Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2016:4229 ECLI:NL:RBLIM:2016:4229 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2016:4229 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2016:4229
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: AWB 15/2648 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2016 in de zaak tussen [eiseres], te [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. F.J. Boonstra), en de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder (gemachtigde: mr. W.L.C. Rijk). Procesverloop Bij besluit van 5 december 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder een aanvraag van Staatsbosbeheer om ontheffing als bedoeld in artikel 75 van de Flora- en faunawet (Ffw) afgewezen. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt.

Legislator headnote

AI generated

artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 1:2 Awb; ECLI:NL:RBLIM:2016:4229 · Rechtbank Limburg: Eiseres huurt van Staatsbosbeheer het visrecht op het [naam 2]. Door de bouw van een beverdam is het waterpeil in het [naam 2] gestegen. Daardoor zijn de door eiseres aangebrachte vissteigers in het [naam 2] onder water komen te staan en niet meer bruikbaar. De leden van eiseres kunnen daardoor niet meer vissen in het [naam 2]. Bevissing vanaf de kant is namelijk niet mogelijk. Staatsbosbeheer heeft daarom op 30 juni 2014 aan verweerder een ontheffing ex artikel 75 van de Ffw gevraagd voor het tijdelijk verlagen van de beverdam, zodat het water in het [naam 2] zal dalen en de vissteigers weer gebruikt kunnen worden.

Keywords

AI generated
sovereign state immunity setback from water bodies lack of standing of association state servitude infringement of the Treaties violation of foreign territorial sovereignty

Cited Legislation

AI generated
artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank heeft partijen ter zitting voorgehouden dat eerst ambtshalve zal moeten worden getoetst of aan de vereisten van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt voldaan.
artikel 1:2 Awb
De rechtbank stelt vast dat, ongeacht wat in het derde lid van artikel 1:2 Awb is bepaald omtrent de belanghebbendheid van rechtspersonen, de eis van rechtstreekse betrokkenheid bij een besluit evenzeer heeft te gelden (memorie van toelichting bij de Awb, PG Awb I, blz.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2004:AQ8711
Procesverloop Bij besluit van 12 april 2002 heeft de burgemeester van Schiedam (hierna: de burgemeester) ingevolge artikel 2.3.6, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Schiedam geweigerd de door [aanvrager] gevraagde exploitatievergunning voor een horecabedrijf te verlenen. Bij besluit van 10 januari 2003 heeft de burgemeester, voorzover hier van belang, het door appellant daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 december 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
ECLI:NL:RVS:2004:AP8256
Procesverloop Bij besluit van 5 juni 2001 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het aan Volker Stevin Rail & Traffic door de inspecteur van de Arbeidsinspectie op grond van artikel 28 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 (hierna: de Arbowet 1998) gegeven bevel dat de onderhoudswerkzaamheden aan het baanvak Breda-Roosendaal, indien zij op de beoogde wijze worden uitgevoerd, niet mogen aanvangen in verband met ernstig gevaar voor personen, schriftelijk bevestigd. Bij besluit van 6 juni 2001 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het aan [naam aannemer] door de inspecteur van de Arbeidsinspectie op grond van artikel 28 van de Arbowet 1998 gegeven bevel dat de onderhoudswerkzaamheden aan het baanvak Amersfoort-Apeldoorn, indien zij op de beoogde wijze worden uitgevoerd, niet mogen aanvangen in verband met ernstig gevaar voor personen, schriftelijk bevestigd.
ECLI:NL:RVS:2012:BY7320
201109897/1/A3. Datum uitspraak: 27 december 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de vereniging Verenigde Riviervissers "Samen Sterk", gevestigd te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 3 augustus 2011 in zaak nr. 11/2671 in het geding tussen: Samen Sterk en de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, thans de staatssecretaris van Economische Zaken. Procesverloop Bij besluit van 27 oktober 2010 heeft de staatssecretaris aan IMARES onder voorwaarden ontheffing verleend om met aalvistuigen te vissen tijdens de gesloten tijd.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: AWB 15/2648 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2016 in de zaak tussen [eiseres], te [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. F.J. Boonstra), en de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder (gemachtigde: mr. W.L.C. Rijk). Procesverloop Bij besluit van 5 december 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder een aanvraag van Staatsbosbeheer om ontheffing als bedoeld in artikel 75 van de Flora- en faunawet (Ffw) afgewezen. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 17 juli 2015 (bestreden besluit I) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen het besluit van 17 juli 2015 beroep ingesteld. Bij besluit van 8 december 2015 (bestreden besluit II) heeft verweerder het besluit van 17 juli 2015 herzien en het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Het beroep tegen het besluit van 17 juli 2015 wordt geacht mede te zijn gericht tegen het bestreden besluit II. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2016. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en door [naam 1].

