Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLIM:2013:5527 ECLI:NL:RBLIM:2013:5527 AI generated

ECLI:NL:RBLIM:2013:5527 · Rechtbank Limburg

Case Number ECLI:NL:RBLIM:2013:5527
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Vonnis RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht Datum uitspraak: 13 augustus 2013 Zaaknummers / rekestnummers: C/03/183019 / HA RK 13-92 C/03/183023 / HA RK 13-93 De meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken in de zaken van [verzoeker] , wonende te Maastricht (hierna verzoeker), indiener van twee verzoeken die strekken tot wraking van: mr.[verweerder 1], rechter in deze rechtbank (hierna: de rechter).

Legislator headnote

AI generated

artikel 36 Rv; ECLI:NL:RBLIM:2013:5527 · Rechtbank Limburg: Gelet hierop ziet de wrakingskamer thans aanleiding ten aanzien van dit nieuwe wrakingsverzoek toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 37, vierde lid, Rv: het verzoek wordt niet in behandeling genomen omdat het gaat om een herhaald verzoek tot wraking van dezelfde rechter op grond van dezelfde feiten en omstandigheden.’ De wrakingskamer stelt vast dat verzoeker in de onderhavige wrakingsverzoeken geen nieuwe gronden tot wraking naar voren heeft gebracht. In haar eerdere beslissingen van18 juli 2013 en 13 augustus 2013 heeft de wrakingskamer reeds geoordeeld dat de aangevoerde feiten en omstandigheden geen grond voor wraking van de rechter opleveren.

Keywords

AI generated
reconsideration partial claim changed circumstances amendment of the claim new factual plea reopening of proceedings

Cited Legislation

AI generated
artikel 36 Rv
[verweerder 2] is de wrakingskamer van oordeel dat een wrakingsverzoek, gelet op het bepaalde in artikel 36 Rv, slechts de rechter kan betreffen die de zaken van de betrokken partij behandeld.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Vonnis RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Burgerlijk recht Datum uitspraak: 13 augustus 2013 Zaaknummers / rekestnummers: C/03/183019 / HA RK 13-92 C/03/183023 / HA RK 13-93 De meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken in de zaken van [verzoeker] , wonende te Maastricht (hierna verzoeker), indiener van twee verzoeken die strekken tot wraking van: mr.[verweerder 1], rechter in deze rechtbank (hierna: de rechter).

1Het verloop van de procedure

Bij een op 2 augustus 2013 te 12.09 uur ter griffie binnengekomen faxbericht met een bijlage heeft verzoeker een derde verzoek tot wraking van de rechter ingediend naar aanleiding van de gang van zaken tijdens de voortzetting van de comparitie na antwoord op 2 juli 2013. Bij een op 2 augustus 2013 te 13.03 uur ter griffie binnengekomen faxbericht met bijlage heeft verzoeker een vierde verzoek tot wraking ingediend tegen zowel de rechter, als mr. [verweerder 2]. De rechter heeft de wrakingskamer op 2 augustus 2013 bericht dat hij niet in de beide nieuwe verzoeken tot wraking berust en dat hij gehoord wenst te worden.

2De beoordeling

De wrakingskamer beoordeelt in het onderstaande de verzoeken tot wraking van 2 augustus 2013. Artikel 39, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) bepaalt dat het verzoek tot wraking zo spoedig mogelijk ter terechtzitting wordt behandeld door een meervoudige kamer waarin de rechter van wie wraking is verzocht, geen zitting heeft. Op grond van artikel 39, vierde lid, Rv kan de meervoudige kamer, in geval van misbruik bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Bij uitspraak van 13 augustus 2013 gegeven in de zaaknummers C03/182793/HA RK 1385 en C03/182800/HA RK 1386 heeft de wrakingskamer het volgende overwogen:

‘In het wrakingsverzoek van 22 juli 2013 brengt verzoeker naar voren dat hij de rechter tijdens de comparitie na antwoord twee keer heeft gewraakt. De door verzoeker daartoe aangevoerde grond is in de kern genomen dezelfde als die welke hij aan het eerste wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat de rechter ten onrechte en op onjuiste gronden [partij] heeft toegestaan een akte te nemen. Die feiten en omstandigheden waren ook al tijdens de vorige behandeling van de wrakingskamer bij verzoeker bekend. De wrakingskamer heeft die feiten en omstandigheden reeds in het naar aanleiding van het eerste wrakingsverzoek gewezen vonnis van 18 juli 2013 in haar beoordeling betrokken maar zij heeft daarin geen aanleiding gevonden te concluderen dat de rechter vooringenomen was jegens verzoeker.

Gelet hierop ziet de wrakingskamer thans aanleiding ten aanzien van dit nieuwe wrakingsverzoek toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 37, vierde lid, Rv: het verzoek wordt niet in behandeling genomen omdat het gaat om een herhaald verzoek tot wraking van dezelfde rechter op grond van dezelfde feiten en omstandigheden.’ De wrakingskamer stelt vast dat verzoeker in de onderhavige wrakingsverzoeken geen nieuwe gronden tot wraking naar voren heeft gebracht. In haar eerdere beslissingen van18 juli 2013 en 13 augustus 2013 heeft de wrakingskamer reeds geoordeeld dat de aangevoerde feiten en omstandigheden geen grond voor wraking van de rechter opleveren.

De wrakingskamer zal overeenkomstig haar beslissing van 13 augustus 2013 bepalen dat de onderhavige verzoeken tot wraking niet in behandeling zullen worden genomen. Ten aanzien van het verzoek tot wraking van mr. [verweerder 2] is de wrakingskamer van oordeel dat een wrakingsverzoek, gelet op het bepaalde in artikel 36 Rv, slechts de rechter kan betreffen die de zaken van de betrokken partij behandeld. Verzoeker is derhalve niet-ontvankelijk in dit wrakingsverzoek.

3De beslissing

De wrakingskamer: laat buiten behandeling beide verzoeken tot wraking van mr.[verweerder 1] van 2 augustus 2013: verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van mr. [verweerder 3]. Dit vonnis is gewezen door mr. F.L.G. Geisel, voorzitter, en mr. F.A.G.M. Vluggen en mr. R.A.J. van Leeuwen, leden, bijgestaan door mr. K. Mahovic, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2013.