Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBLEE:2002:AD9310 ECLI:NL:RBLEE:2002:AD9310 AI generated

ECLI:NL:RBLEE:2002:AD9310 · Rechtbank Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:RBLEE:2002:AD9310
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Leeuwarden Sector Kanton Locatie Leeuwarden VONNIS in kort geding 103535 /CV EXPL 02-408 in de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. B.J. Souman, Gereformeerd Maatschappelijk Verbond te Zwolle, tegen de besloten vennootschap ESTATE B.V., gevestigd te (8933 BS) Leeuwarden, Emmaplein 6, gedaagde, procederende in persoon bij monde van haar statutair directeur O.W. de Boer. OVERWEGINGEN Procesverloop 1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft eisende partij, hierna te noemen [eiser], bij wege van voorlopige voorziening gevorderd om gedaagde partij, hierna te noemen Estate, te veroordelen tot betaling van €euro 3.985,47 met rente en kosten.

Legislator headnote

AI generated

artikel 7:652 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 7:677 lid 4 BW, artikel 7:680 lid 7 BW; ECLI:NL:RBLEE:2002:AD9310 · Rechtbank Leeuwarden: Het verweer van Estate is dat er een proeftijd is overeengekomen en dat [eiser] heeft toegezegd de arbeidsovereenkomst getekend te retourneren. [eiser] is op 13 augustus 2001 in dienst gekomen zodat Estate zich bij het ontslag op 24 september 2001 tijdig op het proeftijdbeding beroept. De beoordeling van het geschil 5. Op grond van artikel 7:652 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet de proeftijd schriftelijk worden overeengekomen. Dit vereiste is per 1 januari 1999 in de wet opgenomen en is van dwingend recht hetgeen betekent dat zonder schriftelijk proeftijdbeding er geen proeftijd geacht wordt te zijn overeengekomen.

Keywords

AI generated
artikel 7:652 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 7:677 lid 4 BW artikel 7:680 lid 7 BW

Cited Legislation

AI generated
artikel 7:652 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek
Op grond van artikel 7:652 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet de proeftijd schriftelijk worden overeengekomen.
artikel 7:677 lid 4 BW
De door [eiser] op grond daarvan gevorderde gefixeerde schadevergoeding op grond van artikel 7:677 lid 4 BW zal worden toegewezen.
artikel 7:680 lid 7 BW

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Leeuwarden Sector Kanton Locatie Leeuwarden VONNIS in kort geding 103535 /CV EXPL 02-408 in de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. B.J. Souman, Gereformeerd Maatschappelijk Verbond te Zwolle, tegen de besloten vennootschap ESTATE B.V., gevestigd te (8933 BS) Leeuwarden, Emmaplein 6, gedaagde, procederende in persoon bij monde van haar statutair directeur O.W. de Boer. OVERWEGINGEN Procesverloop 1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft eisende partij, hierna te noemen [eiser], bij wege van voorlopige voorziening gevorderd om gedaagde partij, hierna te noemen Estate, te veroordelen tot betaling van €euro 3.985,47 met rente en kosten.

Estate heeft bij mondeling antwoord de vordering betwist. Na de mondelinge behandeling op 7 februari 2002 is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt. De feiten 2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast. [eiser] heeft van 11 december 2000 tot medio 2001 gewerkt bij een zusterbedrijf van Estate, Brandaris B.V. Brandaris B.V. heeft als onderneming een scheepstimmerbedrijf, terwijl de onderneming van Estate als onderaannemer in de woningbouw doende is.

Estate schakelt wel werknemers in dienst bij Brandaris B.V. in voor haar werkzaamheden. Tussen [eiser] en Estate bestaat geen schriftelijk overeengekomen proeftijdbeding. De standpunten van partijen 3. [eiser] stelt dat er niet rechtsgeldig een proeftijd is overeengekomen. Verder werkt hij al sinds 11 juni 2001 voor Estate en heeft Estate de overeenkomst op 24 september opgezegd, derhalve na afloop van een eventuele proeftijd van acht weken. Het ontslag is in strijd met de voor opzegging geldende bepalingen.

4. Het verweer van Estate is dat er een proeftijd is overeengekomen en dat [eiser] heeft toegezegd de arbeidsovereenkomst getekend te retourneren. [eiser] is op 13 augustus 2001 in dienst gekomen zodat Estate zich bij het ontslag op 24 september 2001 tijdig op het proeftijdbeding beroept. De beoordeling van het geschil 5. Op grond van artikel 7:652 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet de proeftijd schriftelijk worden overeengekomen. Dit vereiste is per 1 januari 1999 in de wet opgenomen en is van dwingend recht hetgeen betekent dat zonder schriftelijk proeftijdbeding er geen proeftijd geacht wordt te zijn overeengekomen.

6. Het door Estate aan [eiser] gegeven ontslag met de brief van 24 september 2001 is gebaseerd enkel op het door Estate vermeende proeftijdbeding. Bij afwezigheid van een rechtsgeldig proeftijdbeding oordeelt de kantonrechter dit gegeven ontslag in strijd met de voor opzegging geldende bepalingen. De door [eiser] op grond daarvan gevorderde gefixeerde schadevergoeding op grond van artikel 7:677 lid 4 BW zal worden toegewezen.

7. Wat er ook zij van het door Estate gevoerde betoog dat [eiser] een getekend arbeidscontract zou retourneren, het weerlegt niet de stelling van [eiser] dat hij het arbeidscontract (nog) niet tekende omdat daarin evenals in het arbeidscontract met Brandaris B.V. een proeftijdbeding stond, naast andere bezwaren van [eiser] tegen de inhoud van het arbeidscontract.

8. Als in het ongelijk gestelde partij zal Estate worden veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [eiser]. BESLISSING in kort geding De kantonrechter: veroordeelt Estate tot betaling aan [eiser] van een bedrag groot €euro 3.985,47 (zegge: drieduizendnegenhonderdvijfentachtig euro 47 cent), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 7:680 lid 7 BW vanaf 24 september 2001 tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt Estate in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op euro€ 450,00 wegens salaris en op €euro 229,56 wegens verschotten. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Aldus gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2002 (bij vervroeging) in tegenwoordigheid van de griffier.