Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2016:7736 ECLI:NL:RBLIM:2016:7736 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2016:7736 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2016:7736
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht Zaaknummer: 5279303 CV EXPL 16-7225 Vonnis van de kantonrechter ex artikel 254 Rv van 6 september 2016 in de zaak van [eiseres] , wonend aan het [adres 1] , [woonplaats 1] , eiseres, gemachtigde mr. R.G.P. Voragen, tegen 1de vennootschap onder firma [naam vof] V.O.F., gevestigd en kantoorhoudend aan de [adres 2] , [vestigingsplaats] , 2. [gedaagde sub 2], vennoot van gedaagde sub 1, wonend aan de [adres 2] , [woonplaats 2] , 3. [gedaagde sub 3], vennoot van gedaagde sub 1, wonend aan de [adres 2] , [woonplaats 2] , gedaagden, gemachtigde mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 254 Rv; ECLI:NL:RBLIM:2016:7736 · Rechtbank Limburg: R.G.P. Voragen, tegen 1de vennootschap onder firma [naam vof] V.O.F., gevestigd en kantoorhoudend aan de [adres 2] , [vestigingsplaats] , 2. [gedaagde sub 2], vennoot van gedaagde sub 1, wonend aan de [adres 2] , [woonplaats 2] , 3. [gedaagde sub 3], vennoot van gedaagde sub 1, wonend aan de [adres 2] , [woonplaats 2] , gedaagden, gemachtigde mr.

Keywords

AI generated
hospital stay co-payment deportation despite health issues withdrawal of opposition staggering of health insurance premiums unfit notwithstanding health condition cessation of insurance benefits

Cited Legislation

AI generated
artikel 254 Rv
RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht Zaaknummer: 5279303 CV EXPL 16-7225 Vonnis van de kantonrechter ex artikel 254 Rv van 6 september 2016 in de zaak van [eiseres] , wonend aan het [adres 1] , [woonplaats 1] , eiseres, gemachtigde mr.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht Zaaknummer: 5279303 CV EXPL 16-7225 Vonnis van de kantonrechter ex artikel 254 Rv van 6 september 2016 in de zaak van [eiseres] , wonend aan het [adres 1] , [woonplaats 1] , eiseres, gemachtigde mr. R.G.P. Voragen, tegen 1de vennootschap onder firma [naam vof] V.O.F., gevestigd en kantoorhoudend aan de [adres 2] , [vestigingsplaats] , 2. [gedaagde sub 2], vennoot van gedaagde sub 1, wonend aan de [adres 2] , [woonplaats 2] , 3. [gedaagde sub 3], vennoot van gedaagde sub 1, wonend aan de [adres 2] , [woonplaats 2] , gedaagden, gemachtigde mr.

E.R. Frieser. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagden] worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de op voorhand door mr. Frieser ingediende pleitaantekeningen met producties de door mr. Frieser ingediende gecorrigeerde productie 13 het door mr. Voragen op 5 september 2016 gedane verzoek tot verplaatsing, dat op grond van artikel 10 procesreglement is afgewezen de mondelinge behandeling van 5 september 2016 1.2. Vervolgens is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Namens eisende partij is niemand ter zitting verschenen. [eiseres] is evenmin in persoon verschenen.

Het bij dagvaarding gestelde is door [gedaagden] gemotiveerd weersproken. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om, desnoods in persoon, ter zitting gemotiveerd in te gaan op het verweer van [gedaagden] , nu de inhoud daarvan tot uitleg van de feiten of nadere motivering van het bij dagvaarding gestelde aanleiding gaf. 2.2. Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat [eiseres] niet geslaagd is in een onderbouwing van haar stellingen die zodanig is dat zij de betwiste vordering kunnen dragen. Met name is niet aannemelijk geworden dat [gedaagden] gehouden is [eiseres] vanaf 1 juni 2016 het loon te betalen.

Aannemelijk is veeleer dat [gedaagden] grond tot stopzetting van de loonbetaling en ontslag op staande voet had, gelegen in de gebrekkige medewerking door [eiseres] aan haar re-integratie. 2.3. De vorderingen van [eiseres] zullen worden afgewezen met haar veroordeling in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 400,00 salaris gemachtigde.

3De beslissing

De kantonrechter 3.1. wijst de vorderingen af, 3.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 400,00 salaris gemachtigde. Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en is in het openbaar uitgesproken. Type: CJ