Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2017:8786 ECLI:NL:RBLIM:2017:8786 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2017:8786 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2017:8786
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummers: C/03/240299 HA RK 17-217 C/03/240301 HA RK 17-218 C/03/240303 HA RK 17-219 C/03/240304 HA RK 17-220 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken in de zaken van [de verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , verzoeker; indiener van een verzoek dat strekt tot wraking van: mr. R.M.M. Kleijkers, rechter in de rechtbank Limburg (hierna ook te noemen: de rechter).

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:15 van de Awb; ECLI:NL:RBLIM:2017:8786 · Rechtbank Limburg: In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is bepaald dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.

Keywords

AI generated
termination of proceedings withdrawal of action motion for recusal complexity of proceedings reopening of proceedings disqualification of attorney

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht
In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is bepaald dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
artikel 8:15 van de Awb
Nu de wrakingsverzoeken van verzoeker niet zijn gericht tegen de rechter die zijn zaken in behandeling heeft, is niet aan de formele vereisten voor een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb voldaan, zodat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoeken.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummers: C/03/240299 HA RK 17-217 C/03/240301 HA RK 17-218 C/03/240303 HA RK 17-219 C/03/240304 HA RK 17-220 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken in de zaken van [de verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , verzoeker; indiener van een verzoek dat strekt tot wraking van: mr. R.M.M. Kleijkers, rechter in de rechtbank Limburg (hierna ook te noemen: de rechter).

1Het procesverloop

Bij uitspraken van 6 september 2017 heeft de wrakingskamer onder voorzitterschap van mr. Kleijkers verzoeken tot wraking van mr. K.M.P. Jacobs niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft vervolgens verzoeken tot wraking van mr. Kleijkers ingediend.

2De beoordeling

In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is bepaald dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.

In de zaken met zaaknummers C03/240021/HARK17-204, C03/240022/HARK17-205, C03/240024/HARK17-206 en C03/240025/HARK17-207 zijn door de wrakingskamer onder voorzitterschap van mr. Kleijkers uitspraken gedaan. Daarmee zijn deze procedures beëindigd en tegen deze uitspraken kunnen geen rechtsmiddelen worden aangewend. Dat betekent dat mr. Kleijkers niet meer de behandelend rechter is in die zaken. Nu de wrakingsverzoeken van verzoeker niet zijn gericht tegen de rechter die zijn zaken in behandeling heeft, is niet aan de formele vereisten voor een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb voldaan, zodat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoeken.

Tot een mondelinge behandeling van de wrakingsverzoeken wordt daarom niet overgegaan 3De beslissing De wrakingskamer verklaart de verzoeken tot wraking van mr. R.M.M. Kleijkers niet-ontvankelijk. Deze beschikking is gegeven door mr. V.P. van Deventer (voorzitter), mr. P. Hoekstra en mr. J.J.M. Wassenberg, leden, bijgestaan door J.N. Buddeke als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2017. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.