Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2016:2655 ECLI:NL:RBLIM:2016:2655 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2016:2655 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2016:2655
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: AWB/ROE 16/44 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2016 in de zaak tussen [eiser] , te Roermond, eiser (gemachtigde: mr. V. Dolderman), en Nationale Politie, verweerder (gemachtigde: C.A. Elfferich). Procesverloop Eiser heeft verweerder op 18 juli 2014 aansprakelijk gesteld voor schade als bedoeld in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Na het uitblijven van een beslissing op deze aansprakelijkstelling heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 8:55b van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 8:55b van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:54 van de Awb, artikel 7:658 van het BW, artikel 1:3 van de Awb, artikel 4:17 van de Awb; ECLI:NL:RBLIM:2016:2655 · Rechtbank Limburg: Op 1 juli 2013 is titel 8.4 (Schadevergoeding) van de Awb in werking getreden. In deze titel is de verzoekschriftprocedure geregeld voor – kort gezegd – gevallen waarin iemand schade stelt te lijden door onrechtmatige besluiten van de overheid. In de artikelen 8:88 en 8:89 van de Awb is geregeld in welke gevallen de bestuursrechter bevoegd is over een verzoek om schadevergoeding te beslissen.

Keywords

AI generated
action by staff breach of employment obligations retaliatory dismissal occupational pension rights exclusion from public-sector employment violence against officials

Cited Legislation

AI generated
artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek
Procesverloop Eiser heeft verweerder op 18 juli 2014 aansprakelijk gesteld voor schade als bedoeld in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
artikel 8:55b van de Algemene wet bestuursrecht
Na het uitblijven van een beslissing op deze aansprakelijkstelling heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 8:55b van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
artikel 8:54 van de Awb
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.
artikel 7:658 van het BW
De rechtbank constateert dat in dit geval is verzocht om vergoeding van schade op grond van artikel 7:658 van het BW.
artikel 1:3 van de Awb
Dit betekent dat de reactie van verweerder op de aansprakelijkstelling van 18 juli 2014 evenmin een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb zal zijn en dat de bestuursrechter niet bevoegd is over een eventueel verzoek om schadevergoeding te oordelen.
artikel 4:17 van de Awb
Verweerder heeft de dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb aan eiser betaald en heeft toegezegd uiterlijk 5 februari 2016 te zullen beslissen over de aansprakelijkstelling.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: AWB/ROE 16/44 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2016 in de zaak tussen [eiser] , te Roermond, eiser (gemachtigde: mr. V. Dolderman), en Nationale Politie, verweerder (gemachtigde: C.A. Elfferich). Procesverloop Eiser heeft verweerder op 18 juli 2014 aansprakelijk gesteld voor schade als bedoeld in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Na het uitblijven van een beslissing op deze aansprakelijkstelling heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 8:55b van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.

2. De rechtbank overweegt ambtshalve het volgende.

3. Op 1 juli 2013 is titel 8.4 (Schadevergoeding) van de Awb in werking getreden. In deze titel is de verzoekschriftprocedure geregeld voor – kort gezegd – gevallen waarin iemand schade stelt te lijden door onrechtmatige besluiten van de overheid. In de artikelen 8:88 en 8:89 van de Awb is geregeld in welke gevallen de bestuursrechter bevoegd is over een verzoek om schadevergoeding te beslissen.

4. De rechtbank constateert dat in dit geval is verzocht om vergoeding van schade op grond van artikel 7:658 van het BW. Het verzoek betreft geen schade als gevolg van een onrechtmatig besluit. Dit betekent dat de reactie van verweerder op de aansprakelijkstelling van 18 juli 2014 evenmin een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb zal zijn en dat de bestuursrechter niet bevoegd is over een eventueel verzoek om schadevergoeding te oordelen. Dit heeft ook tot gevolg dat de rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van het beroep tegen gericht tegen het niet tijdig beslissen.

5. De rechtbank zal zich dan ook onbevoegd verklaren. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

6. Tot slot wenst de rechtbank nog op te merken dat verweerder heeft erkend dat nog steeds niet op de aansprakelijkstelling van eiser is beslist. Hij heeft uitgelegd wat daar de redenen voor waren en hij heeft excuses aan eiser aangeboden. Verweerder heeft de dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb aan eiser betaald en heeft toegezegd uiterlijk 5 februari 2016 te zullen beslissen over de aansprakelijkstelling. Voor zover bekend is nog steeds geen beslissing genomen. De rechtbank gaat ervan uit dat verweerder zo spoedig mogelijk inhoudelijk zal reageren op de aansprakelijkstelling van eiser.

Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Nollen, rechter, in aanwezigheid van J.B.J.C.L. Caelers-Sijbers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2016. w.g. J.B.J.C.L. Caelers-Sijbers, griffier w.g. C.M. Nollen, rechter Voor eensluidend afschrift: de griffier, Afschrift verzonden aan partijen op: 25 maart 2016 AC Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.