Legislator Case Law & Legislation
AWB 12/1420 ECLI:NL:RBHAA:2012:BW2283 AI generated

AWB 12/1420 · Rechtbank Haarlem

Case Number AWB 12/1420
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 12 - 1420 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 maart 2012 in de zaak van: [naam verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, gemachtigde: mr. J. Klaas, advocaat te Haarlem, tegen: het college van burgemeester en wethouders van Haarlem, verweerder. Tegenwoordig: mr. L.M. Kos, voorzieningenrechter en mr. M.J.M. Oltmans, griffier. Zitting: 29 maart 2012 Verschenen: Verzoeker in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde, Verweerder vertegenwoordigd door M.

Legislator headnote

AI generated

AWB 12/1420 · Rechtbank Haarlem: Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat standpunt niet in overeenstemming met de Afstemmingsverordening Wwb van verweerder. Voor dat oordeel is het volgende redengevend. In artikel 9, derde lid, van de Afstemmingsverordening is bepaald dat er sprake is van recidive in het geval belanghebbende zich binnen twaalf maanden ná bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit hetzelfde artikel van deze verordening. In dit geval is, buiten de in het bestreden besluit per 1 maart 2012 getroffen maatregel, in de twaalf maanden voorafgaande aan de per 1 april 2012 aan verzoeker opgelegde maatregel geen besluit bekend gemaakt waarbij hem door verweerder een maatregel is opgelegd.

Keywords

AI generated
criminal recidivism consequences of withdrawal inducement to breach of contract disciplinary sanction against attorney reprimand repeated non-compliance
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 12 - 1420 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 maart 2012 in de zaak van: [naam verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, gemachtigde: mr. J. Klaas, advocaat te Haarlem, tegen: het college van burgemeester en wethouders van Haarlem, verweerder. Tegenwoordig: mr. L.M. Kos, voorzieningenrechter en mr. M.J.M. Oltmans, griffier. Zitting: 29 maart 2012 Verschenen: Verzoeker in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde, Verweerder vertegenwoordigd door M.

Zandbergen. Het geschil betreft het besluit van 29 februari 2012 waarin verweerder verzoeker heeft bericht dat zijn uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb) met ingang van 1 maart 2012 gedurende één maand wordt verlaagd met 100% en met ingang van 1 april 2012 gedurende twee maanden wordt verlaagd met 100%. Verzoeker heeft tegen dat besluit bij verweerder bezwaar gemaakt. Bij mondelinge uitspraak van 29 maart 2012 heeft de voorzieningenrechter de op 20 maart 2012 door verzoeker gevraagde voorlopige voorziening toegewezen, in die zin dat het bestreden besluit met ingang van 1 april 2012 is geschorst tot zes weken na verzending van de door verweerder te nemen beslissing op verzoekers bezwaar;

Tevens heeft de voorzieningenrechter een proceskostenveroordeling uitgesproken ten bedrage van € 874,- (één punt voor het verzoekschrift en één punt voor het verschijnen ter zitting) te betalen door verweerder aan de griffier; En heeft de voorzieningenrechter verweerder opgedragen het door verzoeker betaalde griffierecht ten bedrag van €42,- aan verzoeker te vergoeden. De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen. De in het bestreden besluit met ingang van 1 april 2012 getroffen maatregel berust met name op het standpunt dat bij verzoeker sprake is van recidive.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat standpunt niet in overeenstemming met de Afstemmingsverordening Wwb van verweerder. Voor dat oordeel is het volgende redengevend. In artikel 9, derde lid, van de Afstemmingsverordening is bepaald dat er sprake is van recidive in het geval belanghebbende zich binnen twaalf maanden ná bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit hetzelfde artikel van deze verordening. In dit geval is, buiten de in het bestreden besluit per 1 maart 2012 getroffen maatregel, in de twaalf maanden voorafgaande aan de per 1 april 2012 aan verzoeker opgelegde maatregel geen besluit bekend gemaakt waarbij hem door verweerder een maatregel is opgelegd.

De stelling van verweerders gemachtigde ter zitting dat de mededeling die de medewerkster van verweerder aan verzoeker heeft gedaan tijdens het gesprek van 21 oktober 2011 - te weten dat als verzoeker niet zou meewerken en door Paswerk weer zou worden teruggemeld de te treffen maatregel dan met recidive zal worden beoordeeld - is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 9, derde lid, van de Afstemmingsverordening, volgt de voorzieningenrechter niet. Die waarschuwing is immers geen schriftelijk bekend gemaakt besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarbij daadwerkelijk een maatregel is opgelegd.

Het vorenstaande betekent dat het bezwaar in elk geval voor wat betreft de per 1 april 2012 aan verzoeker opgelegde maatregel een redelijke kans van slagen heeft. Dat gegeven is voldoende voor het treffen van een voorlopige voorziening. De overige gronden van het verzoek behoeven geen bespreking. Ten overvloede wil de voorzieningenrechter bij verweerder onder de aandacht brengen dat hij het aangewezen acht dat verweerder bij de voorbereiding van de beslissing op het bezwaar inlichtingen inwint bij zijn medisch adviseur om te bezien of de in de rapportage van de psycholoog van 5 juli 2011 bij verzoeker vastgestelde kenmerken van een stoornis in de impulscontrole van invloed is op de mate van waarin verzoeker de gedragingen die door verweerder in de beoordeling worden betrokken kunnen worden verweten.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, (griffier) (voorzieningenrechter) afschrift verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.