Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2017:4501 ECLI:NL:RBLIM:2017:4501 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2017:4501 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2017:4501
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 5463625 \ CV EXPL 16-10146 Vonnis van de kantonrechter van 17 mei 2017 in de zaak van: de stichting STICHTING WOONPUNT, gevestigd te Maastricht, eisende partij, gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde partij] , wonend op een bij de deurwaarder bekend adres in, de gemeente [woonplaats gedaagde partij] , gedaagde partij, gemachtigde mr. J.E.A.H. Verstraelen. Partijen worden hierna verder Woonpunt en [gedaagde partij] genoemd. 1De procedure 1.1. Het (verdere) verloop van de procedure blijkt uit: het tussen partijen gewezen vonnis van 1 maart 2017, de akte van [gedaagde partij] , de akte van Woonpunt. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

artikel 7:224 BW; ECLI:NL:RBLIM:2017:4501 · Rechtbank Limburg: Woonpunt heeft ter zake van het aan haar opgedragen bewijs afgezien van het horen van getuigen, noch heeft zij in verband met het aan haar opgedragen bewijs andere bewijsstukken in het geding gebracht. Dit betekent dat er van uit moet worden gegaan dat [gedaagde partij] het gehuurde bij aanvang van de huur niet in een betere staat heeft ontvangen dan zoals die was bij het einde van de huurovereenkomst en dat de gebreken, zoals die bij het einde van de huur zijn gebleken, niet voor rekening van [gedaagde partij] komen. Daaruit volgt dat onvoldoende grondslag aanwezig is voor toewijzing van de door Woonpunt kosten, zodat deze vordering zal worden afgewezen. 2.6.

Keywords

AI generated
condition of leased property showing of irreparable harm warranty against defects certificate of unpaid debts warranted characteristic notice of defects

Cited Legislation

AI generated
artikel 7:224 BW
17 augustus 2009 geen beschrijving van het gehuurde is opgemaakt en dat op grond van het bepaalde in artikel 7:224 BW wordt verondersteld dat [gedaagde partij] , behoudens tegenbewijs, het gehuurde in de staat zal hebben ontvangen zoals die was bij het einde van de huurovereenkomst.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 5463625 \ CV EXPL 16-10146 Vonnis van de kantonrechter van 17 mei 2017 in de zaak van: de stichting STICHTING WOONPUNT, gevestigd te Maastricht, eisende partij, gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde partij] , wonend op een bij de deurwaarder bekend adres in, de gemeente [woonplaats gedaagde partij] , gedaagde partij, gemachtigde mr. J.E.A.H. Verstraelen. Partijen worden hierna verder Woonpunt en [gedaagde partij] genoemd. 1De procedure 1.1. Het (verdere) verloop van de procedure blijkt uit: het tussen partijen gewezen vonnis van 1 maart 2017, de akte van [gedaagde partij] , de akte van Woonpunt. 1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De (verdere) beoordeling 2.1. De kantonechter verwijst naar het door hem tussen partijen gewezen vonnis van 1 maart 2017, bij de inhoud waarvan wordt volhard. Bij dat vonnis is Woonpunt toegelaten bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit valt af te leiden dat de gebreken, zoals te zien op de foto's van 26 augustus 2013, niet reeds aanwezig waren bij aanvang van de huur op 17 augustus 1999. 2.2. Woonpunt heeft vervolgens bericht dat zij afziet van het horen van getuigen en ook op andere wijze geen bewijsstukken in het geding zal brengen. 2.3.

In het vonnis van 1 maart 2017 is overwogen dat tussen partijen vast staat dat bij aanvang van de huurovereenkomst d.d. 17 augustus 2009 geen beschrijving van het gehuurde is opgemaakt en dat op grond van het bepaalde in artikel 7:224 BW wordt verondersteld dat [gedaagde partij] , behoudens tegenbewijs, het gehuurde in de staat zal hebben ontvangen zoals die was bij het einde van de huurovereenkomst. 2.4. Omdat Woonpunt ter comparitie uitdrukkelijk heeft aangeboden te bewijzen dat het gehuurde bij aanvang van de huurovereenkomst in een betere staat verkeerde dan bij het einde van de huurovereenkomst, is Woonpunt bij voormeld vonnis toegelaten bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit valt af te leiden dat de gebreken, zoals te zien op de foto's van 26 augustus 2013, niet reeds aanwezig waren bij aanvang van de huur op 17 augustus 1999. 2.5.

Woonpunt heeft ter zake van het aan haar opgedragen bewijs afgezien van het horen van getuigen, noch heeft zij in verband met het aan haar opgedragen bewijs andere bewijsstukken in het geding gebracht. Dit betekent dat er van uit moet worden gegaan dat [gedaagde partij] het gehuurde bij aanvang van de huur niet in een betere staat heeft ontvangen dan zoals die was bij het einde van de huurovereenkomst en dat de gebreken, zoals die bij het einde van de huur zijn gebleken, niet voor rekening van [gedaagde partij] komen. Daaruit volgt dat onvoldoende grondslag aanwezig is voor toewijzing van de door Woonpunt kosten, zodat deze vordering zal worden afgewezen. 2.6.

Woonpunt zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagde partij] worden begroot op een bedrag van € 350,00 (2 x tarief € 175,00) ter zake van salaris van haar gemachtigde.

3De beslissing

De kantonrechter 3.1. wijst de vordering van Woonpunt af, 3.2. veroordeelt Woonpunt in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde partij] gevallen en tot op heden begroot op € 350,00. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken. type: TC coll: