Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2017:8705 ECLI:NL:RBLIM:2017:8705 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2017:8705 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2017:8705
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer: C/03/240027 HA RK 17-208 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken in de zaak van [de verzoeker] , wonend te [woonplaats verzoeker] , verzoeker; indiener van een verzoek dat strekt tot wraking van: mr. K.M.P. Jacobs, rechter in de rechtbank Limburg (hierna ook te noemen: de rechter).

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:15 van de Awb; ECLI:NL:RBLIM:2017:8705 · Rechtbank Limburg: In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)is bepaald dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.

Keywords

AI generated
implausible testimony procedural objections postponement of trial reasonable duration of the proceedings right to refuse testimony reopening of proceedings

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht
In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)is bepaald dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
artikel 8:15 van de Awb
Nu het wrakingsverzoek van verzoeker niet is gericht tegen de rechter die zijn zaak in behandeling heeft, is niet aan de formele vereisten voor een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb voldaan, zodat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Wrakingskamer Zaaknummer: C/03/240027 HA RK 17-208 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken in de zaak van [de verzoeker] , wonend te [woonplaats verzoeker] , verzoeker; indiener van een verzoek dat strekt tot wraking van: mr. K.M.P. Jacobs, rechter in de rechtbank Limburg (hierna ook te noemen: de rechter).

1Het procesverloop

Bij uitspraak van 9 augustus 2017 heeft de rechter het beroep van verzoeker gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit (zaaknummer 17/1984) kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker niet heeft voldaan aan het vereiste om alvorens beroep in te stellen het bestuursorgaan in gebreke te stellen. Op 28 augustus 2017 heeft verzoeker in de genoemde zaak een verzoek tot wraking van de rechter ingediend.

2De beoordeling

In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)is bepaald dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.

In de hiervoor genoemde zaak van verzoeker is op 9 augustus 2017 uitspraak gedaan. Daarmee is deze procedure beëindigd en dat betekent dat mr. Jacobs niet meer de behandelend rechter is in deze zaak. Tegen de uitspraak staat weliswaar nog het rechtsmiddel van verzet open, maar bij heropening van de behandeling van de zaak op die grond, wordt de zaak aan een andere rechter dan mr. Jacobs toebedeeld. Nu het wrakingsverzoek van verzoeker niet is gericht tegen de rechter die zijn zaak in behandeling heeft, is niet aan de formele vereisten voor een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb voldaan, zodat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek.

Tot een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek wordt daarom niet overgegaan.

3De beslissing

De wrakingskamer: verklaart het verzoek tot wraking van mr. K.M.P. Jacobs niet-ontvankelijk. Aldus gegeven door mr. R.M.M. Kleijkers, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en mr. M.J.A.G. van Baal, leden, in aanwezigheid van J.N. Buddeke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 september 2017. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.