Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2016:11588 ECLI:NL:RBLIM:2016:11588 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2016:11588 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2016:11588
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK LIMBURG Strafrecht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/223136 / HA RK 16/152 Datum uitspraak: 21 juli 2016 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoeker] , thans gedetineerd in de PI de Geerhorst te Sittard, verzoeker, advocaat mr. C.M. Peeperkorn, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam, dat strekt tot wraking van mr. F.M. van Maanen Winters, rechter in deze rechtbank, (hierna: de rechter).

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2016:11588 · Rechtbank Limburg: Ter zitting van 8 juli 2016 heeft de politierechter een beslissing genomen op het verzoek van de raadsvrouw om de voorlopige hechtenis van verzoeker op te heffen dan wel te schorsen. Bij het uitspreken van zijn beslissing heeft de politierechter (onder andere) gezegd dat het risico op langer vastzitten in het kader van de voorlopige hechtenis in verband met het door de verdachte gepleegde feit, dan een eventueel op te leggen straf, niet zodanig is dat de voorlopige hechtenis daarom moet worden opgeheven. De politierechter heeft daarbij letterlijk de bewoordingen “het feit dat u heeft gepleegd” gebruikt. De rechter heeft door zijn opmerking “het feit dat u heeft gepleegd” de schijn van vooringenomenheid gewekt.

Keywords

AI generated
public nature of proceedings communication with defense counsel criminal defence official defense counsel cross-examination by prosecution adversarial principle
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK LIMBURG Strafrecht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/223136 / HA RK 16/152 Datum uitspraak: 21 juli 2016 Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken op het verzoek van [verzoeker] , thans gedetineerd in de PI de Geerhorst te Sittard, verzoeker, advocaat mr. C.M. Peeperkorn, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam, dat strekt tot wraking van mr. F.M. van Maanen Winters, rechter in deze rechtbank, (hierna: de rechter).

1De procedure

Op 8 juli 2016 tijdens de openbare terechtzitting, is namens verzoeker de wraking verzocht van de politierechter in de bij deze rechtbank aanhangige zaak met parketnummer 03/659161-16. De rechter heeft op 13 juli 2016 de wrakingskamer bericht niet te berusten. Hij wenst niet schriftelijk te reageren. Wel wenst hij te worden gehoord. De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 juli 2016. Ter zitting is de verzoeker niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsvrouw. Zij heeft medegedeeld dat verzoeker afstand heeft gedaan van zijn recht ter zitting aanwezig te zijn. De rechter is verschenen. De wrakingskamer heeft op 21 juli 2016 uitspraak gedaan.

2Standpunt verzoeker

Ter zitting van 8 juli 2016 heeft de politierechter een beslissing genomen op het verzoek van de raadsvrouw om de voorlopige hechtenis van verzoeker op te heffen dan wel te schorsen. Bij het uitspreken van zijn beslissing heeft de politierechter (onder andere) gezegd dat het risico op langer vastzitten in het kader van de voorlopige hechtenis in verband met het door de verdachte gepleegde feit, dan een eventueel op te leggen straf, niet zodanig is dat de voorlopige hechtenis daarom moet worden opgeheven. De politierechter heeft daarbij letterlijk de bewoordingen “het feit dat u heeft gepleegd” gebruikt. De rechter heeft door zijn opmerking “het feit dat u heeft gepleegd” de schijn van vooringenomenheid gewekt.

3De beoordeling

De wrakingskamer is van oordeel dat, gelet op de fase van het onderzoek ter terechtzitting waarin de gewraakte uitlating door de rechter werd gedaan, de rechter bij de verzoeker de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt, waardoor de twijfel aan de onpartijdigheid van de rechter objectief is gerechtvaardigd. Het verzoek tot wraking van de rechter wordt daarom toegewezen.

4De beslissing

De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking van mr. F.M. van Maanen Winters toe. Deze beschikking is gegeven door mr. E. van Unen, voorzitter, mr. J.H. Klifman en mr. J.S. Holthuis, leden, bijgestaan door mr. C.K. Spronk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2016. Buiten staat: De voorzitter is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.