ECLI:NL:RBLIM:2018:12485 · Rechtbank Limburg
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer: 03/249975 / HA RK 18-118 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken van 24 mei 2018 op het op 9 mei 2018 ingediende verzoek van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , [adres verzoeker] , verzoeker, strekkende tot wraking van mr. K.M.P. Jacobs, rechter in de rechtbank Limburg, hierna genoemd: de rechter. De rechter heeft niet in het wrakingsverzoek berust. De beoordeling van het verzoek De wrakingskamer stelt vast dat het onderhavige verzoek is ingediend op 9 mei 2018.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBLIM:2018:12485 · Rechtbank Limburg: K.M.P. Jacobs, rechter in de rechtbank Limburg, hierna genoemd: de rechter. De rechter heeft niet in het wrakingsverzoek berust. De beoordeling van het verzoek De wrakingskamer stelt vast dat het onderhavige verzoek is ingediend op 9 mei 2018.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer: 03/249975 / HA RK 18-118 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken van 24 mei 2018 op het op 9 mei 2018 ingediende verzoek van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , [adres verzoeker] , verzoeker, strekkende tot wraking van mr. K.M.P. Jacobs, rechter in de rechtbank Limburg, hierna genoemd: de rechter. De rechter heeft niet in het wrakingsverzoek berust. De beoordeling van het verzoek De wrakingskamer stelt vast dat het onderhavige verzoek is ingediend op 9 mei 2018.
Het verzoek heeft betrekking op een bestuursrechtelijke procedure, waarin de rechter op 29 maart 2018 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), derhalve zonder een behandeling ter zitting, uitspraak heeft gedaan. Uit de bij het wrakingsverzoek gevoegde stukken blijkt dat verzoeker tegen die uitspraak verzet heeft aangetekend. In artikel 9.1, aanhef en onder c, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg, vastgesteld door het bestuur van de Rechtbank Limburg bij besluit van 15 november 2017, is bepaald dat de wrakingskamer een verzoek tot wraking wegens kennelijke niet ontvankelijkheid zonder behandeling ter zitting aanstonds kan afwijzen, indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan.
Nu het verzoek is ingediend op een tijdstip gelegen nadat in de hoofdzaak een einduitspraak is gewezen, zal de wrakingskamer het verzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid afwijzen. Daar doet niet aan af dat verzoeker tegen de betreffende uitspraak verzet heeft aangetekend, nu de rechter op grond van artikel 8:55, zesde lid, van de Awb niet bij de behandeling van het verzet wordt betrokken. Ook bij een eventuele gegrondverklaring van het verzet zal de rechter geen verdere bemoeienis met de procedure van verzoeker hebben. De beslissing De wrakingskamer: wijst het verzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid af.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.M.M. Kleijkers, voorzitter, mr. T.M. Schelfhout en mr. J.W. Rijksen, leden, en in tegenwoordigheid van de griffier P.J.C. Hendriks in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2018. type: ph Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.