Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2014:8325 ECLI:NL:RBLIM:2014:8325 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2014:8325 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2014:8325
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/196295 / KG ZA 14-524 Vonnis in kort geding van 26 september 2014 in de zaak van 1 [eiser] 2. [eiseres], beiden wonende te [woonplaats], eisers, advocaat mr. M.J. Rubberg te Echt, tegen de naamloze vennootschap OBVION N.V., gevestigd te Heerlen, gedaagde, advocaat mr. B. Lynen te Kerkrade. Partijen zullen hierna (samen in mannelijk enkelvoud) [eisende partij] en Obvion genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 17 september 2014, met producties de door Obvion ingezonden producties de mondelinge behandeling op 25 september 2014 de pleitnota van Obvion. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2014:8325 · Rechtbank Limburg: Na schorsing en hervatting van de mondelinge behandeling heeft [eisende partij] de vordering ingetrokken. 3.2. Obvion heeft vonnis gevraagd ter zake de proceskosten. 4De beoordeling 4.1. Partijen zijn enkel nog verdeeld over de vraag voor wiens rekening de proceskosten van Obvion dienen te komen. 4.2. De eiser die zijn vordering in kort geding intrekt na kennisname ter zitting van het verweer van de gedaagde en een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, moet met een in het ongelijk gestelde partij gelijk worden gesteld. Uit de intrekking volgt dat [eisende partij] Obvion zonder goede grond in rechte heeft betrokken en nodeloos kosten voor haar heeft veroorzaakt. [eisende partij] behoort daarom in de proceskosten van Obvion te worden veroordeeld.

Keywords

AI generated
public takeover bid purchase off-plan vendor's statutory lien discharge of mortgages hire-purchase agreement contractual mortgage
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/196295 / KG ZA 14-524 Vonnis in kort geding van 26 september 2014 in de zaak van 1 [eiser] 2. [eiseres], beiden wonende te [woonplaats], eisers, advocaat mr. M.J. Rubberg te Echt, tegen de naamloze vennootschap OBVION N.V., gevestigd te Heerlen, gedaagde, advocaat mr. B. Lynen te Kerkrade. Partijen zullen hierna (samen in mannelijk enkelvoud) [eisende partij] en Obvion genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 17 september 2014, met producties de door Obvion ingezonden producties de mondelinge behandeling op 25 september 2014 de pleitnota van Obvion. 1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eisende partij] is eigenaar van de woning aan de [adres] (verder: “de woning”). Op de woning rust een hypotheek van Obvion, waarvan de restant-schuld circa € 285.000 bedraagt. 2.2. De woning van [eisende partij] heeft te koop gestaan, met bemiddeling van de makelaar M. Renders (verder: “de makelaar”). De woning is met die bemiddeling bij overeenkomst van 29 augustus 2014 - ondertekend door de contractspartijen op 1 september 2014 - voor € 170.000,00 aan de heer [koper woning] (verder: “[koper woning]”) verkocht.

De levering heeft nog niet plaatsgevonden. 2.3. De koopovereenkomst tussen [eisende partij] en [koper woning] geeft in artikel 16.1 sub d als ontbindende voorwaarde: “Als de betrokken bank van verkoper naar aanleiding van deze overeenkomst geen toestemming verleent om te verkopen. Toestemming van de bank is in dit geval noodzakelijk.” 2.4. Obvion heeft bij e-mailbericht van 3 september 2014 de makelaar bericht dat zij geen toestemming verleent tot de verkoop van de woning aan [koper woning] tegen bovengenoemde prijs. Obvion heeft de makelaar daarbij medegedeeld dat zij erop vertrouwt dat hij het verkooptraject tegen het hoogste bod voortzet. 3Het geschil 3.1. [eisende partij] vorderde, kort gezegd, vervangende toestemming van de voorzieningenrechter voor de verkoop van de woning aan [koper woning].

Na schorsing en hervatting van de mondelinge behandeling heeft [eisende partij] de vordering ingetrokken. 3.2. Obvion heeft vonnis gevraagd ter zake de proceskosten. 4De beoordeling 4.1. Partijen zijn enkel nog verdeeld over de vraag voor wiens rekening de proceskosten van Obvion dienen te komen. 4.2. De eiser die zijn vordering in kort geding intrekt na kennisname ter zitting van het verweer van de gedaagde en een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, moet met een in het ongelijk gestelde partij gelijk worden gesteld. Uit de intrekking volgt dat [eisende partij] Obvion zonder goede grond in rechte heeft betrokken en nodeloos kosten voor haar heeft veroorzaakt. [eisende partij] behoort daarom in de proceskosten van Obvion te worden veroordeeld.

Deze worden begroot op: - griffierecht € 608,00, - salaris advocaat € 816,00, totaal € 1.424,00.

5De beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten, aan de zijde van Obvion tot op heden begroot op € 1.424,00. Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2014. CM