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit van 8 december 2015; vernietigt het bestreden besluit van 17 juli 2015; verklaart het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk; bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de besluiten van 8 december 2015 en 17 juli 2015; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 331,- aan eiseres te vergoeden; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 992,- (1 punt voor het indienen van de nadere memorie - A19 - en 1 punt voor het verschijnen ter zitting).

Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Eiseres huurt van Staatsbosbeheer het visrecht op het [naam 2]. Door de bouw van een beverdam is het waterpeil in het [naam 2] gestegen. Daardoor zijn de door eiseres aangebrachte vissteigers in het [naam 2] onder water komen te staan en niet meer bruikbaar. De leden van eiseres kunnen daardoor niet meer vissen in het [naam 2]. Bevissing vanaf de kant is namelijk niet mogelijk. Staatsbosbeheer heeft daarom op 30 juni 2014 aan verweerder een ontheffing ex artikel 75 van de Ffw gevraagd voor het tijdelijk verlagen van de beverdam, zodat het water in het [naam 2] zal dalen en de vissteigers weer gebruikt kunnen worden.

Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag om ontheffing afgewezen. Bij het besluit van 17 juli 2015 heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard. Bij besluit van 8 december 2015 heeft verweerder de bezwaren alsnog ongegrond verklaard. Eiseres heeft ter zitting aangegeven dat het beroep is ingesteld in de hoedanigheid van gebruiker van het viswater. De rechtbank heeft partijen ter zitting voorgehouden dat eerst ambtshalve zal moeten worden getoetst of aan de vereisten van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt voldaan.

De rechtbank stelt vast dat, ongeacht wat in het derde lid van artikel 1:2 Awb is bepaald omtrent de belanghebbendheid van rechtspersonen, de eis van rechtstreekse betrokkenheid bij een besluit evenzeer heeft te gelden (memorie van toelichting bij de Awb, PG Awb I, blz. 149). Hieraan wordt naar het oordeel van de rechtbank niet voldaan nu het afwijzende primaire besluit slechts gevolgen kan hebben voor eiseres via haar contractuele relatie met Staatsbosbeheer. Hierdoor is sprake van een afgeleid belang en niet van een (vereist) rechtstreeks belang.

De rechtbank verwijst in dit kader nog naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van 1 september 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AQ8711, 7 juli 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP8256 en 27 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY7320. Verweerder heeft het bestaan van een ontvankelijkheidsbeletsel niet onderkend, om reden waarvan het beroep voor gegrondverklaring in aanmerking komt, de bestreden besluiten moeten worden vernietigd en het bezwaar van eiseres zelf voorziend alsnog niet-ontvankelijk zal worden verklaard, op de wijze zoals in het dictum is aangegeven.

Rechtsmiddel De rechtbank wijst erop dat binnen zes weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal tegen de uitspraak hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Waarvan door de griffier is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de rechter en de griffier is ondertekend. mr. A.G.P.M. Zweipfenning mr.drs. E.J. Govaers (griffier) (rechter) Afschrift verzonden aan partijen op: 13 mei 2016