door mr. Y.A.M. Jacobs, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht Zaaknummer 6827226 CV EXPL 18-2359 Vonnis in kort geding van 7 mei 2018 in het kort geding van de stichting STICHTING WONEN ZUID, gevestigd te Heerlen, eisende partij in conventie, verwerende partij in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde mr. A.N.A.G. Boer tegen [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] , wonend te [woonplaats 1] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde mr. N. Heilhof. Partijen zullen hierna Wonen Zuid en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] genoemd worden. 1De procedure 1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit: het exploot van dagvaarding d.d. 23 april 2018 met producties de op 30 april 2018 van de zijde van Wonen Zuid ontvangen producties de op 1 mei 2018 van de zijde van Wonen Zuid ontvangen nadere productie de op 2 mei 2018 van de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ontvangen voorwaardelijke eis in reconventie de mondelinge behandeling ter zitting d.d. 3 mei 2018, waar beide partijen de respectieve standpunten aan de hand van een pleitnota nader hebben toegelicht. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] huurt van Wonen Zuid sinds 1 december 1989 de woning te [woonplaats 2] aan de [adres] (verder te noemen: de woning).

Het betreft een bovenwoning van een door Wonen Zuid verhuurd woningencomplex. 2.2. Sinds 2013/2014 heeft, ondanks communicatie daarover tussen partijen, geen onderhoud meer plaatsgevonden aan de cv-ketel in de woning. Het betreft een zogenoemde semi-open cv-ketel die volgens Wonen Zuid 22 jaar oud is maar volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] uit ‘de jaren 2000’ stamt. 2.3. Sinds 2016 heeft Wonen Zuid te kennen gegeven dat zij de cv ketel wil (laten) vervangen door een (modernere en zuinigere) HR-ketel. Ook daarover is tussen partijen gecommuniceerd, zonder dat dit tot op heden tot vervanging van de ketel heeft geleid.

Wonen Zuid vervangt per complex de ketels van de door haar verhuurde woningen (zo is althans haar bedoeling). 2.4. Bij brief van 19 juli 2017 (productie 6 bij exploot) heeft Wonen Zuid aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te kennen gegeven dat zij volgens Wonen Zuid sinds 2014 weigert onderhoud aan de cv-ketel toe te staan en dat zij vanaf 2016 vervanging van de ketel weigert toe te staan, terwijl dit ook in het belang van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is, alsmede dat die weigering door Wonen Zuid als een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen als huurder wordt aangemerkt.

Vanaf enig moment heeft Wonen Zuid tevens contact gehad met [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] over een door Wonen Zuid te plaatsen co-melder (koolstofmonoxide), doch ook dit heeft er tot op heden niet toe geleid dat een co-melder is geplaatst in de woning. Ook hiervan wordt in genoemde brief melding gemaakt. Ter zitting heeft de gemachtigde van Wonen Zuid te kennen gegeven dat het - om veiligheidsredenen - beleid is van Wonen Zuid om de door haar verhuurde woning van een co-melder te voorzien. 2.5. In de nacht van 3 maart 2018 hebben de onderburen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een lekkage gemeld, die volgens de monteur die ter plekke is komen kijken haar oorsprong vindt in de kraan van de wastafel op de badkamer van de woning.

Het water lekt naar de (elektriciteit)meterkast van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en naar de berging van de onderburen (die de melding hadden gemaakt). 3De vorderingen en het geschil in conventie 3.1. Wonen Zuid vordert na eiswijziging - in een zeer omslachtig petitum - kort gezegd een machtiging ex art. 3:299 BW om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis: - de lekkage in het gehuurde te herstellen en de situatie in de meterkast weer veilig te maken (primair: op kosten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ) - de cv-ketel in het gehuurde te vervangen (subsidiair: om daar op kosten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] onderhoud aan te mogen laten uitvoeren) - een co-melder in het gehuurde te plaatsen.

Tevens vordert Wonen Zuid de veroordeling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om: - binnen drie dagen na betekening van dit vonnis ervoor zorg te dragen dat - kort gezegd - de plekken waar genoemde werkzaamheden dienen plaats te vinden en de weg daar naartoe vrij toegankelijk zullen zijn om die werkzaamheden te kunnen uitvoeren - binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te gehengen en te gedogen dat voormelde werkzaamheden door of namens Wonen Zuid worden uitgevoerd, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] daarmee in gebreke blijft, een en ander onder verwijzing van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de proceskosten met rente en de nakosten. 3.2. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna voor zover nodig zal worden ingegaan. in voorwaardelijke reconventie 3.3. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] vordert, voor het geval dat geoordeeld zal worden dat deze zaak zich leent voor een kort geding, Wonen Zuid ontvankelijk is in haar vorderingen en de kantonrechter oordeelt dat ruimte is voor de vaststelling van de schuldvraag ten aanzien van de lekkage, de benoeming van een deskundige om de oorzaak van de lekkage vast te stellen, subsidiair om een bemiddelaar te benoemen om de communicatie tussen partijen te verbeteren. 4De beoordeling in conventie 4.1.

