Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2015:456 ECLI:NL:RBLIM:2015:456 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2015:456 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2015:456
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK Limburg Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer : 03/700308-12 OWV Datum uitspraak : 21 januari 2015 Tegenspraak Uitspraak van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], [adres], hierna te noemen: [verdachte]. Raadsman is mr. B.H.M. Nijsten, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBLIM:2015:456 · Rechtbank Limburg: Bij voormeld vonnis d.d. 21 januari 2015 is [verdachte] integraal vrijgesproken van de aan hem tenlastegelegde feiten. Nu de rechtbank [verdachte] heeft vrijgesproken van de aan hem tenlastegelegde feiten, en dus geen sprake is van een veroordeling in de aan de vordering ten grondslag liggende strafzaak, zal zij het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Keywords

AI generated
defense costs right to legal counsel remuneration of defence counsel action for price reduction criminal defence legal representation costs

Cited Legislation

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK Limburg Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer : 03/700308-12 OWV Datum uitspraak : 21 januari 2015 Tegenspraak Uitspraak van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], [adres], hierna te noemen: [verdachte]. Raadsman is mr. B.H.M. Nijsten, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1Het onderzoek van de zaak

Deze uitspraak is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 januari 2015. De rechtbank heeft op 7 januari 2015 gehoord: de officier van justitie en [verdachte], bijgestaan door zijn raadsman. De behandeling van de ontnemingsvordering had gelijktijdig plaats met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/700308-12. Op 21 januari 2015 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen. 2De standpunten van de officier van justitie en de verdediging 2.1 Het standpunt van de officier van justitie De vordering van de officier van justitie houdt in de ontneming van het voordeel dat [verdachte] heeft verkregen door middel van de tenlastegelegde feiten. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op € 3.225,00. 2.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de vordering op nihil dient te worden gesteld nu hij vrijspraak heeft bepleit ten aanzien van de tenlastegelegde feiten.

3De beoordeling

Bij voormeld vonnis d.d. 21 januari 2015 is [verdachte] integraal vrijgesproken van de aan hem tenlastegelegde feiten. Nu de rechtbank [verdachte] heeft vrijgesproken van de aan hem tenlastegelegde feiten, en dus geen sprake is van een veroordeling in de aan de vordering ten grondslag liggende strafzaak, zal zij het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

4De beslissing

De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in haar vordering. Deze uitspraak is gegeven door mr. F.M. van Maanen Winters, voorzitter, mr. F.A.G.M. Vluggen en mr. R.M.M. Kleijkers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E.J. Maas, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2015. Buiten staat Mr. R.M.M. Kleijkers is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.