Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2015:6127 ECLI:NL:RBLIM:2015:6127 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2015:6127 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2015:6127
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing RECHTBANK LIMBURG Strafrecht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rekestnummer: C/03/206268 / HA RK 15-111 Beslissing van 18 juni 2015 op het verzoek van [rechter] rechter in de rechtbank Limburg verder: de rechter raadsman: mr. K.B.H. Welvaart strekkende tot haar verschoning in de strafzaak met parketnummer 04/610159-09 tegen [belanghebbende] verder: belanghebbende, raadsman: mr. J.W. Soeteman.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2015:6127 · Rechtbank Limburg: Bij faxbericht van 17 juni 2015 om 9:50 uur ter griffie ingekomen heeft belanghebbende een schriftelijke reactie ingediend. Bij de mondelinge behandeling op 17 juni 2015 te 10:30 uur is de rechter met haar raadsman verschenen. Zij zijn gedurende een korte schorsing van de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de schriftelijke reactie van belanghebbende. Na hervatting heeft de rechter verklaard er geen behoefte aan te hebben om te reageren op de reactie van belanghebbende, en evenmin iets toe te voegen te hebben aan haar verzoek.

Keywords

AI generated
objective appearance of bias prosecutor's margin of discretion subjective capacity to plead subjective connecting factor adjustment of sentence justification of legal divergence
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing RECHTBANK LIMBURG Strafrecht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rekestnummer: C/03/206268 / HA RK 15-111 Beslissing van 18 juni 2015 op het verzoek van [rechter] rechter in de rechtbank Limburg verder: de rechter raadsman: mr. K.B.H. Welvaart strekkende tot haar verschoning in de strafzaak met parketnummer 04/610159-09 tegen [belanghebbende] verder: belanghebbende, raadsman: mr. J.W. Soeteman.

1Het verloop van de procedure

Bij brief van 19 mei 2015 heeft de rechter een verzoek gedaan strekkende tot haar verschoning in de strafzaak met parketnummer 04/610159-09 tegen (thans) belanghebbende (verder: de strafzaak), in welke zaak de rechter lid is van de meervoudige strafkamer. De mondelinge behandeling van het verzoek, aanvankelijk bepaald op 9 juni 2015, is op verzoek van de raadsman van belanghebbende aangehouden, en nader bepaald op 17 juni 2015. Een verzoek van belanghebbende om de mondelinge behandeling opnieuw aan te houden omdat noch hij noch zijn raadsman aanwezig konden zijn op 17 juni, is afgewezen, waarbij belanghebbende in de gelegenheid is gesteld uiterlijk op het aanvangstijdstip van de mondelinge behandeling schriftelijk op het verzoek te reageren.

Bij faxbericht van 17 juni 2015 om 9:50 uur ter griffie ingekomen heeft belanghebbende een schriftelijke reactie ingediend. Bij de mondelinge behandeling op 17 juni 2015 te 10:30 uur is de rechter met haar raadsman verschenen. Zij zijn gedurende een korte schorsing van de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de schriftelijke reactie van belanghebbende. Na hervatting heeft de rechter verklaard er geen behoefte aan te hebben om te reageren op de reactie van belanghebbende, en evenmin iets toe te voegen te hebben aan haar verzoek.

Tot slot is de beslissing op het verzoek bepaald op heden.

2Het verzoek

De rechter heeft verzocht zich te mogen verschonen omdat tijdens de mondelinge behandeling van een verzoek tot wraking tegen voornoemde meervoudige strafkamer een tweede wrakingsverzoek is ingediend, alleen tegen de rechter, waarbij ter onderbouwing van de stelling van verzoeker (thans belanghebbende) de dochter van de rechter in de discussie werd betrokken, onder andere door het overleggen van foto’s van haar, afkomstig van haar LinkedIn-profiel. De rechter voert aan dat niet het wrakingsverzoek, maar wel het door belanghebbende betrekken van haar dochter in het geding haar persoonlijk heeft getroffen en ontriefd, op een zodanige wijze dat de rechter van oordeel is dat zij, subjectief bezien, zeer wel mogelijk niet langer voldoende afstand tot de zaak heeft dan wel zich niet langer vrij voelt de strafzaak tegen belanghebbende te behandelen.

3De beoordeling

De vraag of objectief gezien de vrees gerechtvaardigd is dat de rechter de strafzaak niet onbevooroordeeld zou behandelen, kan onbeantwoord blijven, nu de rechter zelf, op basis van haar subjectieve ervaring naar aanleiding van de behandeling van het (tweede) verzoek tot wraking, het gevoelen heeft ontwikkeld dat het zeer wel mogelijk is dat zij niet langer voldoende afstand tot de zaak heeft dan wel dan zij zich niet langer vrij voelt de strafzaak (verder) te behandelen. Het zou in strijd zijn met de goede (straf-)procesorde en ook niet in het belang van de verdachte zijn om een rechter die zelf gemotiveerde twijfels heeft of zij de strafzaak, gelet op hetgeen is voorgevallen tussen haar en belanghebbende, onbevooroordeeld kan behandelen en die daarom verzocht heeft zich te mogen verschonen, te belasten met de verdere afdoening van de zaak. Het verzoek wordt op deze grond toegewezen.

4De beslissing

De rechtbank: staat de rechter toe zich te verschonen in de strafzaak. Deze beslissing is gegeven door mr. E.P. van Unen, mr. R.M.M. Kleijkers en mr. F.L.G. Geisel, rechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.J.W.D. Janssen, griffier op 18 juni 2015.