Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2017:12006 ECLI:NL:RBLIM:2017:12006 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2017:12006 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2017:12006
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK limburg Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: AWB/ROE 17/963 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2017 in de zaak tussen [naam 1] , te [plaatsnaam] , eiser (gemachtigde: mr. R.M.M. Menting), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, verweerder (gemachtigde: mr. L.E.J.M. Vehns). Procesverloop Bij besluit van 13 juli 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser de disciplinaire staf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd per 15 juli 2016. Bij besluit van 10 januari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:11 van de Awb; ECLI:NL:RBLIM:2017:12006 · Rechtbank Limburg: Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Keywords

AI generated
eligibility for unemployment benefits suspension of benefits cessation of gainful employment inflicted job loss permanent earning incapacity redundancy

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht
Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken.
artikel 6:11 van de Awb
Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK limburg Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: AWB/ROE 17/963 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2017 in de zaak tussen [naam 1] , te [plaatsnaam] , eiser (gemachtigde: mr. R.M.M. Menting), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, verweerder (gemachtigde: mr. L.E.J.M. Vehns). Procesverloop Bij besluit van 13 juli 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser de disciplinaire staf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd per 15 juli 2016. Bij besluit van 10 januari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser heeft sedert 2008 bij verweerder gewerkt als straatcoach en daarna als Handhaver B. Bij besluit van 11 maart 2016 heeft verweerder eiser de disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag opgelegd (met bijkomende straf van salarisvermindering) met een proeftijd van 2 jaar wegens plichtsverzuim.

Dit besluit is in rechte komen vast te staan. Op 29 maart 2016 zijn in de woning van eiser briefpapier met het gemeente-logo alsmede gemeente-enveloppen aangetroffen ten behoeve van eisers hobby: ‘lego’-ruilhandel (legoblokjes). Bij besluit van 31 mei 2016 heeft verweerder eiser geschorst bij wijze van ordemaatregel per 17 mei 2016.

2. Verweerder stelt zich op het standpunt -kort weergegeven- dat eiser zonder toestemming gemeente-enveloppen heeft gebruikt voor zijn privé ruilhandel (verzenden van legoblokjes). Aangezien dit plichtsverzuim heeft plaatsgevonden in zijn proeftijd, is terecht besloten tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk ontslag.

3. Eiser voert in beroep aan -kort samengevat- dat (primair) geen sprake is van plichtsverzuim en (subsidiair) het plichtsverzuim zich niet gedurende de proeftijd heeft voorgedaan. Eisers stelt toestemming te hebben gevraagd (aan [naam 2] of [naam 3] ) en gekregen om de betreffende zaken mee naar huis te nemen. Verder stelt eiser dat hij de spullen reeds in 2014 dus voor het ingaan van de proeftijd mee naar huis heeft genomen. 4De rechtbank overweegt als volgt. Alvorens het beroep inhoudelijk te kunnen beoordelen moet de rechtbank (ambtshalve) nagaan of het beroep ontvankelijk is. Dienaangaande overweegt de rechtbank het volgende. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Niet in geschil is dat eiser na afloop van de wettelijke termijn en derhalve te laat beroep heeft ingesteld bij de rechtbank.

5. Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

6. Vast staat dat het bestreden besluit geen rechtsmiddelverwijzing bevat. Echter op grond van vaste jurisprudentie maakt dit de termijnoverschrijding niet verschoonbaar, aangezien eiser reeds in bezwaar werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener, waarvan mag worden aangenomen dat deze over de vereiste kennis beschikt.

7. Over de stelling van eiser dat hij in bezwaar door een andere gemachtigde (een kantoorgenoot van zijn huidige gemachtigde) werd bijgestaan overweegt de rechtbank dat het bestreden besluit niet alleen aan eiser maar ook aan het “Het Wetshuys” (het advocatenkantoor van eisers gemachtigde) alsmede per e-mail aan mr. Menting is verzonden. Dit betekent dat eiser en zijn gemachtigde op de hoogte waren van het feit dat het bestreden besluit was genomen.

8. Op grond van voorgaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep van eiser. 9Het beroep is niet-ontvankelijk. 10Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A.G.M. Vluggen, rechter, in aanwezigheid van mr. E.W. Seylhouwer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 december 2017. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: 8 december 2017 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.