De vorderingen ten aanzien van het vervangen van de cv-ketel dan wel het laten plegen van onderhoud daaraan, alsmede die ten aanzien van het plaatsen van een co-melder stranden bij gebrek aan een spoedeisend belang. De spoedeisendheid van het plaatsen van een co-melder is op geen enkele wijze onderbouwd, zodat niet kan worden ingezien waarom Wonen Zuid een oordeel over deze door haar gewenste veiligheidsvoorziening in een bodemprocedure niet kan afwachten, nog daargelaten dat een voor Wonen Zuid gunstige uitkomst van een bodemprocedure op dit punt niet zonder meer reeds bij voorbaat zeker is.

Het betreft, zoals Wonen Zuid immers zelf zegt, slechts een eigen beleidsregel, terwijl van een wettelijke of anderszins van overheidswege verplichting tot het plaatsen van een dergelijke veiligheidsvoorziening op dit punt niet is gebleken. Ook ten aanzien van het vervangen dan wel het laten plegen van onderhoud aan de cv ketel heeft Wonen Zuid op onvoldoende overtuigende wijze betoogd dat een beslissing hierover in een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Dat de veiligheid gebiedt dat acuut onderhoud noodzakelijk is, is niet gebleken (want: betwist door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en door Wonen Zuid vervolgens niet nader onderbouwd), terwijl evenmin inzichtelijk is gemaakt, met stukken dan wel anderszins, dat (en in welke mate) Wonen Zuid financieel verlies lijdt indien de door haar gewenste vervanging van de cv-ketel niet op korte termijn plaatsvindt.

De enkele verwijzing naar het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 25 oktober 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:7932) is daartoe onvoldoende: Wonen Zuid dient gemotiveerd te stellen dat zij in de onderhavige situatie financieel nadeel lijdt indien de cv-ketel in de woning niet op korte termijn wordt vervangen maar een bodemprocedure moet worden afgewacht, doch zij heeft dit nagelaten. 4.2. Dat er een lekkage in de woning is en dat er water naar de meterkast en naar de onderburen lekt, wordt door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet betwist (zelfs erkend) en staat daarmee in deze procedure vast.

Dat herstel daarvan spoedeisend is, is evident, en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wenst dit spoedig herstel ook zelf, zo is ter zitting gebleken. Op dit moment (sinds de lekkage is gemeld, zo begrijpt de kantonrechter) sluit [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de watervoorziening in de woning geheel af om verder lekken van water te voorkomen doch dient zij zich daarom op andere wijze van water te voorzien. Aan die situatie dient zo spoedig mogelijk een einde te worden gemaakt. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] maakt, zo stelt zij ter zitting, slechts bezwaar tegen de aanname van Wonen Zuid dat de lekkage is ontstaan door “knutselwerk” van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan de watervoorziening.

Daarmee betwist zij dus dat het herstel op haar kosten dient plaats te vinden, maar dat herstel dient plaats te vinden, en wel op zo kort mogelijke termijn, staat vast. De subsidiaire vordering op dit punt zal derhalve worden toegewezen. Omdat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat zij dit herstel zelf ook wenst, ziet de kantonrechter thans geen aanleiding om aan deze veroordeling een dwangsom te verbinden, noch om de andere gevorderde voorzieningen te treffen voor het geval [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet meewerkt.

Zij zal om dezelfde reden ook geen dwangsom verbinden aan de toe te wijzen vorderingen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis ervoor zorg te dragen dat de plekken waar de werkzaamheden dienen plaats te vinden en de weg daar naartoe vrij toegankelijk zullen zijn om die werkzaamheden te kunnen uitvoeren en om die werkzaamheden te gehengen en te gedogen. De vordering zal worden toegewezen zoals in het dictum wordt bepaald. 4.3. Nu partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt. in voorwaardelijke reconventie 4.4.

De kantonrechter is in conventie niet toegekomen aan de schuldvraag, zodat aan de voorwaarde voor de reconventionele vordering niet is voldaan. Deze behoeft derhalve geen beoordeling, wat betekent dat in beginsel geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken. In deze zaak zijn geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die maken dat van dit uitgangspunt moet worden afgeweken.

5De beslissing

De kantonrechter in conventie 5.1. machtigt Wonen Zuid om de (water)lekkage in de woning te doen herstellen en de situatie in de meterkast weer veilig te maken, 5.2. veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te gehengen en te gedogen dat door of namens Wonen Zuid de lekkage in het gehuurde wordt hersteld en de situatie in de meterkast weer veilig wordt gemaakt, 5.3. veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis ervoor zorg te dragen dat de plekken in de woning waar de werkzaamheden dienen plaats te vinden en de weg daar naartoe vrij toegankelijk zullen zijn en blijven totdat de werkzaamheden hebben plaatsgevonden, 5.4. compenseert de kosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en is in het openbaar uitgesproken. RK