Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2015:3887 ECLI:NL:RBLIM:2015:3887 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2015:3887 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2015:3887
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 3324536 \ CV EXPL 14-8753 Vonnis van de kantonrechter van 6 mei 2015 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ziggo B.V., gevestigd te Utrecht, eisende partij, gemachtigde LAVG Groningen, tegen: [gedaagde] , wonend [adres] , [plaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:96 lid 6 BW; ECLI:NL:RBLIM:2015:3887 · Rechtbank Limburg: Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan gedaagde partij een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW. 3.5. De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering. 3.6.

Keywords

AI generated
unpaid invoices late payment of fees action for payment deferral of payment back payment installment payments

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:96 lid 6 BW
De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan gedaagde partij een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 3324536 \ CV EXPL 14-8753 Vonnis van de kantonrechter van 6 mei 2015 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ziggo B.V., gevestigd te Utrecht, eisende partij, gemachtigde LAVG Groningen, tegen: [gedaagde] , wonend [adres] , [plaats] , gedaagde partij, procederende in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie van antwoord de conclusie van repliek de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.1.

Eisende partij vordert op grond van een door gedaagde partij gesloten “Alles-in-1 abonnement” – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 365,73, vermeerderd met rente en kosten. 2.2. Gedaagde partij voert verweer. 2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3De beoordeling 3.1. Eisende partij stelt dat gedaagde partij de als productie 2 bij dagvaarding overgelegde facturen niet heeft betaald en vordert veroordeling van gedaagde partij tot betaling van deze facturen vermeerderd met een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en een bedrag van € 9,17 aan vervallen rente. 3.2.

Gedaagde partij dient een conclusie van antwoord en een conclusie van dupliek in. Hij refereert daarbij aan zijn tegenvordering. 3.3. Gedaagde partij laat na zijn vermeende vordering te concretiseren zodat dit verweer geen enkel hout snijdt. Verder is het de kantonrechter een raadsel wat het verweer van gedaagde partij tegen de door eisende partij ingestelde vordering nu concreet inhoudt. Uit het pagina’s lange betoog van gedaagde partij valt dit niet op te maken. Bij gebreke van enige gemotiveerde tegenspraak moet de vordering van eisende partij daarom – behoudens de gevorderde buitengerechtelijk incassokosten - worden toegewezen. 3.4.

Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan gedaagde partij een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW. 3.5. De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering. 3.6.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op: dagvaarding € 79,15 griffierecht 115,00 salaris gemachtigde 120,00 ( tarief € 60,00) totaal € 314,15 3.7. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

4De beslissing

De kantonrechter 4.1. veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 325,73 vermeerderd met de wettelijke rente over € 316,56 vanaf 5 juni 2014 tot aan de voldoening, 4.2. veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 314,15, 4.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 4.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen en in het openbaar uitgesproken. type: HMUI coll: