ECLI:NL:RBLIM:2018:12181 · Rechtbank Limburg
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 7383146 CV EXPL 18-7700 Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 20 december 2018 in de zaak van [eiser] , wonend [adres 1] , [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde mr. K.J.C. van Bekkum, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOORWERK BV, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [huurder] gevestigd te Sittard, gedaagde partij, gemachtigde mr. C.H.J.M. van Heugten. Partijen zullen hierna de verhuurder, de bewindvoerder q.q. en de huurder worden genoemd. 1De procedure 1.1.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBLIM:2018:12181 · Rechtbank Limburg: K.J.C. van Bekkum, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOORWERK BV, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [huurder] gevestigd te Sittard, gedaagde partij, gemachtigde mr. C.H.J.M. van Heugten. Partijen zullen hierna de verhuurder, de bewindvoerder q.q. en de huurder worden genoemd. 1De procedure 1.1.
Full text
RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 7383146 CV EXPL 18-7700 Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 20 december 2018 in de zaak van [eiser] , wonend [adres 1] , [woonplaats 1] , eisende partij, gemachtigde mr. K.J.C. van Bekkum, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOORWERK BV, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [huurder] gevestigd te Sittard, gedaagde partij, gemachtigde mr. C.H.J.M. van Heugten. Partijen zullen hierna de verhuurder, de bewindvoerder q.q. en de huurder worden genoemd. 1De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de aanvullende stukken zijdens partijen - de mondelinge behandeling op 17 december 2018 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Huurder huurt van verhuurder de woning aan de [adres 2] te [woonplaats 2] . Huurder staat onder bewind wegens problematische schulden. 2.2. Verhuurder heeft op de in de dagvaarding aangevoerde gronden - samengevat - de ontruiming van het gehuurde gevorderd. 2.3. Gehoord de standpunten van partijen, overweegt de kantonrechter dat de vorderingen, zoals op de zitting gewijzigd, in dit kort geding toewijsbaar zijn, met dien verstande dat de beëindiging van de huurovereenkomst per 31 januari 2019 niet is gevorderd.
Partijen zijn dit reeds ter zitting overeengekomen. Partijen hebben ter zitting eveneens afgesproken dat de huurder (lees: de bewindvoerder q.q.) bij elke nieuwe “overtreding/overlast” een bedrag van € 300,00 aan verhuurder zal betalen.
3De beslissing
De kantonrechter in kort geding 3.1. veroordeelt de bewindvoerder q.q. om de woning aan de [adres 2] te [woonplaats 2] uiterlijk 31 januari 2019 met alle personen en zaken die zich van de kant van huurder in en om het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van verhuurder te stellen, 3.2. veroordeelt de bewindvoerder q.q. tot betaling van € 300,00 aan de verhuurder voor elke keer dat de huurder na het plaatsvinden van de comparitie nog overlast veroorzaakt, 3.3. verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.4. compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en is in het openbaar uitgesproken. NIv